Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dag waarop de rechterlijke uitspraak kan worden ten uitvoer gelegd, wordt zij vervangen door hechtenis voor den bij het vonnis bepaalden tijd of ten aanzien van minderjarigen beneden 18 jaren door plaatsing in een tuchtschool.

Over de verschillende straffen in het bijzonder zie men de artikelen Dwangopvoeding, Gevangeniswezen, Rijkswerkinrichting en Verbeurdverklaring.

Veel strijd is en wordt nog steeds gevoerd over de vraag, of de doodstraf een deel van het strafstelsel behoort uit te maken. In vroegere strafstelsels nam deze straf een belangrijke plaats in. In het Mozaïsche recht had men vierderlei doodstraf: steenigen, verbranden, onthoofden en worgen. Te Rome kwamen voor het worgen, onthoofden, werpen van de Tarpejische rots en verdrinken in den Tiber. In Frankrijk had men in de 18a<! eeuw nog 6 soorten van doodstraf. De Code Pénal bedreigde de doodstraf in 34 artikelen. Hier te lande werd zij beperkt in 1854 en afgeschaft in 1870, althans in de burgerlijke strafwetgeving; in de militaire bestaat zij in sommige gevallen nog en ook het nieuwe militaire strafwetboek dat in 1903 is vastgesteld, heeft haar gehandhaafd. De voorstanders van de doodstraf, die hier te lande vooral onder de antirevolutionnaire partij worden gevonden, beroepen zich eenerzijds op het vergeldingsbeginsel — bij voorkeur onder aanhaling van het Bijbelwoord: „wie bloed vergiet, diens bloed zal ook vergoten worden" -— anderzijds op de omstandigheid, dat zonder doodstraf de maatschappelijke veiligheid niet kan worden gehandhaafd, en op het recht der gemeenschap om personen die voor de maatschappelijke rust een bedreiging opleveren, te verwijderen. Daartegenover voeren de tegenstanders aan, dat de doodstraf niet afschrikt — althans niet meer dan de levenslange gevangenisstraf — maar integendeel tot misdrijven prikkelt; dat bovendien door de gratie die in de meeste gevallen gegeven wordt, veel van de afschrikkende werking verloren gaat; dat de wijze van tenuitvoerlegging groot bezwaar oplevert; dat de rechter geen rekening kan houden met den schuldgraad; eindelijk — en dit is een zeer gewichtig argument — dat bij een rechterlijke dwaling, die nimmer is uitgesloten, geen herstel mogelijk is.

Strafbare feiten. Strafbaar feit is de algemeene naam, in onze strafwetgeving aangenomen voor het bij de wet strafbaar gestelde handelen of nalaten. Onze wetten stellen op allerlei gebied verbods- en gebodsbepalingen. Aan overtreding van zoodanige bepalingen kan straf worden verbonden. Niet in alle gevallen geschiedt dit; soms wordt aan de schending van het recht alleen een burgerrechtelijke vordering tot schadevergoeding of anderszins verbonden, hetzij omdat de wetgever dit voor de handhaving van het recht voldoende acht, hetzij omdat hij de overtreding uit een algemeen maatschappelijk oogpunt niet belangrijk genoeg vindt om daarop straf te stellen. Het is moeilijk, zoo niet onmogelijk, algemeene regelen te geven voor de vraag, in welke gevallen de wetgever straf behoort te bedreigen. Meer en meer wint de meening veld, dat principieel onderscheid tusschen strafbaar en niet-strafbaar onrecht niet bestaat en dat de wetgever zich van strafbedreiging behoort te onthouden waar met andere middelen ter handhaving van het recht kan worden volstaan.

Ons tegenwoordig strafrecht verdeelt de strafbare feiten in misdrijven en overtredingen. De Fransche Code Pénal had een drieledige onderscheiding in misdaden (crimes), wanbedrijven (délits) en overtredingen (contraventions). De onderscheiding tusschen misdaden en wanbedrijven vond haren grond in de omstandigheid, dat tegen de eerste onteerende straffen bedreigd waren. Groot verschil bestond er in de wijze van berechting: de vervolgingen wegens misdaden dienden in eersten aanleg voor het Gerechtshof als crimineele zaken, die wegens wanbedrijven voor de Arrondissements-Rechtbank als correctioneele zaken. Het tegenwoordige Wetboek heeft gebroken met de onteerende straffen en in verband daarmede ook met het verschil tusschen misdaden en wanbedrijven. Het onderscheid tusschen misdrijven en overtredingen is blijven bestaan. Veel is getwist over de vraag, of er voldoende grond voor deze onderscheiding bestaat. Zij werd door de ontwerpers van het Wetboek aldus verdedigd, dat er feiten zijn welke onrecht inhouden en dus strafwaardig zijn, ook voordat de wet ze strafbaar heeft gesteld (rechstdelicten) en andere, die hun onrechtmatig karakter en dus hun strafwaardigheid eerst aan de wet ontleenen (wetsdelicten). — In ons Wetboek van Strafrecht worden de misdrijven behandeld in het Tweede, de overtredingen in het Derde Boek. Ten aanzien van strafbare feiten, in bijzondere wetten voorkomende, wordt telkens in de desbetreffende wetten gezegd, of zij misdrijven dan wel overtredingen zijn. In 't algemeen zijn tegen misdrijven zwaardere straffen bedreigd dan tegen overtredingen; tegen misdrijven meestal gevangenisstraf of geldboete, in enkele gevallen hechtenis; tegen overtredingen meestal geldboete, soms ook hechtenis. Verdere punten van verschil zijn de volgende: Misdrijven worden (met uitzondering van eenvoudige strooperij) in eersten aanleg berecht door de Arrondissements-Rechtbanken; overtredingen (met uitzondering van bedelarij, landlooperij en belasting-overtredingen) door de Kantongerechten. Bij misdrijven maakt de wet een onderscheid tusschen het plegen van het feit met opzet (doleuze misdrijven) of door schuld (culpose misdrijven); in de omschrijving der meeste misdrijven wordt öf opzet öf schuld uitdrukkelijk vermeld en de straf tegen beide soorten misdrijven is zeer verschillend. Bij overtredingen wordt in het Wetboek van opzet en schuld niet gerept en is volgens sommigen de geheele schuldvraag voor de strafbaarheid zonder belang, terwijl volgens anderen nooit straf kan worden opgelegd zonder dat schuld aanwezig is. Men spreekt van opzet, wanneer de wil gericht is op het door de wet verboden gevolg; van schuld, wanneer de dader had kunnen en moeten voorzien, dat door zijn handelen of nalaten het door de wet verboden gevolg zou intreden. — Andere punten van onderscheid tusschen misdrijf en overtreding zijn, dat bij overtredingen poging en medeplichtigheid niet strafbaar zijn; dat de verjaringstermijnen verschillend geregeld zijn; dat alleen bij overtredingen de dader bevoegd is om door betaling van het maximum der geldboete het recht tot strafvordering te doen vervallen.

Strafford, Thomas Wentworth, graaf van, een Engelsch staatsman, geboren den 13den April 1593 uit een oud geslacht in het graafschap York, werd in 1613 en opnieuw in 1621 lid van het Lagerhuis, waar

Sluiten