Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vereeniging der lioogeschool te Cambridge. In 1885 werd hij dirigent van de Bach-vereeniging te Londen, in 1887 opvolger van Macfarren, als hoogleeraar in de muziekleer te Cambridge, en in 1897 dirigent van de Philharmonische Vereeniging te Leeds. Hij i schreef de opera's: „De gesluierde profeet van Chorasan" (1881), „Savonarola" (1884), „The Canterbury piïgrims"(1884), „Shamus 0'Brien"(1896) en „Much ado about nothing" (1901). Verder schreef hij muziek bij Tennysoris drama's „Queen Mar}'" en „Becket", vijf symfonieën, een serenade voor orkest, een reeks kamermuziekwerken, een celloconcert, een klavierconcert, groote kerkelijke en wereldlijke werken voor koren, klavierstukken, liederen enz.

Stang', Frederik, een Noorsch staatsman, geboren den 4den Maart 1808 bij Tönsberg, werd in 1829 docent in de rechtsgeleerde faculteit te Christiania, in 1834 advocaat aan het Hoogste Gerechtshof, in 1846 lid der regeering als chef van het nieuw gevormde departement van Binnenlandsclie Zaken, moest echter in 1856 wegens een zenuwziekte ontslag nemen en voor zijn herstel naar Zwitserland reizen. In 1857 teruggekeerd, was hij gedurende de ziekte van koning Oscar I lid der tijdelijke regeering, in 1859 en 1860 afgevaardigde naar het Storthing voor Christiania en werd in 1861 voorzitter van een door hem gevormd gematigd-conservatief ministerie. Als zoodanig hield hij zich, niettegenstaande herhaaldelijkeconflicten met de oppositie van het Storthing tot

1880 staande en verwierf blijvende verdienste met betrekking tot de cultureele ontwikkeling van Noorwegen. Na zijn aftreden stond het Storthing een jaarlijksch pensioen van 6000 kronen toe; ook ontving hij van zijn partijgenooten als eeregeschenk een belangrijke geldsom, waarvan hij de rente voor weldadige en wetenschappelijke doeleinden gebruikte. Hij overleed den 89ten Juni 1884. Stang schreef: „Systematisk Fremstilling af Kongeriget Norges konstitutionelle eller grundlovsbestemte Ret"(1883) en „Om den kongelige Sanktionsret efter Norges Grundlov"(1883).

Stang-, Rudolf, een Duitsch kopergraveur, geboren den 26sten November 1831 te Düsseldorf, studeerde van 1845—1856 op de academie aldaar onder leiding van J. Keiler. Zijn eerste groote werk was een Madonna met het kind naar Deger. Daarop volgden „De boodschap aan Maria", naar Deger's frescoschilderij op den Stolzenfels en 3 bladen bij Goethës vrouwenportretten naar Kaulbach. In 1865 ging hij naar Italië, waar hij een teekening maakte naar RaffaeFs Sposalizio. Teruggekeerd naar Düsseldorf, voltooide hij de gravure daarnaar in 1873. Naar aanleiding daarvan werd hij door de academies te Berlijn, München en Brussel tot lid benoemd; bovendien kreeg hij van den koning van Pruisen den persoonlijken titel van professor. Van 1874—1875 vertoefde hij weder in Italië, waar hij teekeningen voor een groote gravure van het Avondmaal naar Leonardo da Vinei en voor een kleinere, „Fornanina", naar Raffaël maakte; in 1876 vervaardigde hij een gravure naar Landelle's „Fellahmeisje". Hij werd in

1881 tot hoogleeraar aan de Teekenacademie te Amsterdam benoemd, waar hij zijn hoofdwerk, de gravure naar da Vinci's Avondmaal, in 1888 voltooide. Den Christuskop daarvan gaf hij vergroot op een afzonderlijke plaat. Later heeft hij ook nog eenige etsen gemaakt, bijv. een luitspeler naar Frans Hals

en een portret van koningin Wilhelmina. In 1900 legde hij zijn ambt neder en woont sedert dien tijd te Boppard. In 1907 voltooide hij een schilderachtige reconstructie van het Avondmaal van Leonardo da Vinei met half levensgroote figuren.

Stang, Emil, een Noorsch staatsman, zoon van den voorgaande, geboren den 14den Juni 1834 te Christiania, werd in 1862 advocaat bij den Hoogen Raad, verwierf zich in het Storthing, waarin hij van 1882—1894 en van 1898—1900 zitting had, spoedig een invloedrijke plaats en was sedert 1883 leider van de conservatieve partij. Van af het midden van 1889 tot aan het begin van 1891 en van af het voorjaar van 1893 tot den herfst van 1895 stond hij als minister-president van een conservatief Kabinet een verzoeningsgezinde houding ten opzichte van Zweden voor, die echter schipbreuk leed op de oppositie in het Storting. Na zijn aftreden was hij eerst lagman (rechter), daarna, tot 1904, lid van den Hoogen Raad. Hij overleed den lsten Maart 1907 te Chris tiansund.

Stangen, Karl, geboren den 5aen Mei 1853 te Ziegenhals, kwam in 1855 bij de posterijen en nam in 1867 als opzichter van de gebouwen ontslag uit den dienst. Nadat hij in 1868 het reisbureau, dat hij samen met zijn broeder Louis, te Berlijn had opgericht, had overgenomen, leidde hij verschillende reizen naar den Levant, twee om de aarde en zeer vele naar Frankrijk, Italië, Engeland en Scandinavië. In 1873 voerde hij het stelsel der hotelcoupons en het verkoopen van kaartjes voor binnen- en buitenlandsche spoorwegen in Duitschland in, welke onderneming hij in 1888 belangrijk wist te verbeteren, door aan het bureau een afdeeling te verbinden, waarin alle soorten van reisbiljetten, verschepingscoupons, hotelaanwijzingen enz. voor het binnen- en buitenland verkocht worden. In 1883 verbond hij er ook een invoerhandel voor buitenlandsche kunst- en nijverheidsvoorwerpenaan. Hij schreef verschillende reisgidsen, alsook novellen en vaderlandsche gedichten, terwijl hij in 1884 het tijdschrift „Der Tourist" en in 1894, „Stangens illustrierte Reise- und Verkehrszeitung" oprichtte. In 1904 werd het reisbureau overgenomen door de Hamburg-Amerikalijn en kwam het onder leiding van Ernst en Louis Stangen.

Stanhope, James, eerste graaf van, staatsman, gesproten uit het Huis der Graven van Chesterfield, geboren in 1673, diende met onderscheiding onder Willem III in Vlaanderen en werd bevorderd tot kolonel. Ten tijde van koningin Anna werd hij lid van het Parlement en vervolgens gezant bij de Generale Staten in de Nederlanden. In den Spaanschen Successie-oorlog diende hij onder generaal Peterborough in Spanje, werd in 1708 generaalmajoor en veroverde Port Mahon en het eiland Minorca. In 1707 werd hij er opperbevelhebber der Engelsche troepen, behaalde eenige overwinningen bij Almenara en Saragossa, talmde daarna met den noodzakelijken terugtocht en werd met 6000 man in December 1710 bij Brihuega gevangen genomen en eerst in 1712 uitgewisseld. Koning Oeorge 1 benoemde hem in 1714 tot staatssecretaris en lid van den Geheimen Raad. In 1716 vergezelde hij den koning naar Hannover en ontwierp met den abbé Dubois, gezant van Frankrijk, de voorloopige bepalingen voor de Triple Alliantie, die den 4<len Januari 1717 te 's Gravenhage tusschen Engeland, Frankrijk

Sluiten