Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leeftijd naar zee, werd in 1878 stuurman, later kapitein, sloot zich in 1888 bij de expeditie van Mansen over het binnenijs van Groenland aan en was bij Nansens Noordpoolexpeditie van 1893—1896 kapitein van „de Fram". Toen Nansen den 14aen Maart 1895 „de Fram" verliet om met hondensleden verder naar het Noorden te trekken, nam Sverdrup de leiding van de expeditie op zich, bereikte een breedte van 85°57', kwam den 13den Augustus 1896 op 81°32' weer in open water en bereikte den 208ten Augustus, 8 dagen later dan Nansen, de kust van Noorwegen. Daarna ondernam hij met ondersteuning van de regeering met de Fram een nieuwen tocht naar den Noordpool, kwam in 1898 slechts tot aan de Smithsont, overwinterde van 1899—1900 aan de zuidkust van Ellesmereland, was van 1900— 1902 in het Belcherkanaal door ijs ingesloten, onderzocht op zijn reizen met sleden de westkust van Ellesmereland, ontdekte de eilanden Axel Heiberg, Koning-Christiaan en Ellef Ringnes en liep den 19aen September 1902, na een afwezigheid van 4'/2 jaar, de haven van Sta vanger binnen. Hij schreef: „Nyt Land" (2 dln., 1903).

Swadeshi (Sanskriet: svayarn = zelf, desha = land) noemt men een nationale beweging in BritschIndië, die vooral sedert de verdeeling van Bengalen door lord Curzon (1905) optreedt, en ten doel heeft een eigen bestaan te verkrijgen en het vreemde juk af te schudden.

Swakop of Tsoachaub, een rivier in DuitschZuidwest-Afrika, ontspringt op de hoogvlakte van het Damaraland en mondt ten N. van de Walvischbaai in den Atlantischen Oceaan uit. Op 1 km. afstand van de monding ligt Swakopmond (zie aldaar), verder stroomopwaarts Otjimbingwe en Okahandja.

Swakopmond of Tsoachaubmond, een distrikt in Duitsch-Zuidwest-Afrika, telt (1903) 1600 inwoners en heeft tot hoofdplaats een plaats van denzelfden naam. Deze plaats heeft een gunstige ligging aan den Swakop; zij is het uitgangspunt van een spoorweg en is sedert 1899 bij het wereldtelegraafnet aangesloten.

Swammerdam, Jan, een Nederlandsch ontleed* en natuurkundige, geboren te Amsterdam den 12<ien Februari 1637, legde zich reeds in zijn geboorteplaats eenige jaren toe op de ontleed- en heelkunde, vertrok in 1661 naar Leiden, studeerde er in de geneeskunde en legde zich vooral toe op de anatomie. Tot zijn vrienden behoorde de ontleedkundige Stenonius, bij wien hij te Parijs zijn verblijf hield, toen hij in 1664 een reis naar deze stad deed. In 1667 verkreeg hij te Leiden de doctorale waardigheid en leefde daarna te Amsterdam voornamelijk voor zijn anatomische studiën. Hij vond o. a. een methode uit voor Jeen nauwkeuriger onderzoek van de bloedvaten. Zijn studies over de kleinere dieren leidden deze wetenschap in geheel nieuwe banen. Hij bestudeerde ,p. a. de gedaanteverwisseling van de insekten, trachtte de gelijksoortigheid van de wijze van voortplanting bij alle dieren aan te toonen, door de rol vast te stellen, die het zaad daarbij vervult, en legde tien grond voor de eerste natuurlijke classificatie van de insekten. De uitkomsten van zijn onderzoek verzamelde hij in zijn „Historia insectorum generalis, ofte algemeene verhandeling van de bloedelooze diertjes" (1669). Daarop verscheen zijn belangrijk •ntleedkundig boek: „Miraculum naturae seu uteri muliebris fabrica" (1672).[Later verviel hij tot zwaar¬

moedigheid, en in dezen toestand maakten de geschriften van de Chiliastische dweepster Antoinette Bourignon zulk een indruk op zijn geest, dat hij zijn werkzaamheden liet varen en zich in 1675 naar Holstein begaf, waar zij vertoefde. Hij vergezelde haar naar Kopenhagen en keerde ziek naar Amsterdam terug, waar hij den 17den Februari 1680 overleed. Zijn verzameling praeparaten werd in het openbaar verkocht, zijn handschriften en teekeningen stelde hij volgens zijn uiterste wilsbeschikking in handen van ziin vriend Melchisedek Thevenot, vroeger Fransch gezant te Genua, maar toen te Isly wonende.jZij kwamen een halve eeuw daarna in het bezit van Boerhaave, die ze in het Latijn en Nederlandsch uitgaf onder den titel: „Bijbel der nature, door Jan Swammerdam, Amsterdammer, enz." (2 dln., 1737). Dit werk is een van de belangrijkste, die op het gebied van de zoötomie zijn verschenen. Verder schreef Swammerdam nog een paar Latijnsche werken: een over het haft (1675) en een over het ademhalen en het gebruik der longen. (1738) In 1880 werd op voorstel van dr. C. E. Daniels de sterfdag van Swammerdam plechtig gevierd. O. a. werd op zijn graf in de Waalsche kerk en in den gevel van zijn voormalige woning een gedenksteen met toepasselijk opschrift geplaatst; verder werd besloten om de 10 jaar een gouden medaille toe te wijzen aan dengene, die zich door onderzoekingen op het arbeidsveld van Swammerdam het meest verdienstelijk had gemaakt. Zij werd voor de eerste maal in 1881 toegekend aan Karl Theodor von Siébold te Miinchen.

Swamp fever (= Moeraskoorts) is de naam van een doodelijke ziekte van de paarden, die in Canada gedurende een aantal jaren bekend is en in den laatsten tijd in de Vereenigde Staten van N. Amerika sterk is toegenomen. De ziekte kenmerkt zich ;door een langzame vermagering, waarbij ten slotte een verlamming optreedt. Zij is zeer besmettelijk; de smetstof is echter nog niet bekend.

Swamps is in Noord-Amerika de naam voor moerassen, inzonderheid van die aan de Albemarlesont.

Swampscott is de naam van een badplaats, in den Noord-Amerikaanschen staat Massachusetts gelegen. Zij bezit een prachtig strand en schilderachtige rotspartijen, wordt veel bezocht door inwoners van Boston en telt (1900) 4548 inwoners.

Swan, John M., een Engelsch schilder en beeldhouwer, werd geboren in 1847 en studeerde te Worcester, Lamberts en aan de Royal Academy. Ook werkte hij gedurende eenigen tijd te Parijs. In 1894 werd hij associate en in 1905 gewoon lid van de Royal Academy. Hij schilderde bij voorkeur dieren, en behandelde ook een aantal historische onderwerpen. Ook zijn beeldhouwwerken stellen meest dieren voor. In ons land is hij vooral als schilder bekend geworden; in de collectie Drucker vindt men o. a. een groot schilderij van zijn hand. Hij overleed den l6den Februari 1910.

Swan, Robert M. W., een geoloog en ontdekkingsreiziger, geboren in 1858, had als mijningenieur in 1879 gelegenheid oudheidkundige onderzoekingen in Antiparos te doen, waardoor hij met Th. Bent in aanraking kwam. In 1891 werd hij als deelnemer aan de expeditie naar Masjonaland belast met het topografisch en het sterrenkundig deel van de werkzaamheden. In 1893 deed hij een tweeden tocht naar Masjonaland, bleef tot 1895 in Zuid-Afrika, ver-

Sluiten