Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hervormden 6 417

Evangelisch Lutherschen 2 767

Roomsch Katholieken 16 082

Evangelische Broedergemeente 28151

Israëlieten 1052

Vrije Evangelisatie gemeente 165

Episcopale gemeente 1 579

Doopsgezinden 27

Mohammedanen 9 877

Hindoes 14 486

Leer van Confucius 17

Anderen en zonder kerkgenootschap . 2 119

In 1909 bedroeg het aantal huwelijken 475, dat der gewettigde kinderen 616, der geboorten 2814, waarvan 635 in en 2179 buiten echt, het aantal sterfgevallen 2075, zonder de levenloos aangegevenen.

De eenige plaats van beteekenis is de hoofdstad Paramaribo (zie aldaar), met 34 795 inwoners. Daarnaast moeten nog genoemd worden: Nieuw-Nickerie met 1898, Totness met 536 en Albina met 452 inwoners. Alle overige bewoners zijn op de plantages gevestigd, die derhalve de plaats van onze dorpen innemen. Zij liggen langs de rivieren en kanalen, binnen het bereik van den vloed, geen enkele verder dan 20 uren van de hoofdstad verwijderd. Het verkeer geschiedt geheel te water, gedeeltelijk met kleine stoombooten. Ook de plantages zelf zijn van kanalen doorsneden en worden door dijken, somtijds tot 3 m. hoog, ingesloten. Van de bewoners zijn doorgaans alleen de directeur en de opzichters blanken, de overigen Negers en immigranten. De directeur bewoont een echt oud-Hollandsche buitenplaats, de verdere gebouwen liggen over de plantage verspreid. De oppervlakte der plantages verschilt van 500 tot 2000II. A., het aantal bewoners van 40 tot 2000. Iedere plantage vormt een op zichzelf staand geheel en levert met hare palmenlanen, hare witte gebouwen, fraai geboomte en lichtgroene cacaoaanplantingen of suikervelden een bekoorlijk gezicht op. Vele plantages zijn echter verlaten en in wildernissen veranderd sedert de opheffing der slavernij groot gebrek aan werkkrachten heeft doen ontstaan en het eerst in onzen tijd gelukt is, daarin door invoer van koelies te voorzien. ....

Onderwijs en godsdienst. Het onderwijs in Suriname kan in openbaar en bijzonder verdeeld worden. Het omvat dezelfde leervakken als het lager onderwijs in Nederland en wordt gegeven door in Nederland of in de kolonie zelf door Nederlandsche onderwijzers opgeleide onderwijzers. De voertaal is het Nederlandsch; alleen in de laagste klassen der volksscholen is de onderwijzer dikwijls verplicht zich van het Neger-Engelsch te bedienen tegenover nieuwelingen, die geen woord Hollandsch verstaan. Voor de meerderheid der leerlingen is het Nederlandsch een vreemde taal en bij de Boschnegers wordt het onderwijs in den regel in het Neger-Engelsch gegeven. Met enkele uitzonderingen zijn de schoolboeken dezelfde, die ook bij ons gebruikt worden. Op de scholen in de hoofdplaats worden ook schoolreisjes gedaan, zoowel te land als te water. Sedert 1876 bestaat er leerplicht voor kinderen van 7—12 jaar. De onderwijzers worden onderscheiden in 4 rangen, waarvan de eerste gelijkwaardig is met dien van hoofdonderwijzer, de derde met dien van onderwijzer bier te lande. De opleiding van onderwijzers geschiedt in de kolonie door de gouvernementsnormaalschool, den cursus door

lietSurinaamsch onderwijzersgenootschap opgericht, dien van de Evangelische Broedergemeente en dien van de R. Katholieke missie. Zij telden in 1908 resp. 52, 19, 27 en 8 leerlingen. In de groote vacantie wordt van gouveniementswege een kostelooze landbouwcursus gehouden. Verder vindt men te Paramaribo een ambachtsschool, een machinistenschool, een school tot opleiding van geneeskundigen en apothekers, een muziekschool, een cursus tot opleiding van planters en een voor vroedvrouwen en verpleegsters. Ook heeft de stad een zeer belangrijke Koloniale Bibliotheek, terwijl het Landbouwdepartement en het militair hospitaal eveneens niet onbelangrijke boekerijen bezitten. Op het einde van 1908 bedroeg het aantal onderwijzers:

van den lsten rang 6

„ „ 2<*- „ 10

„ „ 3<»en „ 46

„ 4den „ 39

Het aantal scholen voor gewoon en voor uitgebreid lager onderwijs bedroeg 63, waarvan 24 te Paramaribo en 39 in de districten. Van de 63 waren 46 gemengd, 8 uitsluitend voor jongens en 9 voor meisjes bestemd. Te Paramaribo had men 7 gouvernementsscholen en 17 bijzondere scholen, in de distrikten waren deze cijfers 18 en 21.

Het aantal leerlingen bedroeg: te Paramaribo 6040 (3139 jongens en 2901 meisjes); in de distrikten 2424 (1473 jongens en 951 meisjes); in de geheele kolonie 8464 (4612 jongens en 3852 meisjes).

De 7 scholen bij de Boschnegers werden bezocht door 232 kinderen (119 jongens en 113 meisjes). De bewaarscholen (te Paramaribo en in de distrikten Nickerie en Coronie) zijn particuliere instellingen of in handen van de Evangelische Broedergemeente en de R. Katholieke zusters. Zij werden bezocht te Paramaribo door 1151, daarbuiten door 202 kinderen.

Terwijl wij voor de verdeeling der bevolking naar kerkgenootschappen naar de voorafgaande tabel verwijzen, moet hier nog opgemerkt worden, dat het zendingswerk in de kolonie geschiedt door de Evangelische Broedergemeente (Hernhutters) en de Roomsch Katholieke missie. De eerste is reeds sedert 1738 onder de Indianen en sedert 1754 te Paramaribo werkzaam. In 1808 moest de arbeid onder de Indianen worden opgegeven, de stadsgemeente telt thans ruim 13 700 leden, terwijl op de plantages, waar sedert 1779 gewerkt werd. thans ± 12000 gemeenteleden wonen. Onder de Boschnegers vestigden zich in 1765 de drie eerste zendelingen, maar wegens het klimaat konden geen blanke zendelingen er op den duur blijven en moest het bekeeringswerk en de zorg voor de geestelijke aangelegenheden aan inlandsche evangelisten overgelaten worden. Ook onder de Britsch-Indische en Javaansche koelies werd sedert 1901 met de zending begonnen, bij de laatste wel is waar met weinig succes. Ook aan de verpleging van lepralijders in het gesticht „Bethesda , een paai uur varen ten Z. van 'Paramaribo, nemen de Hernhutters deel.

De Roomsch-Katholieke missie dag teekent van 1683 en was opgedragen aan de paters Franciscanen, die het Christendom onder de Indianen zouden verbreiden, maar aan malaria bezweken, en daar alleen r godsdienstvrijheid voor de Hervormden bestond, f kwam het zendingswerk tot stilstand tot 1785, daar

Sluiten