Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

samenhangend wilde voorstellen. AchenwaU omgrensde het begrip nauwkeuriger en voegde ook de kennis van de staatsmerkwaardigheden bij de statistiek. Zijn leerling Schlözer, van wien de bekende definitie „Statistik ist stillstehende Geschichte, Geschichte ist fortlaufende Statistik" afkomstig is, sloot zich bij hem aan. Zij behandelden de statistiek ethnografisch, Büsching daarentegen voerde de vergelijkende methode in door de toestanden bij de verschillende volkeren te vergelijken.

Ondertusschen was de gewoonte ontstaan, de getallen, waardoor de verschijnselen op staatkundig, economisch en maatschappelijk gebied werden voorgesteld, in den vorm van tabellen te rangschikken en door grafische voorstellingen aanschouwelijk te maken. In de 16ae eeuw waren in Engeland kerkelijke registers ingevoerd, waarin huwelijken, geboorten en sterfgevallen werden opgeteekend. In 1662 toonde Jolm Graunt uit dergelijke lijsten aan, dat er in deze verschijnselen een zekere regelmaat heerschte. Veel invloed hadden het ontstaan van het verzekeringswezen en het toenemen van de kansspelen in de 17de eeuw, daar zij aanleiding gaven tot het ontstaan van de kansrekening, een onontbeerlijke grondslag voor de statistiek. Süszmilch steunde op statistische gegevens, toen hij in zijn „Göttliche Ordnung in den Veranderungen des menschlichen Geschlechts" (1741) tot de slotsom kwam, dat in het maatschappelijk leven een zekere regelmaat is waar te nemen, die niet uit enkele gevallen, doch uit een groot aantal gevallen afgeleid kan worden. Deze richting, die de verschijnselen in cijfers trachtte uit te drukken, noemde men lineaire of tabellarische statistiek; tegenover haar stonden de aanhangers van AchenwaU, ook Göttinger statistici genoemd, die de vroegere beteekenis, statistiek in den zin van historische en empirische staatsleer, wilden handhaven. Dit gelukte echter niet, daar het niet mogelijk bleek, deze zich sterk uitbreidende stof gelijkvormig te behandelen; de taak van deze wetenschap ging op een aantal andere, zooals staathuishoudkunde, staatsleer en aardrijkskunde, over. Een vertegenwoordiger van de oude richting bleef Wappaus (f 1879). Wel verschenen er bij voortduring statistische beschrijvingen van landen of deelen van landen, daarin werd echter de statistiek niet om zich zelve behandeld, haar resultaten dienden als grondslagen en tot verduidelijking van andere wetenschappen.

De richting van Süszmilch werd gevolgd door Quételet in zijn „Sur 1'homme et le développement de ses facultés"(1835), waarin hij de uit de statistische gegevens blijkende regelmaat in de verschijnselen als een physiologie van de menschheid beschouwde. Vooral legde hij nadruk op de regelmaat in de verschijnselen op moreel gebied, waarin hij door Wagner en Von Oettingen gevolgd werd. De mathematischtheoretische zijde van de statistiek, vooral de bevolking en het verzekeringwezen betreffende, werd bestudeerd door Moser, Fischer, Heim, Bertillon, Westergaard, Wittstein, Zeuner, Knapp, Lexis en Bortkewitsj.

De nauwkeurige onderzoekingen van den laatsten tijd zijn alleen mogelijk geworden, doordat de overheid zich in de verschillende landen met de statistiek ging bemoeien. De eerste organisatie voor een officiëele statistiek kwam in 1756 in Zweden tot stand, waar een commissie jaarlijks de beweging van ,de bevolking bestudeerde. In de 1946 eeuw ontston¬

den overal bureaux, die met het verzamelen, rangschikken en publiceeren van het materiaal belast werden. Reeds in 1796 was in Frankrijk zulk een inrichting ontstaan, die echter van korten duur was. In 1800 werd aldaar een nieuw bureau opgericht, waarop verschillende andere landen volgden. Tegenwoordig bezitten de meeste landen één centraal lichaam, in Engeland bezit men echter verschillende bureaux; in de Vereenigde Staten van Noord-Amerika bestaat geen permanente inrichting, doch wordt zulk eene voor elk onderzoek,dat om de lOijaar plaats heeft, ingesteld. Voor ons land zie het artikel Bureau voor Statistiek.

Naast de officiëele inrichtingen bestaan in verschillende landen ook particuliere instellingen. Van veel belang is de vergelijking van de opgaven van het eene land met die van andere. Daarom heeft men verschillende pogingen gedaan om de statistiek overal zooveel mogelijk naar dezelfde beginselen in te richten. Op verschillende statistische congressen heeft men hiervoor gewerkt. Het eerste Internationale Congres voor de Statistiek werd in 1853 te Brussel gehouden, daarop volgden die te Parijs (1855), Weenen (1857), Londen (1860), Berlijn (1863), Florence (1866), 's Gravenhage (1869), Petersburg (1872) en Boedapest (1876). Als een soort vervolg hiervan kan men de sedert 1878 te Pest herhaaldelijk gehouden congressen voor hygiëne en demografie beschouwen. In 1885 werd te Londen besloten een Internationaal Instituut voor Statistiek, gevestigd te Rome, op te richten. Dit instituut geeft het „Bulletin de 1'Institut international de Statistique" uit en houdt alle 2 jaar afwisselend op verschillende plaatsen een bijeenkomst.

Statistische resultaten kunnen in de eerste plaats door een beschrijving worden bekend gemaakt, deze geeft echter geen zuivere voorstelling, zoodra een aantal feiten in aanmerking komen. In dat geval komen cijfers, in den vorm van tabellen gerangschikt, te hulp. Een beter middel voor een snel en gemakkelijk overzicht van verschillende verschijnselen leveren echter de grafische voorstellingen (zie aldaar).

Statistiek, Centrale Commissie voor de. Zie Bureau voor Statistiek.

Statistisch Bureau. Zie Bureau voor Statistiek.

Statistische congressen. Zie Statistiek.

Statistische kromme. Zie Waarschijnlijkheidskromme.

Statistische machines zijn machines, waarmee men machinaal de uitkomsten van volkstellingen, verkiezingen en andere statistische opnemingen verkrijgt. Zij zijn van Amerikaanschen oorsprong en werden in 1890 voor het eerst gebruikt bij de volkstelling in de Vereenigde Staten. Later paste men ze o. a. ook in Oostenrijk en Canada toe. Deze machines berusten op het gebruik van kaarten, afgedeeld in vakken, waarin de gebruikelijke opgaven, bijv. man, vrouw, gehuwd, ongehuwd, weduwnaar, gescheiden enz. vermeld zijn. Het antwoord wordt gegeven door het doorboren van het vakje, dat deze opgave bevat. De leeftijd wordt bijv. aangegeven, doordat 2 rijen cijfers,een voor de tienen en een voor de eenen aangegeven zijn, waarvan de den leeftijd vermeldende cijfers weder doorboord worden. De doorboorde kaarten brengt men in de telmachine. De werking van deze berust daarop, dat dóór de ga-

Sluiten