Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en van ooft, alsmede overdreven inspanning des geestes of drukkende gemoedsaandoeningen; maar meestal is geen bepaalde oorzaak te vinden. Niet zelden is er een erfelijke dispositie voor suikerziekte in 't spel. De lijders zijn gewoonlijk zeer vermagerd; hun huid is droog en dikwijls met puisten bedekt; hun longen bevinden zich niet zelden bij de lijkschouwingen in een kaasachtigen of in een tuberculeuzen toestand; de maag en de nieren hebben zich uitgezet, maar zijn voor 't overige niet veranderd, en de overige belangrijke organen evenmin. Het begin der ziekte verschuilt zich vaak achter vage algemeene verschijnselen, zoodat het herhaaldelijk voorkomt, dat eerst het onderzoek der urine de diepere oorzaak der klachten openbaart. Zeer verdacht is de herhaald geuite bevreemding van de patiënten, dat zij verbazenden, ja geeuwhonger hebben en zich toch steeds moe voelen en ook de sterke dorst, die hen vaak ook 's nachts doet drinken, valt den patiënten zelf dikwijls op, evenals het gevoel van dikke tong en drogen mond. In andere gevallen is het de oogarts, die om de vorming van een staar of in verband met een eigenaardige netvliesontsteking de urine van den patiënt onderzoekt en dan diabetes ontdekt. Zeldzamer zijn jeuk en puistvorming op de huid, impotentie of zenuwpijnen (vooral ischias) de beginsvmptomen der ziekte. Haar voornaamste verschijnsel is dan ook het loozen van een zeer groote hoeveelheid zoet smakende urine met een aanmerkelijk soortelijk gewicht. Die hoeveelheid bedraagt in een etmaal vaak 3—5 liter en meer. Het soortelijk gewicht der urine is van het suikergehalte afhankelijk en klimt in lichte gevallen tot 1,020-1,030, in zware gevallen tot 1,050 en nog hooger. De aanwezigheid van suiker in de urine blijkt door de suikerproef. Gewoonlijk bezigt men die van Trommer. Men vermengt namelijk een hoeveelheid urine, waaruit men het eiwit verwijderd heeft, met een aanmerkelijke hoeveelheid bijtende kali- of natronloog, voegt er voorts een zwakke oplossing van kopervitriool bij, zoolang de aanvankelijk gevormde neerslag weder oplost, en verwarmt de urine. Indien zich dan bij het verwarmen vóór het bereiken van het kookpunt rood koperoxydule of geel koperoxydulhydraat afscheidt, blijkt daaruit, dat men niet tevergeefs naar suiker heeft gezocht. Tot bepaling van het procentgehalte aan suiker en van de dagelijks afgescheiden hoeveelheid suiker dient de titreervloeistof van Fehling (een kopervitriooloplossing van bekende sterkte) of de gistproef, waarbij eenig gist aan de urine toegevoegd wordt. Er wordt dan uit de suiker alkohol en koolzuur ontwikkeld, ,welk laatste boven de urine stijgt en aan welks volumen men het procentgehalte aan suiker kan aflezen ophettoestelletje. Bij een geringen graad der ziekte bevat de urine slechts 1 tot 2 % suiker, bij ergeren graad 6—10 % of nog meer. De hoeveelheid suiker, die in een etmaal aigescheiden wordt, kan zelfs tot een kilo stijgen.

Voor de beoordeeling van den toestand is echter volstrekt niet het gehalte aan suiker alléén van belang, ook andere abnormale stoffen, en onder deze vooral het aceton, zijn van gewicht, daar het laatste een rol schijnt te spelen in het tot stand komen van zware zenuwverschijnselen. Het bedrag aan suiker is gedurende de ziekte in hooge mate afhankelijk van de voedingsmiddelen, want in vele gevallen kan men de suiker geheel uit de urine doen verdwijnen als men den patiënt een voeding voorschrijft, geheel vrij van

koolhydraten. De diabeticus mist dan het vermogen om de amylacaeën der voeding als een gezond geheel tot koolzuur en water te oxydeeren.Maar in de zwaardere vormen houdt ook ondanks die voeding de suikervorming niet geheel op en kan zelfs uit eiwit suiker gevormd worden, dus bij uitsluitend vleeschdiëet. De lijders gevoelen een gestadigen dorst; zij drinken veel, omdat door de nieren veel vocht uit het lichaam wordt afgescheiden. De dorst is eenige uren na den maaltijd het hevigst, terwijl de huiduitwaseming schier geheel en al verdwijnt. In weerwil van groote hoeveelheden voedsel worden de lijders allengs magerder, omdat het voedsel in plaats van tot onderhoud des lichaams tot suikervorming gebruikt wordt. Ook de stikstofhoudende bestanddeelen des lichaams hebben daarbij te lijden, zooals blijkt uit het aanzienlijk pisstofgehalte. Daarenboven ontstaat verderf in de tanden en zeer licht ontsteking in verschillende weefsels en organen. Niet zelden ruikt de uitademingslucht der patiënten naar ooft door het aceton en in de latere perioden zijn zeer vaak de longen ziek; bijna de helft van alle zieken sterft aan longtuberculose. Wij zagen reeds dat bij de secties de nieren gewoonlijk vergroot zijn, maar toch blijven zij meestal gezond; soms echter ontstaat op den duur een nierschrompeling, waarbij het suikergehalte sterk afneemt. Ook de droge huid wordt later niet zelden ontstoken, en terwijl men eerst alleen puisten vindt, treden later niet zelden carbunkels op of etteringen in. het onderhuidsche bindweefsel. Herhaaldelijk komen gevallen voor van gangraen, waarbij enkele teenen afsterven. Wat het zenuwstelsel betreft, noemden wij reeds de zenuwpijnen, die juist in het begin veel voorkomen, maar veel ernstiger en niet zelden doodelijk is het diabetisch coma. Eerst wordt bij zoo'n aanval de patiënt hevig beangst, delireert en is nauwelijks in bed vast te houden. Maar langzamerhand wordt hij steeds suffer, tot hij in diepe bewusteloosheid in coma wegzinkt, waarbij de ademhaling diep en snorkend is en de temperatuur tot onder de 30° 0. kan dalen. De adem ruikt door het aceton sterk naar chloroform. Soms komt zoo'n aanval zonder de opwinding in het begin en een enkelen keer verbetert de toestand nog, maar meestal eindigt een dergelijke aanval met den dood. De oorzaak van het coma moet in een vergiftiging van het lichaam met aceton en andere abnormale stofwisselingsproducten gezocht worden. Het verloop van de suikerziekte strekt zich gewoonlijk uit over jaren, en slechts zelden eindigt deze ziekte na eenige weken met den dood. Intusschen is in den regel haar einde de dood onder sterke vermagering en verval van krachten. Een volkomen en duurzame genezing behoort tot de zeldzaamheden. De vormen van diabetes verschillen zeer; praktisch moeten de lichte vormen, waarbij de suiker bij de dierlijke voeding verdwijnt, van de zwaardere onderscheiden worden; want ook de andere verschijnselen der ziekte zijn bij de eerste veellichter, maar de eerste gaat niet zelden in den zwaarderen vorm over. Soms kunnen de patiënten jaren lang in evenwicht blijven.

Omtrent den aard dezer ziekte verkeert men nog in het onzekere. Men weet slechts, dat zij een storing is van den normalen gang der stofwisseling, waarbij suiker in het bloed wordt opgehoopt. De koolhydraten worden in maag en darm in suiker omgezet en dit wordt in de wortels der poortader opgenomen. Ver. der wordt uit het lichaam zeer verbreide glycogeen.

Sluiten