Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

groot, doch in 1718 en 1785 werd het weder tot zijn oude grenzen teruggebracht. De schans Lillo, die op Brabantschen bodem lag, werd ook tot StaatsVlaanderen gerekend. In 1795 werd Staats-Vlaanderen aan Frankrijk afgestaan.

Staatscourant, N ederlandsche, een door den Nederlandschen Staat uitgegeven courant, die de handelingen van de Staten-Generaal, statuten van vereenigingen, verschillende verslagen en rapporten, fabrieks- en handelsmerken enz. bevat, verschijnt, krachtens het besluit van den souvereinen vorst van den 18den December 1813. De prijs van de courant met de bijvoegsels, bijlagen en handelingen van de Staten-Generaal bedraagt 30 gld. per jaar, de courant, de handelingen enz. zijn echter ook afzonderlijk te verkrijgen.

Staatsdienst noemt men in het algemeen eiken dienst, welken men voor den staat verricht, hoofdzakelijk en in technischen zin echter slechts den dienst van beroepsambtenaren van den staat. De vervulling van een algemeenen burgerplicht is volgens de laatste definitie dus geen staatsdienst (bijv. jury, dienstplicht). De benoeming tot een staatsambt geschiedt in den regel door het hoofd van den staat, op voordracht van daartoe bevoegde machten, terwijl die van ondergeschikte ambtenaren ook wel door hun superieuren plaats heeft. Bij het bekleeden van een openbaar ambt is in den regel het waarnemen van andere winstgevende betrekkingen een onmogelijkheid, zoodat de bezoldiging der ambtenaren voldoende moet zijn voor hun onderhoud, terwijl hun tevens uitzicht moet gegeven worden op pensioen na volbrachten diensttijd. In den regel mag de staat een ambtenaar niet uit den dienst verwijderen, tenzij deze onwillig of onbekwaam is om zijn ambt naar behooren waar te nemen. Daarentegen mag do ambtenaar niet willekeurig den dienst verlaten. Hij is gehoorzaamheid verschuldigd aan het hoofd van den staat en aan zijn superieuren en verantwoordelijk voor zijn daden. Die gehoorzaamheid echter vindt haar grenzen in de wetten en verordeningen, en van den ambtenaar mag niets gevorderd worden, wat in strijd is met de wet en met de goede zeden.

Eigenaardig is hierbij de toestand van de eerste staatsdienaars, namelijk van de ministers, die in constitutionneele Staten verantwoordelijk zijn voor de politieke handelingen der vorsten.

Staatsdomeinen. Zie Domeinen.

Staatsgezinden is de naam, waarmede in de vaderlandsche geschiedenis de partij wordt aangeduid, die voorstander was van de grootst mogelijke zelfstandigheid der provinciën en daarmede van het overwicht van de provincie Holland in de Nederlandsche Republiek. Zij stond tegenover de stadhouderlijke partij, welke naar eenheid in het staatsbestuur onder leiding van stadhouders uit het Huis Oranje streefde. Beide partijen komen reeds vroeg in onze geschiedenis voor en bestreden elkander reeds ten tijde van Leicester en vooral gedurende het Twaalfjarig Bestand, en juist toen namen zij de bovengenoemde namen aan. Later ontwikkelden zich uit deze partijen die der Patriotten en Prinsgezinden. Zie ook Nederland, Geschiedenis.

Staatsgreep (Fransch: Coup d'état) noemt men het plotseling en gewelddadig ingrijpen in den staatkundigen toestand van een land, met het doel dien te wijzigen. Elke staatsgreep is een onderbre¬

king van den wettigen toestand. In Frankrijk kwamen staatsgrepen dikwijls voor, zoo bijv. den 4den September 1797, toen de generaals Augereau en Bonaparte een aantal royalisten gevangen namen, den 9den November 1799, toen het directoire werd omvergeworpen en het consulaat werd ingesteld, en in den nacht van den l»ten op den 2den December 1861, toen Lodewijk Napoleon de macht in handen wist te krijgen. In 1798 kwamen er in ons land 2 staatsgrepen voor, n.1. den 22sten Januari, toen een aantal leden van de Nationale Vergadering werden gevangen genomen en hét lichaam in de Constitueerende Vergadering werd veranderd, en den 12den Juni toen op de deze wijze ontstane Constitueerende Vergadering plaats moest maken voor een op regelmatige wijze gekozen lichaam.

Staatsinrichting". Zie Regeeringsvorm.

Staatsloterij. Zie Loterij.

Staatsraad. Zie Raad van State.

Staatsrecht. Zie Recht en Staatskunde.

Staatsregeling. Zie Regeeringsvorm.

Staatsschuld of nationale schuld ontstaat, wanneer de jaarlijksclie inkomsten van een staat niet voldoende zijn, om de uitgaven te dekken, zoodat de staat geld moet kenen, hetzij tot bestrijding van gewone uitgaven, hetzij tot het uitvoeren van groote werken (bijv. aanleg van spoorwegen) of het tot stand brengen van omvangrijke verbeteringen (bijv. in het verdedigingsstelsel, de bewapening van het leger, de bezoldiging van een klasse van ambtenaren enz.).

Men verdeelt de staatsschulden in vlottende en gevestigde. De eerste zijn zulke, welke binnen een kort tijdsbestek, gewoonlijk binnen een jaar worden voldaan, terwijl de laatste eerst na jaren of na een onbepaalden tijd worden afgelost. Het spreekt van zelf, dat bij een vlottende schuld de tijd van betaling verlengd kan worden, hetgeen trouwens dikwijls geschiedt; het gebeurt zelfs, dat vlottende schuld in gevestigde veranderd wordt. Vlottende schuld te maken, is dikwijls zeer aan te bevelen, omdat de inkomsten van den staat niet altijd gelijk zijn en men het te kort van een loopend jaar waarschijnlijk kan dekken met de vermeerderde opbrengst van een volgend jaar. De vlottende schuld kan gemaakt worden bij een bankier, doch men kan daarin ook voorzien door de uitgifte van schatkistbiljetten.

Ten behoeve van gevestigde staatsschulden wordt geldswaardig papier (effecten, schuldbrieven) uitgegeven, dat zich in geenerlei opzicht van ander geldwaardig papier onderscheidt. De uitgiften (emissie) der schuldbrieven kan óf rechtstreeks door den staat geschieden, óf met behulp van tusschenpersonen. In het eerste geval kan de staat de schuldbrieven rechtstreeks door agenten en makelaars aan de markt brengen (commissie leening) tegen betaling van provisie, of een inschrijving openstellen voor alle gegadigden. Staatsschulden worden gemaakt door binnen* en door buitenlandsche leeningen, naar gelang de leeningsluitende regeering haar effecten plaatst bij de ingezetenen des lands of bij groote geldbezitters in het buitenland. In het laatste geval moet men zich met betrekking tot den vorm en inhoud der effecten, de waardeberekening en de rentebetaling naar de gewoonten van het buitenland richten en bovenal de hulp inroepen van buitenlandsche bankiers, die zulk een leening op de beurs brengen. Naar de wijze, waarop de leeningen worden gesloten, onder-

Sluiten