Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

cashire aan den Theems. Het bezit verschillende moderne kerken, een deftig stadhuis, een gerechtsgebouw en een omvangrijke katoenspinnerij, machinebouw en nagelssmederij. Het telt (1901) 27 673 inwoners.

Stam. Zie Stengel.

Stamboek noemt men bepaaldelijk met betrekking tot de huisdieren een boek, waarin de afstamming van deze dieren vermeld staat, benevens de kleur, kenteekenen, naam, en soms onderscheiden maten, bijv. hoogte, lengte, breedte, diepte, zijn aangegeven. In Nederland zijn onderscheiden stamboeken voor paarden, runderen, schapen en honden, doch deze zijn alle door particuliere vereenigingen opgericht. Tot op heden zijn hiervan slechts twee, n. 1. het Nederlandsche rundveestamboek en het Friesehe rundveestamboek, waarop van staatswege een zekere contröle wordt uitgeoefend en aan welke vereenigingen, die genoemde stamboeken leiden en beheeren, een belangrijke subsidie wordt verstrekt. Deze beide stamboeken beantwoorden ook aan den eisch, dat er slechts vrij nauwkeurig omschreven typen in voorkomen. Bij de paardenstamboeken laat zulks in Nederland nogal wat te wenschen over, hoewel hierin geleidelijk verbetering valt waar te nemen. Een en ander is verklaarbaar, doordat in Nederland bij het rundvee uitsluitend in eigen ras wordt gefokt, terwijl bij paarden algemeen met buitenlandsche rassen wordt gekruist; in het noordenmetOldenburgersOostfriezen, in het zuiden voornamelijk met Belgen. Het Groningsche Paardenstamboek laat in dit opzicht nog het minst te wenschen over, terwijl in 1911 het Nederlandsche Paardenstamboek een degelijke reorganisatie ondergaan en alsdan mede een staatssubsidie ontvangen zal.

Stamboel is de Turksche naam voor Konstantinopel (zie aldaar).

Stamboelov, Stephan, een Bulgaarsch staatsman,geboren in 1853 te Tirnova, bezocht het seminarium te Odessa, verwekte in 1875 te Eski Zagra een opstand tegen de Turken en vluchtte naar Boekarest, nam in 1877 en 1878 als vrijwilliger aan den Russisch-Turkschen oorlog deel, werd daarna advocaat te Tirnowa, lid en in 1884 president der Sobranje. Hij behoorde eerst tot de radicale partij, werd echter spoedig een ijverig aanhanger van vorst Alexander. Toen den 218ten Augustus 1886 de staatsgreep tegen den vorst uitgevoerd en een revolutionnaire regeering ingesteld werd, bracht hij deze met Moetkoerov en Karawelov ten val en vormde met hen een nieuwe regeering, welke na het afdanken van Alexander den 7den September met het regentschap werd belast. Hij hield zich tegen de intriges van Russische agenten, vooral van generaal Ilaulbars staande, bewerkte den 7dcn Juli 1887 de verkiezing van vorst Ferdinand en kwam, nadat deze de regeering aanvaard had (14 Augustus) aan het hoofd van het ministerie te staan. Hoewel verschillende samenzweerders tot aanslagen tegen Stamboelov werden opgehitst, wist hij zich te handhaven en verwierf door gematigdheid in de buitenlandsche staatkunde het vertrouwen van Europa en vooral van den sultan, terwijl hij in het binnenland met kracht regeerde. Daar ook de vorst hem ten slotte lastig vond, moest hij in Mei 1894 aftreden. Den 15del> Juli 1895 werd hij te Sofia door moordenaars doodelijk gewond, waarna hij den 18dcn Juli overleed. Nadat den 30Bten December twee der daders tot geringe

straffen veroordeeld waren, werd de eigenlijke moordenaar Staviev den 24sten October 1902 ter dood veroordeeld.

Stamboom. Zie Genealogie.

Stamelen. Zie Stotteren.

Staininodiën noemt men in de plantkunde zoodanige helmknoppen, die niet volkomen ontwikkeld zijn, en geen stuifmeel bevatten. Zij vertoonen zich vaak in den vorm van kleine, op draden gelijkende of wratachtige verhevenheden.

Stamkart, Franeiscus Jóhannes, een Nederlandsch wiskundige, werd den 25sten Januari 1805 te Amsterdam geboren. Op 19 jarigen leeftijd benoemd tot leeraar in de wis- en natuurkunde te Antwerpen, keerde hij in 1830 naar aanleiding van den oorlog met België naar zijn geboortestad terug. In 1833 werd hij ijker te Alkmaar, later vervulde hij diezelfde betrekking te Amsterdam. In 1867 volgde hij professor Grinwis op als hoogleeraar aan de Polytechnische School te Delft; in 1878 werd hij emeritus. Hij was lid van het Koninklijk Instituut, later de Koninklijke Akademie van Wetenschappen, honorair lid van het Bataafsch Genootschap en van andere binnen- en buitenlandsche geleerdenvereenigingen. Ook was hij voorzitter van de Nederlandsche Commissie voor de Europeesche graadmeting. Hij was de eerste die studie maakte van de afwijking der kompassen op ijzeren schepen; de Nederlandsche Regeering diende hij steeds van advies bij het goedkeuren der statuten van op te richten levensverzekeringmaatschappijen. De Leidsche Hoogeschool schonk hem in 1844 het doctoraat honoris causa, terwijl de regeering zijn verdiensten erkende door hem te benoemen tot Ridder in de Orde van den Nederlandschen Leeuw. Hij schreef vel ■ verhand 'lingan in de periodieken der genootschappen waarvan hij lid was. Van zijn hand verschenen in afzonderlijke uitgaven: „Iets over weduwenfondsen"(1852), „Over de korenschalen, volgens officieele verslagen"(1855), „De regeling van kompassen aan boord van ijzeren en houten schepen"(1861). Hij overleed den 15den Januari 1882 te Amsterdam.

Stammler, Rudolf, een Duitsch rechtsgeleerde, geboren den 19den Februari 1856 te Alsfeld in Hessen, vestigde zich in 1880 te Leipzig als privaatdocent, werd in 1882 buitengewoon hoogleeraar te Marburg, in 1884 te Giessen en is sedert 1885 gewoon hoogleeraar te Halle. Zijn „Praktische Pandektenübungen für Anfanger"(2de clruk, Leipzig, 1896), zijn „Praktische Institutionen, Übungen für Anfanger"(2de druk, als „Aufgaben aus dem römischen Recht", Leipzig, 1901), zijn „Übungen im bürgerlichen Recht für Anfanger"(2 dln., Leipzig, 1898 en 1903, dl. 1 in 2de druk, 1903) en het „Praktikum des bürgerlichen Rechts für Vorgerücktere" (2de druk, Leipzig, 1903) behandelen de methodiek van het rechtswetenschappelijk onderricht. Later hield hij zich in „Theorie des Anarchismus"(Berlijn, 1894), in „Wirtschaft und Recht nach der materialistische!! Geschichtsauffassung"(2de druk, Leipzig, 1906) en in „Die Lehre vom richtigen Rechte"(Berlijn, 1902) met de vraagstukken der maatschappelijke wijsbegeerte bezig. Verder schreef hij o. a.: „Das Recht der Schuldverhalt'iisse in seinen allgemeinen Lehren. Studiën zum Bürgerlichem Gesetzbuch für das deutsche Reich"(Berlijn, 1897), „Die Einrede aus dem Rechte eines Dritten"(Hallen, 1900) en „Privilegiën und Vorrechte"(Halle, 1903).

Sluiten