Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

fijnspinnen van kaardwol gebruikt men eenigszins | gewijzigde vormen van de ringspinmachines en de mules. De voornaamste afwijking bij de ringspinmachines is, dat het rekwerk bestaat uit 2 paar walsen, die op grooten afstand van elkander gelegen zijn, terwijl de draad daar tusschen een kokertje doorloopt, waaraan door een snaar een snelle omdraaiing wordt medegedeeld. Hierdoor krijgt het garen een tijdelijke wringing, terwijl het gerekt wordt. Bij de wolspinmules komt een eigenlijk rekwerk niet voor; de beide invoerwalsen worden alleen bij het begin van het uitrijden omgedraaid en blijven dan staan, bij het voortgezet uitrijden heeft de verlengen van het garen tot de gewenschte fijnheid plaats.

Voor het vervaardigen van kamgaren kunnen alleen vrij lange wolsoorten dienen, waaruit de korte vezels voor het bewerken verwijderd moeten worden, vóór men de overblijvende haartjes zooveel mogelijk in evenwijdige richting vlijt. Beide bewerkingen geschieden door het kammen of uitkammen, dat vroeger uit de hand, thans bijna algemeen met machines verricht wordt. Voor het kammen uit de hand gebruikt men 2 groote Tvormige kammen, die uit een steel en een van tanden voorziene lade bestaan. De machines, die in het laatst van de 19dc eeuw voor het eerst in Engeland in gebruik kwamen, zijn gedeeltelijk zeer samengesteld. Wij noemen de kammachine van Noble, die inzonderheid voor grove en langharige wol gebruikt wordt, en die van Heilmann, die beter voor fijne en korte vezels geschikt is en ook voor het uitkammen van katoen gebruikt wordt. Bij de machine van Noble bestaat het kammend gedeelte uit een horizontaal vlak, waarin een ringvormig, aan de bovenvlakte met kamnaalden bezet stuk ligt, binnen dit stuk liggen 2 soortgelijke ringen diametraal tegenover elkander, die den eersten raken. De wolvlokken worden op deze raakpunten in de kamnaalden gedrukt, de ronddraaiende ringen trekken de vlokken uiteen, een deel blijft in de buitenringnaalden, de rest in de binnenringen. De beweging der kammen voert de uitstekende vlokken lanes een machinedeel, dat

een deel van de vlok pakt, tot zich trekt en het overige door de kamnaalden heen haalt, zoodat de vlok uitgekamd wordt. De machine van Heilmann bezit een gedeeltelijk met kamnaalden bezetten cylinder. Het te kammen deel van den wolband treedt uit een soort koker naar voren en wordt door twee kaken van een klem vastgegrepen. Daarna wentelt het met naalden voorziene deel van den cylinder over de wolvlok, waardoor de korte haren in de naalden blijven, welke er later uit worden verwijderd. Daarna wordt de klem geopend, komt de wolvlok tusschen een paar rollen en wordt nogmaals door de tanden van een kam gehaald. Gewoonlijk vindt men een aantal dergelijke inrichtingen naast elkander. Daarna wordt de wol gedoubleerd en gerekt, tot er een band van genoegzame sterkte ontstaat om de volgende bewerking, n.1. het strekken of ontkrullen van elke wolvezel te ondergaan. Dit gebeurt in een machine, waarin men eerst de banden door warm zeepsop en dan door spoelwater laat loopen, om ze vervolgens tusschen een tiental achter elkander gelegen, met stoom verwarmde koperen rollen te doen treden, waarvan elke volgende rol

een grootere snelheid heeft dan de voorgaande. Soms wordt dit voorspinsel in verf machines geverfd.

Het spinnen van kamgaren komt in hoofdzaak met het spinnen van katoen overeen. Half kamgaren, breigaren en sajet wordt eveneens

uit langstapelige wol gesponnen; ae Deweriangen voor deze soorten garen zijn veel eenvoudiger. Lompen en afval van kleermakerstafels enz. worden tot een spinstof van mindere waarde (kunstwol) verwerkt. Uit losgeweven of gebreide goederen vervaardigt men het zoogenaamde s h o d d y, uit lakenresten en andere dichte weefsels m u n g o, uit halfwollen lompen alpaca of extract.

Zijde. De van de cocons afgehaspelde zijde (zie aldaar) bestaat uit evenwijdig naast elkander liggende draden, die niet sterk en niet rond zijn. Om dit te verbeteren, worden ze in afzonderlijke fabrieken gesponnen, getwijnd of gemoulineerd. De ruwe zijde wordt op garenwinders of kronen gehangen en daarna opgewonden op houten klossen, waarvan er zooveel op een rek worden geplaatst, als men tot één draad wil vereenigen. De draden van eiken klos worden ieder afzonderlijk door een aan een hefboom bevestigd ringetje geleid en daarna als een draad op een nieuwen klos gewonden. Knapt een van de draden af, dan kantelt de hefboom, zoodat het opwinden eindigt. Voor het eigenlijke twijnen of moulineeren zijn verschillende machines uitgevonden, die in hoofdzaak met de drosselmachine van de katoenspinnerij overeenkomen. Daarna worden de draden tot strengen gewonden. Naar de wijze van vereeniging en de wijze van vervaardiging onderscheidt men verschillende soorten zijde, zooals de organsinof kettingzijde, de tram- of inslagzijde en de floret- of v 1 o s z ij d e. De laatste soort wordt van cocons met twee poppen, doorgebeten cocons, slecht afgehaspelde zijde, half versleten zijden stoffen enz. vervaardigd.

Het spinnen van vloszijde geschiedt in hoofdzaak op de volgende wijze: De spinstof wordt gedurende eenigen tijd geweekt, daarna gewasschen en gedroogd en vervolgens door een trommel met hekeltanden, die zich over een lattendoek beweegt, in een samenhangend vlies veranderd. Dit vlies wordt uitgekamd, daarna op een soort aanlegmachine gebracht, zooals bij het vlasspinnen in gebruik is, waardoor men sterk verlengde linten verkrijgt, die in eenige rektoestellen met hekelstaven nogmaals gerekt en gelijkmatig gemaakt en daarna op flyerbanken, drosselbanken of mules versponnen worden.

Spinnen vormen een orde uit de klasse der Spinachtige dieren (zie aldaar en de platen bij dit artikel). Zij hebben kaaksprieten met een doorboorden klauw, waarin zich de uitloozingsbuis van een gifblaasje bevindt. De voortplantingswerktuigen zijn bij de mannetjes in de tasters aan den kop geplaatst; het achterlijf heeft geen ringen, is met een meestal zachte huid bedekt en hangt door een klein steeltje samen met het kopborststuk. Nooit hebben zij, meer dan 4 luchtgaten, gewoonlijk slechts 2, en de ademhaling geschiedt door longen, bij enkele door luchtbuizen. Het gif van slechts weinige soorten schijnt voor den mensch nadeelig te zijn, hoewel de beet van de Cura^aosche oranjespin doodelijk is. De meeste spinnen hebben spinklieren, die een vocht afscheiden, dat in de lucht

Sluiten