Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nisten|behoorden en met John Eobinsm naar Nederland vertrokken, naar Amsterdam. In 1612 komt hij onder de leden van de rederijkerskamer „In liefde bloeiende" voor, in 1614 vestigde hij zich als boekverkooper te Leeuwarden, waar hij weldra met aanzienlijke lieden in aanraking kwam. In 1616 schreef hij een „Bruylofsghedicht" voor Erich Brahe, heer tut Knuadorff en Lucia van Eysinga. Hij richtte te Leeuwarden een rederijkerskamer met de zinspreuk „Och, mocht het rijsen" op, waarvoor hij 2 tragicomedies en een zangspel schreef. In zijn eerste tragicomedie, getiteld „Timbre de Cardone en Fenicie van Messine" (1618), komt als tusschenspel „De vermaecklijke sotte-clucht van een Advocaat en een

Boer op t plat Jmesch voor, m zijn tweeue „ua,raïde" (uitgegeven in 1621), „De clucht van Jan Soetekau". Zijn zangspel is getiteld „Cluchtig t'samengesang van dry personagiën". In 1619 werd onder invloed van Bogerman door burgemeester en schepenen van Leeuwarden aan Starter het comediespelen verboden. In 1620 ]iet Starter zich te Franeker als student in de rechten inschrijven, doch vertrok vervolgens naar Amsterdam, terwijl zijn gezin te Franeker achterbleef, om een uitgave van zijn werken met gravures en muziek voor de liederen, die niet op een bekende wijs gezongen werden, afkomstig van Jacques Vredeman, voor te bereiden. Deze uitgave verscheen in 1621 bij Voskuyl onder den titel „De Friesche Lusthof". Hierin vindt men bruiloftsliederen, (lyrische en erotische liederen en kluchten, naast vertalingen van populaire Engelsche liederen. In 1622 werd Starter door 21 Amsterdamsche kooplieden in dienst genomen om tegen 12 carolusguldens

xiroVoHilro \rpr-7.pn vnnr ViPTl t.P. SP.hrilVGTL Van ZÜll V61>

Y* V/JU J-LJ JVO, * V J. uvii , w. " J ^ •>

der leven is weinig bekend, waarschijnlijk vertrok

1 •• • < nnc\ ... .. I TH l nonr Pornrün nr»

Dl] 111 10ZZ mei Jhmsu van luu/rm/vw* uocu u* "r

Zoom en in 1625 met hem naar Di'itschland. Waarschijnlijk is hij als soldaat geëindigd. Van zijn wer¬

ken noemen wij nog de üjKKiacnt op \vuwm L,uut..„•„•z. ei aoct\ n-irpr '+. nn+si>t, van "Rer^en 0D Zoom"

w/yrv p t

11 ea i \ SteotVineVifi" Rn T)e voorlooDer van de

yj.yjUj.jj „U uvvuuvvujv J5' l #

Mansfeldische Heldendaden" (1626). Ook voltooide

hij de „Angeniet van meaero

Cfaes T pan Kprvais. een Belgisch scheikundige,

T oniTfin flfin 9l8teil Augustus 1813. StU-

deerde te Gent in de geneeskunde, was geruimen tijd hoogleeraar in de scheikunde aan de militaire school

te Brussel en werd m 1841 lid van de .Belgische Academie. Hij leverde aanvankelijk onderzoekingen over eenige organische verbindingen, maar reeds in 1841 met Dumas een werk over het atoomgewicht der

koolstoffen enheeftzich sedert verdienstelijk gemaakt door zijn zeer nauwkeurige bepalingen van atoomgewichten. Ook was hij ijverig werkzaam op het gebied der theoretische en analytische scheikunde en gaf voor de gerechtelijke scheikunde een methode aan voor het aantoonen van alkaloïden in dierlijke stoffen (proces Bocarmé). In een verslag over zijn jarenlange onderzoekingen van het zonlicht sprak hij ia 1890, in aansluiting aan de werken van Hertz, de meening uit, dat het zonlicht van electrische natuur was. Stas was ook commissaris voor het muntwezen in België en vertegenwoordiger van België in de internationale commissie voor maten en gewichten. Hij overleed den 13den December 1891 te Brussel. Zijn „Oeuvres complètes" verschenen in 3 deelen

(1895).

Stassart, Gosmn Joseph Augustin, baron de,

een Belgisch staatsman, geboren te Mechelen den 2den September 1780, studeerde aldaar en te Parijs in de rechten, werd in laatstgenoemde stad in 1804 auditeur bij den staatsraad, in 1805 militair-intendant in Tirol, in 1807 bij het groote Fransche leger in Oost>Pruisen en werd in 1808 verplaatst naar Berlijn. Later keerde hij naar Frankrijk terug en werd er achtereenvolgens sousprefect in Orange en prefect in Vaucluse en daarna in het departement Bouches de la Meuse. Na. het verdrijven der Fran-

schen uit JNederland (löió) troK nij naar ranjs, was er gedurende de belegering ordonnansofficier van Vnniiw Tnvei fin vnficde yir-ti na den troonsafstand

van Napoleon I, als geboren Oostenrijker weder bij

. tt • 1 . J_ 1_ • T? L „

net rLUlS UOStenrijK, zooaai Keizer r rans nem tuu irampriippr hpnnpmrlfi. Hip.rnn bezocht, hii het Con¬

gres te Weenen, maar zag er zijn eerzuchtige plan-

" J „1 J « l.nn.Jn in V. r\i- *TO V» 1 Ö1 R Tl OOI*

nen verijueiu en kcciuc m nci< uogm vou iuiu ucww België terug. Gedurende zijn reis vernam hij de tijrHntr rlpr lnn^intr van Nnmnlp.nn en snelde naar Pariis

om dezen zijn diensten aan te bieden. Napoleon zond

hem m April van üat jaar met aepecnes naarueii keizer van Oostenrijk en bekleedde hem tevens met

volmacht, om over de hancmaving van aen vreae van Pariis te onderhandelen. Daar hij echter te Linz

, . , J ■, -i • j , _ ï £ i.::

verhmaera wera zijn reis voort re zetten, uegai hij iioh werW iimt Pariis waar hii de betrekkine van

requestmeester aanvaardde. Na den tweeden val

1 , ,•!!•••! j j u::

van Napoleon vestigae nij zien op zijn ïanugoeu uij Namen, waar hij zich wijdde aan letterkundige studiën. Wegens zijn Franschgezindheid was hij bij de Nederlandsche regeering weinig gezien. Daarentegen werd hij sedert 1821 door zijn landgenooten voortdurend afgevaardigd naar de Tweede Kamer der Staten-Generaal, waar hij zich bij de mannen der

oppositie voegde, m net uitDarsten van uen opstand te Brussel in September 1830 behoorde hij tot de afgevaardigden, die zich ten gevolge der oproeping naar 's Gravenhage begaven. Toen echter de revolutie een vasteren grondslag verkreeg, keerde hij naar België terug, waar hij lid werd van het Congres, eenige dagen aan het hoofd stond van het Comité van Binnenlandsche Zaken en daarop door het Voorloopig Bewind benoemd werd tot gouverneur van Namen. Zijn ijver en bekwaamheid werden weldra erkend. Hij werd lid en voorzitter van den Senaat en in 1834 gouverneur van Brabant. Toen in 1836 en

later de strijd ontbrandde tusschen ae uitramontaansche en liberale partij, stond hij weldra als groot¬

meester van de orde der vrijmetselaren in .oeigie aan het hoofd van laatstgenoemde. Dit was oorzaak, dat hij niet herkozen werd tot voorzitter van den Senaat, en daar hij ook met de regeering in botsing kwam, ontving hij in 1839 zijn ontslag als gouverneur van Brabant. Toen echter na aftreding van het ministerie de Theux de liberale partij weder aan het roer kwam, werd hij belast met een zending naar Turijn. In 1841 verloor hij het vertrouwen der liberalen, waarop hij de betrekking van grootmeester der Vrijmetselaarsorde en in 1847 die van senator nederlegde en tot het ambteloos leven terugkeerde, waarna hij den lldel1 October 1854 te Brussel overleed. Hij heeft belangrijke opstellen geleverd in de „Mémoires" der Bel¬

gische Academie en ook zijn „raDies neuuen nern grooten roem bezorgd. Zijn verzamelde geschriften zijn door hem uitgegeven in 1854.

Stassow, Wladimir, een Russisch schrijver over kunstgeschiedenis, geboren den 14dcn Januari 1824

Sluiten