Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Steenen of Bouwsleenen noemt men steensoorten van verschillenden aard, die meestal bij het bouwen worden gebruikt. Voor zoover zij niet als stukken in de nabijheid van grootere rotsmassa's (rotssteenen, zwerfblokken enz.) gevonden worden, worden zij meestal op hun vindplaatsen uitgehouwen (steengroeven). Gewoonlijk verkrijgt men hen door dagbouw; ligt echter het gesteente diep onder de aardoppervlakte, dan past men groefbouw toe, zooals o.a. bij Maastricht. Bij het winnen der steenen maakt men gebruik van houweelen, breekijzers en zagen, al of niet in verbinding met een stoomhamer, waar deze niet voldoende zijn, wendt men boormachines, kruit en dynamiet aan. De uit de groeven afkomstige, ruwe steenen worden ten deele terstond gebruikt, maar meestal nog verder bewerkt door steenhouwers.In dennieuweren tijdgebeurtzulksook dikwijls met behulp van machines. Voor baksteenen zie Aardewerk.

Steenenhoek, Kanaal van, een kanaal in de Zuid-Hollandsche gemeenten Gorinchem, Schelluinen en Hardinxveld, werd in 1818 gegraven om aan het water van de Linge en de Zederik een betere afwatering te verschaffen.

Steenkerken is een plaats in de Belgische provincie Henegouwen, arrondissement Loignies, gelegen aan de Senne. Het is bekend door de overwinning der Franschen onder den maarschalk de Luxembourg op Willem III van Oranje, op den 3den Augustus 1692. Het plaatsje telt (1905) 604 inwoners.

Steenkolen is de naam van natuurlijke, in de aarde voorkomende koolstof met een gehalte aan zuivere koolstof van 70—85% en een zwarte streek. Zij wordt in alle formaties, welke ouder zijn dan het krijt aangetroffen, vooral echter in de naar haar genoemde steenkolenformatie (zie aldaar), in lagen tusschen zandsteen en leihoudende klei gelegen. Deze lagen bezitten een dikte van eenige centimeters tot 10 en 15 m. De steenkolen ontstonden door langzame verkoling van in massa opgehoopte plantenresten en vormen in dit opzicht den tusschenvorm tusschen bruinkool en anthraciet. De planten, welke het materiaal voor de steenkolen hebben geleverd, zijn

naar mate van de formatie zeer verschillend, en wel

zijn het in de Wealden- en de Keyperformatie coni¬

feren en cyadeeën, in de steenkolenformatie lepidodendrons, sigillariën, calamieten en varens, in de Devonisclie en de Silurische formatie algen.

De steenkolen vormen het belangrijkste van alle brandstoffen en dienen als uitgangsprodukt van de lichtgasbereiding. Voor sommige doeleinden zet men de steenkolen om in cokes (zie aldaar). Naar het gedrag bij het verhitten en de opbrengst en hoedanigheid der zich vormende cokes onderscheidt men: l)bakkolen, waarvan het poeder, in een kroes verhit, smelt en tot een gladde, metaalglanzende, homogene massa samenvloeit; 2) sin terkolen, waarvan het poeder in een vaste massa verandert, .zonder eigenlijk te smelten; 3) z a n d k o 1 e n, als het poeder bij het verhitten geen samenhang verkrijgt. Men onderscheidt verder magere kolen, welke bij droge destillatie weinig gas geven en niet smelten; vette kolen, welke veel koolstofrijk gas en een vloeibaar destillaat leveren en smelten; vlamkolen, waaruit men eveneens veel, maar koolstofarm gas wint. Aan deze steenkolensoorten sluiten zich de anthracietsoorten aan, welke bij het verhitten geen gas ontwikkelen, onveranderd blij¬

ven en als door de natuur geleverde cokes kunnen worden beschouwd. De hakkolen zijn vooral geschikt voor de smederij en voor de fabricage van cokes, terwijl de gasrijke zand- en sinterkolen voor vuren onder vlamovens dienen.

Het soortelijk gewicht van steenkool schommelt tusschen 1,16 en 1,64 om de gemiddelde waarde 1,32. Bij het liggen in de lucht verliezen de steenkolen aan gewicht en aan verwarmend vermogen; liggen zijl2maanden in de open lucht,dan kan het gewichtsverlies tot 1,5%, het verlies aan verwarmend vermogen tot 6 % bedragen. De ontleding of verwering geschiedt hetlevendigstbij temperatuurverhooging, dus als de steenkolen op groote hoopen liggen. De verwarming geschiedt zeer snel bij kleine kolen, welke zwavelkies bevatten en kan tot de verbrandingswarmte toenemen.

De opbrengst der voornaamste steenkolenlanden in 1904 in tonnen bedroeg;

Groot-Brittannië 236 158 000

Duitschland 120 816 000

Frankrijk 34 168 000

Oostenrijk-Hongarije 40 531 000

België 22 761 000

Rusland 19 628 000

Vereenigde Staten van Noord-

Amerika 319[611 000

De opbrengst over de geheele aarde bedroeg 876 592 000 ton. De drie landen Groot-Brittannië, Duitschland en de Vereenigde Staten leveren tegenwoordig 84 % der wereldproduktie. Voor de ligging der voornaamste kolenvelden zie Steenkolenjmnatie.

De groote rijkdom aan steenkolen en de vroegtijdige ontginning hebben veel bijgedragen tot de sterke ontwikkeling van de Engelsche nijverheid en handel. De steenkolen leverden voor de nijverheid de brandstof, voor scheepvaart en handel een belangrijk uitvoerprodukt. In Duitschland heeft de ontginning van steenkolen eerst in de laatste tientallen jaren beteekenis gekregen en welhoofdzakelijk in zes groote steenkolenbekkens (zie Duiische Rijk, Geologie). Voor den uitvoer liggen de bekkens ongunstig, omdat zij te ver van de zee verwijderd zijn.

voor een deel echter ook voor de Duitsche nijverheid, omdat zij voornamelijk, hoogstens met uitzondering van het Ruhrbekken, op de grenzen van het rijk liggen.

Voor de industriëele ontwikkeling der verschillende landen geeft het kolenverbruik, dat in directen samenhang staat met de in de nijverheid gebruikta stoommotoren en machines, met de ontwikkeling van de ijzer- en machine-industrie, van het verkeerswezen en van de verlichting, een zekeren maatstaf aan. Het absolute verbruik van steenkolen bedroeg in tonnen in 1901 in:

Groot-Brittannië 161 378 000

België 18 827 000

Vereenigde Staten van Noord-

Amerika 255 483 000

Duitschland 98 174 000

Frankrijk 44 673 000

Oostenrijk-Hongarije 18 598 000

Rusland 19 845 000

De waarde der steenkolenproduktie bedroeg in 1904 in Groot-Brittannië 1006, in Duitschiand 687,5 in Frankrijk 218, in België 137, in OostenrijkHongarije 122,en in de Vereenigde Staten van NoordAm erika 1121 millioen gld. De waarde der . totale

Sluiten