Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

seminarium, een school voor kunstnijverheid, een museum (met een beroemd standbeeld van Venus, een reusachtigen kop van Neptunus, enz.), een bibliotheek met meer dan 12 000 deelen, eenige geld- en credietbanken, inrichtingen van weldadigheid, fabrieken en (1901) 23 247 (als gemeente 32 030) inwoners. In 1904 liepen 1357 handelsschepen met een inhoud van 490 876 ton de haven binnen. Veel wordt er gevonden, dat getuigenis geeft van de voormalige grootheid der stad, zooals de overblijfselen van drie tempels, een zuil van het Forum, bouwvallen van baden, waterleidingen en muren, een reusachtig altaar, ruime grotten en holen, waaronder de Latomia del Paradiso met het zoogenaamde oor van Dionysios, een Grieksche schouwburg uit de Bde eeuw, een amphitheater, vele begraafplaatsen enz. In de stad heeft men de Villa Landolina met fraaie tuinen. Bij den mond der Cyane in de Anapo groeit de papierbies.

In de Oudheid was Syracuse de grootste en rijkste stad van Sicilië. Zij werd in 734 door Korinthiërs gesticht op het dicht bij de kust gelegen eiland Ortygia, vanwaar de stad zich later naar het vasteland uitbreidde. Ten tijde van haar grootsten bloei bestond zij uit 5 hoofddeelen: het eiland Ortygia met de bron Arethusa, de tempels van Artemis en Athene, de groote korenmagazijnen, het door Hiero gestichte paleis en de door Dionysios gebouwde akropolis, het schiereiland Achradina, het middengedeelte der stad

Munten van Syracuse.

met de door zuilengangen omgeven agora (markt), de versterkte poort Pentapylon, het Prytaneum, een schouwburg enz., Tyche het westelijk en volkrijkst gedeelte der stad, Neapolis, ten zuidwesten van Achradina, met den grootsten schouwburg, een tempel van Demeter enz. en Epipolae, een hooger gelegen gedeelte ten noordwesten van Neapolis door Dionysios I met een hechten muur omgeven. In Neapolis en Achradina had men groote, diepe steengroeven, welke tot gevangenissen gebruikt werden. Verder waren er twee uitmuntende havens. Ofschoon Syracuse niet de oudste Grieksche kolonie op Sicilië was, bekleedde zij weldra door nijverheid en handel den eersten rang en stichtte zelve elders op Sicilië nieuwe koloniën. Er bestond een aristocratische grondwet. De Gamoren hadden het bestuur in handen, eerst met een koning aan het hoofd, later zonder koning. In het laatst van de 6de eeuw wierp het volk de regeering omver en stichtte een democratie. De verdreven Gamoren riepen de hulp in van Gelo, tiran van Gela, die de Gamoren naar Syracuse terug bracht, doch zich in 485 zelf meester maakte van het gezag. Onder zijn bestuur bereikte Syracuse den hoogsten trap van welvaart; de vloten dezer stad voerden heerschappij in de omringende zeeën en de meeste steden van Sicilië stonden onder haar gezag. Gelo werd opgevolgd door zijn broeder Hiero (478—

467) en deze wederom door zijn broeder Thrasybulos, die echter reeds in 466 verdreven werd. In plaats van de alleenheerschappij (tyrannos) kwam nu de democratische regeeringsvorm. Om dezen te bevestigen werd het petalisme (bladerengerecht) ingevoerd, een dergelijke maatregel als het Atheensche ostracisme, doch het werd weldra weder afgeschaft. Gebruik makend van inwendige verdeeldheid, zochten onderscheiden, aan Syracuse onderworpen steden haar onafhankelijkheid te herwinnen en vroegen daartoe de ondersteuning der Atheners. Dezen zonden in 415 een aanzienlijke vloot onder Nïkias en Lamachos naar Sicilië, doch deze werd na een tweejarigen strijd door de inwoners van Syracuse met hulp der Spartanen vernietigd. In 410 werd de democratische partij ten val gebracht. In 409 werd het opperbevel over het leger opgedragen aan den dapperen Dionysios I, die tengevolge daarvan de alleenheerschappij wist te verkrijgen (406). Hij wist de Carthagers terug te drijven, bouwde den burcht tusschen het eiland en de stad en breidde de vloot uit. In dezen tijd bedroeg het aantal inwoners meer dan 500 000. Na hem werd de regeering aanvaard doorzijn zoon Dionysios II (367), een wellusteling, tegen wien een bloedverwant, Dion genaamd, zich vruchteloos verzette. Eindelijk werd hij door Timoleon genoodzaakt, afstand te doen van het gezag. Laatstgenoemde sloopte den burcht, herstelde den democratischen regeeringsvorm en lokte door het uitdeelen van huizen en landerijen 60 000 nieuwe kolonisten naar de ontvolkte stad. Na zijn dood ontstonden er oproerige bewegingen, waarvan Agathokles gebruik maakte, om onder belofte van een democratische grondwet zich tot alleenheerscher op te werpen (317). Door een streng en wreed bestuur handhaafde hij de orde, zoodat de stad haar onafhankelijkheid tegenover de Carthagers, die hun macht op Sicilië steeds uitbreidden, wist te handhaven. Na den dood van dien vorst nam zijn moordenaar Maenon de teugels van het bewind in handen (289), maar werd door Hiketas verdreven, die zich 9 jaar lang staande hield. Na zijn val riepen de inwoners van Syracuse Pyrrhos te hulp, die in Italië oorlog voerde (277). Hij ontzette de stad, doch kon zijn plan, de onderwerping van Sicilië, niet volvoeren en trok in 276 weder af. In 275 koos men te Syracuse Hiero II tot veldheer en in 269 tot koning. Deze stond de Romeinen in den Eersten en Tweeden Punischen Oorlog ter zijde en verzekerde zich daardoor van zijn heerschappij over het oostelijk gedeelte van het eiland. Zijn kleinzoon en opvolger (sedert 216), Hieronymos, koos daarentegen de zijde der Carthagers en bespoedigde daardoor zijn val (214) en den ondergang van de zelfstandigheid van Syracuse, dat in 212 na een dappere verdediging door Archimedes, door Marcellus veroverd werd. Na dien tijd was Syracuse met het oostelijk gedeelte van Sicilië een Romeinsche provincie. De aloude luister der stad was voor goed verdwenen en de bevolking verminderde meer en meer. Augustus trachtte tevergeefs door het stichten van een kolonie de welvaart te doen herleven. In de Middeleeuwen en in den Nieuwen Tijd deelde Syracuse de lotgevallen van i Sicilië.

Syracuse, de hoofdstad van het graafschap Onondaga van den Noord-Amerikaanschen staat New-York, ligt aan het Meer van Onondaga, aan de Onondaga Creek, aan het Eriekanaal, dat midden

Sluiten