Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Romaansche en de Germaansche philologie, maakte den veldtocht van 1870—1871 mede en voltooide zijn studie daarna te Marburg, waar hij zich in 1873 als privaat-docent voor de Romaansche taal en letterkunde vestigde. In 1876 werd hij als buitengewoon hoogleeraar te Zürich, een half jaar lp ter als gewoon hoogleeraar te Munster in Westfalen benoemd. In 1876 vertrok hij in dezelfde betrekking naar Halle. Hij schreef: „Ueber die Matthaus Paris zugeschriebene Vie de Saint Auban"(1876), „Ueber die Mundart des Leodegarliedes", „Ueber die Sage von Offa und Thrydho", „Die französische und provenzalische Sprache und ihre Mundarten", „Ancassin etNicolete"(1878), „BibliothecaNormannica" (7 dln., sedert 1879), „Denkmaler provenzalischer Literatur und Sprache" (1883), „Oeuvres poétiques de Philippe de Remi" (2 dln., 1884), „Altfranzösische Grammatik" (dl. 1, 1893), „Les Narbonnais" (2 dln., 1898), „Geschichte der Französischen Literatur" (1900) en „Molières Kampfe um das Aufführungsrecht des Tartuffe" (1903).

Suchitoto is de oude hoofdstad van het departement Cuscutlan van de republiek San Salvador in Middel-Amerika. Zij ligt 5000 m. boven den zeespiegel aan de Rio Lempa en telt 14 255 inwoners. In de omgeving wordt maïs en suikerriet verbouwd.

Suchtelen, Jan Pieter, graaf van, afkomstig uit een aanzienlijk Nederlandsch geslacht, geboren te Grave in Noord-Brabant den 2den Augustus 1751, werd officier bij de genie en ontving in 1783 den rang van luitenant-kolonel. In dat jaar ging hij over in Russischen dienst, werd er in 1786 kolonel, voerde bij dat wapen vele verbeteringen in en werd in 1792 bevorderd tot generaal-majoor. In 1789 en 1790 streed hij in Finland, waar hij door een Zweedschen kogel werd gewond, behoorde de volgende drie jaren tot het leger aan de Dwina en werd in 1793 belast met het herstel van de vestingen in Polen. Ook ontwierp hij het Catharinakanaal, waardoor de Witte Zee met de Kaspische Zee verbonden werd, en had het opzicht over den aanleg daarvan. In 1797 werd hij luitenant-generaal en in 1799 generaal en chef. Hij nam deel aan den oorlog van 1805, zag zich daarna belast met een zending naar Pruisen en was in 1808 en 1809 kwartiermeester-generaal bij het Russische leger in Zweedsch Finland. Hier bestuurde hij het beleg van Sweaborg, dat hij door een krijgslist bemachtigde. Van 1809 tot 1811 was hij ambassadeur in Zweden en vervolgens in Frankrijk, en gedurende den oorlog van 1813 bevond hij zich in het gevolg van den kroonprins van Zweden en woonde de veldslagen van Leipzig en Dennewitz bij. Na het sluiten van den vrede werd hij weder gezant bij het Zweedsche Hof en overleed in die betrekking den 10den Januari 1836. Keizer Alexander had hem in 1812 tot baron en eenige jaren later tot graaf verheven. Hij was een liefhebber van de munten penningkunde,alsmede van degeschiedenisderletteren en hield briefwisseling met de voornaamste bibliografen van Europa. Zijn muntkabinet gaf hij ten geschenke aan de Academie van Wetenschappen te Petersburg. Hij bezat een uitgezocht kabinet van schilderijen en een uitgebreide bibliotheek.

Suchtelen, Jhr. Nico laas Johannes van, een Nederlandsch dichter, werd den 26aten October 1878 te Amsterdam geboren, vertrok op 11 jarigen leeftijd naar Hannover, en kwam in 1893 in Nederland terug, woonde te Haarlem en genoot daar op de hoogere

burgerschool zijn voorbereidende opleiding (eindexamen 1897). In 1898 deed hij het Staatsexamen in Grieksch en Latijn en werd in dat zelfde jaar aan de universiteit te Amsterdam ingeschreven als student in de wis- en natuurkundige faculteit. Tevens begon hij toen aan zijn eerste drama in verzen, de tragedie „Kroisos". Na een jaar studie kwam hij door zijn letterkundigen arbeid in aanraking met dr. Fr. van Eeden en spoedig trok hij als kolonist naar Walden, maar deed nochtans in October 1901 met goed gevolg het candidaatsexamen. Na zijn huwelijk in 1902 vestigde hij zich te Bentveld, en wijdde zich nu bijna uitsluitend aan literairen arbeid en wijsgeerige studie. In 1903 verscheen in het „Tweemaandelijksch tijdschrift" zijn eerste bijdrage, het dramatische gedicht „Primavera", dat in de scenerie herinneringen bevat aan een groote reis naar Italië en Sicilië, welke hij enkele jaren te voren maakte. Thans wijdde hij zich opnieuw aan de academische studie en wel op het gebied der staatswetenschappen. In October 1904 slaagde hij voor zijn candidaats examen in de rechten en begaf zich met zijn gezin voor verdere studie naar Zurich. Na l'/2 jaar keerde hij naar Nederland terug, vestigde zich te Blaricum, en werd deelgenoot van de uitgeversfirma Maas en van Suchtelen te Amsterdam, die echter na drie jaar teniet ging en hem op 't verlies van zijn vermogen te staan kwam. Zijn studie en letterkundige arbeid werden eerst na deze catastrofe weer voortgezet. In November 1909 legde hij het doctoraal examen af in de Staatswetenschappen en ging vervolgens naar 's Gravenhage, waar hij als redacteur voor de afdeeling Buitenlandwerdverbondenaan„HetVaderland".Hij leverde bijdragen aan: „De Gids", „Tweemaandelijksch tijdschrift", „XXe Eeuw", „De Beweging"en „Groot Nederland". In afzonderlijke uitgaven verschenen van hem: ,,Primavera"(1903), „Verzen" (1905), „Quia absurdum"(1910). Ter publicatie zijn gereed: „De Meermin", dramatisch gedicht, en „De tuin der droomen", comedie.

Suck. is bij namen uit de natuurlijke historie een afkorting voor Georg Adolf Suckow (1751—1813).

Sucramine noemt men het ammoniumzout van de saccharine. Het is ongeveer 700 maal zoo zoet als geraffineerde suiker.

Sucre is de hoofdstad van het departement Chuquisaca in Bolivia en een van de 3 hoofdsteden van de republiek. Zij ligt 2694 m. boven den zeespiegel in een door bergen omringde vlakte aan de Cochimayo, een zijrivier van de Pilcomayo. De huizen zijn meest van één verdieping en goed gebouwd. Men vindt er een fraaie hoofdkerk, eenige andere kerken, een universiteit, een seminarium, een Latijn sche school, een mijnbouwacademie, een weeshuis, een ziekenhuis en (1900) 20 907 inwoners.

Sucre werd in 1536 onder den naam Charcas gesticht, ontving vervolgens, naar de zilvermijnen in de nabijheid, den naam Ciudad de la Plata, heette daarna Chuquisaca, totdat het in 1825, na de overwinning van generaal Sucre bij Ayacucho, den tegenwoordigen naam ontving.

Suczawa, een stad in de Boekowina, ligt aan de rivier van dien naam en aan den spoorweg, bezit een kantongerecht, een Grieksche kerk met een klooster en het graf van den heiligen Johan Novus, een kerk gewijd aan Sint Demetrius, eenige ruines van burchten, een gymnasium een ziekenhuis, een

Sluiten