Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tim. = Timotheus.

Tit. = Titus.

Tl. = in de scheikunde het teeken voor 1 atoom thollium.

T. O. = Telegraph Office (telegraafkantoor).

T.P. = travaux a perpètuité (levenslange dwangarbeid), de letters, waarmee de tot levenslangen dwangarbeid veroordeelden vroeger in Frankrijk gebrandmerkt werden.

T.P.L. = tmce past the line (tweemaal de linie gepasseerd) vindt men op de etiquettes van sommige wijnen.

t. s. = tasto solo, beteekent in de muziek, dat van de stem van de generale bas de bas alleen, zonder de daarboven geplaatste accoorden, gespeeld moet worden.

t.s.v.p. = tournez s'il vous plait (zie als 't u belieft op de andere zijde van het blad).

T.T. of 11. = totus tuus (geheel de uwe).

t.u. = ten uwent.

t.w. = te weten.

t.z. = ter zake.

Taaffe, Eduard, graaf, een Oostenrijksch staatsman, geboren te Praag den 24sten Februari 1833, werd met keizer Frans Jozef opgevoed, trad in 1852 als ambtenaar in staatsdienst en werd, na het waarnemen van verschillende betrekkingen, in 1867 tot stadhouder van Opper-Oostenrijk en in Maart van dat jaar tot minister van Binnenlandsche Zaken benoemd. Sedert 1865 was hij lid van den Boheemschen Landdag, sedert 1867 van den Rijksraad. Toen men in December van dat jaar onderhandelde over de benoeming van een parlementair ministerie in de Cis-Leithaansche landen, werd Taaffe minister van Verdediging en van Openbare Veiligheid, alsmede plaatsvervanger van den ministerpresident Carlos Auersperg. Toen deze in den herfst van 1868 aftrad, was Taaffe tot den 16den Januari 1870 eerste minister. Van April 1870 tot Februari 1871 was hij weder minister van Binnenlandsche Zaken en werd daarop stadhouder van Tirol. Den 15den Februari 1879 werd hij voor de derde maal minister van Binnenlandsche Zaken en den 12den Augustus daaraanvolgende hoofd van het Kabinet. In zijn programma verklaarde hij te zullen streven naar de verzoening van de nationaliteiten. Nadat de vorming van een middenpartij mislukt was, vormde hij uit ultramontanen, Polen en Tsechen een meerderheid (de ijzeren ring), doch moest o. a. met betrekking tot taal en onderwijs deze partijen belangrijk tegemoetkomen, wat de liberale Duitschers verbeterde, zonder de Slaven te bevredigen. Door de doorhem voorgestelde verlaging van den kiescensus kwamen nieuwe elementen in het Parlement o. a. het antisemitische. Toen tengevolge van de overwinning van de Jong-Tsechen in den Boheemschen Landdag de Duitsch-Boheemsche Ausgleich door de Tsechen weinig gesteund werd, werd de regeeringspartij zwakker, waarom Taaffe in 1891 den Rijksraad ontbond en zich bij de linkerzijde trachtte aan te sluiten. In 1893 deed hij, om aan de onzekere partijverhoudingen een einde te maken, aan het Parlement een ontwerp tot hervorming van het kiesrecht toekomen, waardoor echter niemand bevredigd werd, en de caolitie, bestaande uit de linkerzijde, de Polen en het centrum, ontstond. Den Hden November nam hij zijn ontslag, dat hem op de meest eervolle wijze werd verleend, en trok zich

uit het openbaar leven terug. Hij overleed den 29sten November 1895 te Ellishau in Bohemen.

Taag: of Tajo (Portugeesch Tejo, in de Oudheid Tagus), de langste rivier van het Pyreneesch schiereiland, ontspringt op een hoogte van 1693 m. op de westelijke helling van de Muela de San Juan in de Spaansche provincie Teruel, stroomt aanvankelijk door een nauw, rotsachtig dal naar het N.W., neemt daarna een westelijke richting aan, stroomt langs Aranjuez, Toledo en Alcantara en krijgt eerst bij haar komst in Portugal het karakter van een flinke rivier. Beneden Salvaterra verdeelt zij zich in een westelijken (Tejo novo) en een oostelijken arm (Mar de Pedro), die te zamen een delta (Lizirias do Tejo) insluiten. Vervolgens mondt de rivier uit in de prachtige baai van Lissabon, welke door de breede Entrada do Tejo gemeenschap heeft met de zee. De geregelde scheepvaart op de Taag strekt zich uit tot Abrantes, kleine vaartuigen gaan nog 50 km. verder stroomopwaarts. Bij Santarem neemt de stoomvaart een aanvang. Zij heeft een lengte van 912 km., haar stroomgebied heeft een uitgebreidheid van 82 525 v.km. Tot haar zijrivieren behooren op den rechter oever: de Gallo, de Jarama, de Guadarrama, de Alberche, de Tiétar en de Alagon, op den linker: de Guadiéla, de Algodor, de Rio Almonte, de Salor, de Sever, de Zatas en de Canha.

Taal en Taalkunde. Taal noemt men in het algemeen de wijze, waarop gedachten en gevoelens worden uitgedrukt. Bij den mensch geschiedt dit in het algemeen door middel van woorden, daarom neemt men het woord taal ook wel alleen in deze beteekenis. Men onderscheidt in dezen zin een spreektaal en een daaruit voortgekomen schrijftaal. De spreektaal is de uitdrukking van gedachten en gevoelens door middel van klanken (zie spreken), de schrijftaal ontstond uit de spreektaal, doordat men de hoorbare klanken door zichtbare teekens voorstelde (zie Schrift). De uitdrukking van gevoelens door middel van klanken is tot op zekere hoogte ook een eigenschap van de dieren.

De vraag naar den oorsprong van de taal, waarmee zich reeds de Grieksche philosofen bezighielden, is in den loop der tijden verschillend beantwoord. Gedurende langen tijd beriep men zich op den Bijbel en schreef aan de taal een bovennatuurlijken oorsprong toe. In de 19de eeuw veranderde de vraag naar het ontstaan van de taal in de vraag naar het ontstaan van de enkele, voor de wetenschap toegankelijke voorhistorische oertalen, zooals het IndoGermaansch of het Hamitisch-Semietisch. Deze oertalen zijn echter op hun beurt weder het eindpunt, niet het beginpunt van een ontwikkeling, waarvan de duur en de werkende factoren niet op te sporen zijn. Het historisch taalonderzoek is niet in staat tot een op wetenschappelijke gronden berustende beschouwing van den oorsprong van alle talen te komen; zij komt niet verder dan tot het aannemen van een aantal oertalen naast elkander. Van alle theorieën, die in den loop der tijden opgesteld zijn, is geen enkele bevredigend. Behalve de theorie van den goddelijken oorsprong (w ondertheorie), behooren hiertoe de hypothese van de uitvinding, volgens welke de taal door de menschen opzettelijk of toevallig werd uitgevonden, de nabootsingstheorie, die het nabootsen van geluids- en andere indrukken, die de zintuigen ontvingen, als oorzaak beschouwde (wouw-

Sluiten