Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dit lichaam. Later werd hij tavernicus en judexcuriae. Hij overleed den 19dcm November 1893. Zijn gedenkschriften („Emlekiratok", dl. 1,1836—1848, 1902) werden door Thallocsy uitgegeven.

Szgöyenyi-Marich, Ladislaus, een Hongaarsch staatsman, geboren den 12ien November 1842, een zoon van den voorgaande, studeerde te Weenen, werd in 1861 lid van het bestuur van het comitaat Stuhlweiszenburg en in 1869 van den Rijksdag, waar hij zich eerst bij Sennyey, later bij Déak aansloot. In 1882 werd hij tweede, in 1883 eerste afdeelingschef in het ministerie van Buitenlandsche Zaken en leidde als zoodanig de onderhandelingen met de Hongaarsche delegatie. In 1890 kreeg hij als minister van het koninklijk Hof zitting en stem in het ministerie Szapary, in 1892 werd hij OostenrijkschHongaarsch gezant te Berlijn.

Szolnok, de hoofdplaats van het Hongaarsch comitaat Jasz-Nagv-Kun-Szolnok, ligt aan de monding van de Zagyva in de Theisz, waarover een spoorwegbrug en een andere brug voeren, en is een kruispunt van verschillende spoorwegen. Het aantal inwoners bedraagt (1901) 26 379. De voornaamste bezigheden zijn landbouw, nijverheid, visscherij en handel. De stad was vroeger een vesting. In 1849 behaalde Damjanich hier een overwinning op de Oostenrijkers.

Szolnok-Doboka, een Hongaarsch comitaat in Zevenburgen, grenst aan de comitaten Szatmar, Marmaros, Bistritz-Naszód, Klausenburg en Szilagy, wordt door de Szamos besproeid en telt op 4761 v. km. (1901) 237 134 inwoners. De hoofdplaats is Deés.

Szörény, een voormalig comitaat in Hongarije, werd in 1876 gevormd uit het oostelijk deel van de in 1873 opgeheven Militaire Grenzen van het Banaat en werd in 1880 met het comitaat Krasso vereenigd. Het zuidelijk deel van Szörény vormde in de Middeleeuwen met het westelijk deel van Walachije liet Banaat van Severin.

Szujski, Joseph, een Poolsch geschiedkundige en tooneeldichter, werd geboren in 1835 te Tarnow in Galicië, studeerde te Krakau, vestigde zich op zijn vaderlijk landgoed in de nabijheid van laatstgenoemde stad, was van 1868—1869 afgevaardigde naar den Rijksraad, werd in 1869 gewoon hoogleeraar in de Poolsche geschiedenis aan de universiteit te Krakau en behoorde sedert 1881 tot de leden van het Oostenrijksche Heerenhuis. Hij schreef een reeks historische tooneelstukken en een voortreffelijke geschiedenis van Polen (4 dln., 1862—186B). Ook leverde hij dichterlijke vertalingen van stukken van Aeschylos, Aristophanes enz. Hij overleed den 7deo Februari 1883.

T.

T, de 20ste letter van ons alfabet, is de scherpe of stemlooze explosieve tandletter. De Nederlandsche en in het algemeen de Germaansche t (behalve de Hoogduitsche) is ontstaan uit een Indo-Germaansche d (vgl. bijv. ons tand met het Gotische tunpus en het Latijnsche dentis). De Hoogduitsche t daarentegen is uit een Oud-Germaansche d, een IndoGermaansche geaspireerde d, ontstaan. Het letterteeken is afkomstig van de Grieksch-Phoenicische tau, die oorspronkelijk den vorm van een kruis had. Als getalteeken beteekent de Grieksche i' 300, de ,r 300 000, de Latijnsche T beteekent 160, de T 160 000. T beteekent als Romeinsche voornaam Tiius, bij citaten tomus (= deel), in den handel tarra, waarvoor ook t voorkomt, bij de posterijen iaxe (in het internationaal verkeer op ongefrankeerde of onvoldoend gefrankeerde stukken), in de muziek tenor, tutti of tasto. Verder staat T in het algemeen voor Testament.

T. = bij plantennamen Tournefort.

t = ton (1000 kg.).

t = tarra.

't = het.

t' = te.

Ta= in de scheikunde het teeken voor 1 atoom tantalium.

t.a. = testantïbus actis (zooals de stukken bewijzen.)

tang-, = tangens.

t. a. p. = ter aangehaalde plaatse.

t. a. t. = tout a toi (geheel de uwe).

t. a. v. = tout d vous (geheelde uwe).

Tb = in de scheikunde het teeken voor 1 atoom terbium.

T. C.= télegramme collationné (vergeleken telegram) is de naam van het telegram, dat het station van ontvangst tot waarborg van een goede overkomst terugtelegrafeert.

Te = in de scheikunde het teeken voor 1 atoom tellurium.

Ter. = op recepten tere (stamp).

T. F. = travail forcé (dwangarbeid), de letters waarmee vroeger tot dwangarbeid veroordeelden in Frankrijk gebrandmerkt werden.

tg1. = tangens.

Th. = in de scheikunde het teeken voor 1 atoom thorium.

Th. C. = theologiae candidatus, candidaat in de godgeleerdheid.

Th. Dr. = theologiae doctor, doctor in de godgeleerdheid.

Thess. = Thessalonicensen.

Th. S. = theologiae studiosus, student in de godgeleerdheid.

Ti = in de scheikunde het teeken voor 1 atoom titanium.

Sluiten