Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1877), „Uber den Einfluss van Richtung und Starke der Beleuchtnng auf einige Bewegungserscheinungen im Pflanzenreich"(Leipzig, 1880), „Über sogenannte Kompasspflanzen"(Jena, 1883), „Über den Einfluss des sonnigen oder schattigen Standortes auf die Ausbildung der Laubblatter"(Jena, 1883), „Einfluss des Lichtes auf den Geotropismus einiger Pflanzenorgane"(Berlijn, 1884), „Zur Biologie der Myxomyzeten" (Leipzig, 1884), „Pflanzen und SchnecWYlona 1SRKÏ. RffffiTifa.ll und Blatteestalt"

(Leiden, 1893), „Üb'èr bunte Laubbliitter"(Buiten-1 zorg, 1896), „Über den Pflanzenschlaf und verwandte Erscheinungen"(Leipzig, 1897) en „Mathias Jakob Schleiden"(Jena, 1904).

Stahelin, Rudolj, een Zwitsersch Protestantsch theoloog, geboren den 22"en September 1841 te Bazel, was werkzaam als predikant en als leeraar, vestigde zich in 1873 als privaatdocent te Bazel en werd in 1874 buitengewoon en in 1876 gewoon hoogleeraar in de godgeleerdheid aldaar. Hij schreef o. a.: „Erasmus' Stellung zur Reformation"(1873), „De Wette nach seiner theologischen Wirksamkeit und Bedeutung"(1880), „Briefe aus der Reformationszeit"(1887) en „Huldreich Zwingli, sein Leben und Wirken nach den Quellen"(2 dlu., 1895—1897). Hij overleed den IS4611 Maart 1900 te Bazel.

Stainer, Jakob, of Sleiner, een Oostenrijksch vioolmaker, geboren den 14den Juli 1621 te Absan bij Hall in Tirol, was een leerling van Amati te Cremona. Aartshertog Leopold benoemde hem in 1669 tot hofvioolmaker, maar hij werd niettemin door de Jezuïeten, die hem van ketterij beschuldigden, maanden lang in de gevangenis opgesloten, verviel tot krankzinnigheid en overleed in de grootste ellende in 1683. Zijn violen onderscheiden zich door een eigenaardigen vorm en door een heerlijken toon; zij worden door kenners duur betaald.

Stair. Zie Dalrymple.

«tafcotcpl ipstararlfi*» noemt, men een rii nalen.

dwars door het water geslagen, om den vijand het nüViriiilr van Vip+. wnter te betwisten. Die Dalen moe¬

ten lang genoeg zijn om bij den hoogsten waterstand

de vlotten ol vaartuigen te Kunnen regemiuuueii en zóó dicht bij elkander staan, dat er geen vaartuigen ■fnoonVïon rlnnr lrnnnfvn jran.Tl. Ts het, water dieper dan

3 of 4 m., dan bestaat het staketsel uit drijvende

boomen, die met krammen aan eiKanaer verDonuen

Stal noemt men een gebouw, dat bestemd is om

vee te herbergen. De wanaen moeren uit nuiiena-ai zijn opgetrokken, dat de warmte slecht geleidt, terwijl de zoldering, met het oog op de bergruimte er boven, ondoordringbaar moet zijn voor de uitwasemingen van het vee en tevens een goede ventilatie mogelijk moet maken. In den allerlaatsten tijd

tracht men dit te verwezennjKen aoor ge urm* te m<v Irnn vo n Vinllpn wfilfcfpfin Dfi bodem moet ondoor

dringbaar zijn, waartoe men hem dikwijls van beton

maakt. Men onderscheidt paardenstallen, ïoops&u len voor iong vee en rundveestallen, waarvan in Ne

- i . D . i . . . 1 /r* „1.1 —

derland dne typen voorKomen; de potstal (ueiuerland, Overijsel, Drente), waarbij het vee in een put staat, die langzamerhand door de uitwerpselen en het strooisel wordt gevuld, eenzijdige stallen (Holland, waarbij het vee in standen op één rij aan een krib staat en tweezijdige stallen (Friesland), die als 't ware de samenvoeging van twee eenzijdige zijn. Zeer onlangs zijn enkele ronde stallen gebouwd, die

zich door hun vorm beter aan den bouw van het rund schijnen aan te passen en zoodoende als meer economisch moeten worden beschouwd. Verder heeft men schapenstallen, varkensstallen en pluimveestallen, die intusschen voor Nederland van weinig belang zijn.

Stalactieten en Stalagmieten. Zie Druipsleenen.

Stalkruid. Zie Ononis.

Stalmest bestaat uit de met strooisel ver¬

mengde vaste en vloeibare uitwerpselen der land-

UT i . n_- _i. ji u:;

bouwnuisüieren. in aar ae diersoort wuiui mj uurlorephoirlpn in rnnflp.r- nflJl.rdftTI-. SChaneil-. Vai'-

kensmest, enz. en heeft hij een verschillende sa¬

menstelling. Kunder- en varKensmest zijn m uuu regel rijker aan water en armer aan stikstof dan r»Qnrrlpn- on spha.nftnmpist. Zepaan dientengevolge

minder snel in ontbinding over en broeien minder

sterk; worden daarom Kouae mesLsoorten gwiuwuu iu tegenstelling met laatstgenoemde, die tot de warme worden gerekend. Van mestvee wordt een rijkere

° i n_ i-'„l ~

mest gewonnen dan van mem- en iuhvcc. nuc sterker gevoederd wordt en hoe stikstofrijker het voeder, des te hooger de waarde van den mest. Als strooisel wordt in den regel stroo, doch ook

, . „ . . , i i i 7 _ • .1 1

wel turlstrooisei, plag, ooscnsirooisei, zanu ui aii-

rlnro oorrln rrohniilrf TTpf hnnMflflpl V3.H liet StrOOi"

sel is, de vloeibare uitwerpselen der dieren op te

zuigen, om nun een aroge. reine iiggmg w gt-vcn en tevens de vloeibare stoffen te bewaren. Goed cfmnicpl mnfif. Hfl.nrom vftpl vocht kunnen oozuisen.

De stalmest gaat in een hoop of vaalt vrij spoe¬

dig in ontbinding over. ni] verliest uaatuij vnj groote hoeveelheden organische stof en stikstof. Desniettegenstaande is de verrotte stalmest rijker aan stikstof dan de versche. De ontleding van stalmest kan eenigermate worden getemperd, door hem dicht te treden, behoorlijk vochtig te houden en te doorschieten of te bedekken met aarde. Verder kan de stalmest worden geconserveerd door middel van zwavelzuur, kaïniet, carnalliet, superphosphaat, superphosphaatgips en gips. Als de stalmest naar het veld wordt gereden, verdient het aanbeveling, hem zoodra mogelijk uit te spreiden. In den regel werkt hij het best, als hij zooveel mogelijk boven op of boven in den grond vergaat. Hij mag dairom in 't algemeen niet diep worden ondergeploegd. Hij geeft in den regel de befte resultaten in vereeniging met één of meer kunstmeststoffen.

Stalvoedering noemt men bij de veeteelt de verzorging van het rundvee gedurende het geheele jaar op stal, zoodat het ook des zomers niet op de weide komt. Het geschiedt gewoonlijk om meer vee te kunnen houden, dan anders, met het oog op de oppervlakte der beschikbare weidegronden, mogelijk zou zijn, alsook om de grootst mogelijke hoeveelheid mest te verkrijgen. Ook heeft men het in de hand de ui-.mrool\toirl f>n eümpnsfpllinff van bet voeder naar

willekeur, bijv. tot een bepaald doel, te kunnen regelen. Daarentegen brengt stalvoedering grootere kosten mede en werkt het nadeelig op het gehalte van het vee, als dit bestendig aan den invloed der buitenlucht onttrokken is. Waar de omstandigheden het veroorloven, verdient weidegang van het vee des zomers de voorkeur boven stalvoedering.

Stalybridge (Staleybridge) is een plaats in Cheshire (Engeland), gelegen op de grens van La,n^

Sluiten