Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

drift toegejuicht. Nadat hij reeds in 1805 directeur der kamermuziek van keizerin Jostpliine was geworden, aanvaardde hij in 1810 de directie van het Italiaansch tooneel. Na twee jaar echter legde hij die betrekking neder, en de val van het keizerrijk beroofde hem van de gunst van het Hof. Zijn „Olympia". in 1819 ten gehoore gebracht, vond geen onverdeelden bijval, en Spontini begaf zich op uitnoodiging van den koning van Pruisen als directeur-generaal der muziek naar Berlijn. Hier oefende hij meer dan 20 jaar een onbeperkte heerschappij op het gebied van de opera uit en kreeg door strenge discipline uitstekende resultaten, maar maakte zich door zijn despotisme zóó gehaat, dat een demonstratie van het publiek in 1842 hem noodzaakte, zijn ambt neer te leggen, waarop hij naar Parijs terugkeerde. In zijn te Berlijn vervaardigde opera's: „Nurmahal", „Aleidor" en „Agnes von Hohenstaufen" kon hij zich niet tot zijn vroegere hoogte verheffen. In 1844 ondernam hij een reis naar Italië, waar de paus hem tot graaf Sant' Andrea verhief. Wegens de staatkundige woelingen keerde hij in 1848 naar zijn vaderland terug, waar hij den 24den Januari 1851 in zijn geboorteplaats overleed. Spontini is één van de voornaamste vertegenwoordigers der effectopera, zooals voor hem door Gluck en na hem door Vogel, Cherubini, Le Sueur en vooral door Meyerbeer geleverd werden.

Spookdier (Tarsius spectrum), een aap, die tot de familie van de Halfapen behoort, bezit een totale lengte van ± 40 c.m., waarvan er 23 a 24 c.m. op den staart komen. Het dier is bruinachtig grijs, bezit naakte ooren, buitengewoon groote oogen en vingertoppen, die aan de onderzijde kussenvormig vergroot zijn. Op Sumatra, Banka, Borneo, Celebes en de Philippijnen komt het dier, hoewel niet talrijk, voor.

Spookschip. Zie Vliegende Hollander.

Spookvisschen of Chimaeren. Zie Chimaeridae.

Spoor was een scherp uitloopende punt aan den voorsteven van oorlogsschepen. Men had ze reeds aan de oorlogsvaartuigen der Grieken, Carthagers en Romeinen en in den slag bij Salamis beslisten zij over de uitkomst. Later kwamen zij in vergetelheid, doch werden bij den bouw van pantserschepen daaraan ontrukt. Zij heeft gewoonlijk de gedaante van een bijblad met een onder de wateilijn uitstekende punt.Wat een spoor kan doen, is gebleken in den slag bij Lissa (1866), toen zij den „Re d'Italia" deed zinken, alsmede bij de aanvaring van het Duitsche pantserfregat „Groszer Kurfürst" door de „König Wilhelm" (1878) en van de „Victoria" door het pantserschip „Camperdown" (1893).

Spoor is de naam van een scherp gepunt radje, aan den hiel van den ruiter vastgehecht en dienende om het paard in de ledenen te prikkelen en daardoor tot een snelleren loop aan te drijven.

Spoor noemt men in de plantenkunde een buisvormig aanhangsel aan den voet van kelk- of bloembladeren, bijv. bij het viooltje.

Spoor, Qeraldus Jalkes, een Nederlandsch dichter, geboren te Rotterdam den 9den April 1832, onderscheidde zich reeds vroeg door grooten leerlust, werd vervolgens geplaatst op het kantoor van een notaris en in 1863 benoemd tot kassier-

generaal bij de Rotterdamsche Bank. Met ijver en nauwgezetheid bekleedde hij deze betrekking, terwijl hij tevens de dichtkunst beoefende en hiertoe door beroemde letterkundigen op een eervolle wijze werd aangemoedigd. In 1872 werd hij lid van de Leidsche Maatschappij van Nederlandsche letterkunde. Hij overleed den 25,ten Septem ber 1882. Hij schreef: „De arme dichter, drama voor rederijkers", „Willem de Derde, dramatische schets", „Het feest van Mars. Allegorisch-dramatisch gedicht", „Brand!". „Aan de vorsten van Europa", ,,'s Levens Lente. Uit de kindwereld. Twee dichtbundels voor de jeugd", „Verhalen, sproken en legenden", „Historie en Fantasie", „Thomasvaer en Pieternel", Dichterlijke bijdragen in verschillende jaarboekjes en tooneelverslagen in het „Rotterdamsch Nieuwsblad".

Spoorweg-afrekeningsbureau. Zie Afrekening.

Spoorwegen noemt men in het algemeen alle wegen, voorzien van ijzeren rails, waarop in daarvoor ingerichte voertuigen personen of goederen vervoerd worden. De gewone beweegkracht is de stoom, die door een machine, locomotief (zie aldaar) genaamd, wordt voortgebracht. De voortbeweging ontstaat, doordat de drijfraderen van de locomotief de wrijving tusschen de rails en de raderen overwinnen. Wanneer deze wrijving te gering is, brengt men bijzondere inrichtingen aan om haar te vermeerderen, zooals bij de bergspoorwegen (zie aldaar). Bij electrische spoorwegen (zie Electrische spoor- en tramweg) worden als beweegkracht electrische motoren gebruikt, bij kabelspoorwegen (zie aldaar) maakt men gebruik van kabels, bij pneumatische spoorwegen, waartoe men de pneumatische brievenpost (zie Pneumatische post) rekenen kan, van verdichte en verdunde lucht. Een bijzonder soort van spoorwegen vormen de tramwegen. Het verschil tusschen spoor- en tramweg is niet duidelijk aan te geven. In het algemeen kan men zeggen, dat een tramweg een lichte en een kleine spoorweg is, die hoofdzakelijk voor het locaal verkeer dient. Meestal zijn tramwegen aangelegd op den openbaren weg of op den berm van den weg. Men onderscheidt ook bij de trams: stoomtrams, electrische trams, kabeltrams enz. Een bijzonder soort is de veel gebruikte paardentram, die echter meer en meer voor den electrischen tram plaats maakt. Verder heeft men nog verschillende spoorwegen van bijzondere constructie, zooals die met één rail (zie Eenrailspoorweg), met twee dicht bij elkaar liggende rails, zweefbanen (zie Zweefbaan) of hangende spoorwegen, hydraulische glijbanen, ondergrondsche spoorwegen, verplaatsbare spoorlijnen (zie Decauville-spoorweg) enz. Bij de spoorwegen dient op de spoorlijnen en op het materieel gelet te worden; bij de eerste onderscheidt men meer den onderbouw en den bovenbouw van den weg. De onderbouw dient om aan den bovenbouw een vasten, stevigen grondslag te geven. Daartoe behooren alle grondwerken, door ophooging of ingraving gevormd, met de zich daarin bevindende inrichtingen, zooals tunnels, duikers, bruggen, viaducten enz. en de stationsemplacementen. De bovenbouw bestaat uit de spoorbaan met de inrichtingen, die zich daarop bevinden, zooals de stations, de veiligheidstoestellen, de afsluitingen enz. Dikwijls ook verstaat

Sluiten