Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

welke drie of minder ter bewoning bestemde vertrekken bevatten, bij het gemeentebestuur van het aantal bewoners aangifte te doen (t. a. p. art. 9); — schrijft maatregelen voor ter verbetering van woningen en tegen cwérbevolking (t. a. p. artt. 3, 11, 15, 16, 17); — bevat bepalingen nopens o/zbewooribaarverklaring, ontruiming, sluiting en afbraak van woningen (t. a. p. art. 18—25); — voegt aan de Onteigeningswet eenen nieuwen titel toe en wel in het belang der volkshuisvesting (t. a. p. art. 26, Onteigeningswet art. 77—96); — verklaart den gemeenteraad bevoegd het bouwen te verbieden op grond voor den aanleg van straten, grachten of pleinen bestemd (t. a. p. art. 27); — schrijft in gemeenten boven 10.000 zielen het vaststellen van een uitbreidingsplan voor (t. a. p. art. 28) en regelt het verleenen van geldelijken steun van gemeenteen van rijkswege ter bevordering van verbetering der volkshuisvesting (t. a. p. artt. 29—34). De aanvragen van gemeenten om voorschotten uit 's Rijks kas, ten einde daarmede de volkshuisvesting te verbeteren, worden onderzocht door een college, uit 3 leden op zijn minst en een bezoldigden secretaris bestaande, welke allen door den koning benoemd en ontslagen worden. De koning wijst een der leden als voorzitter aan. Dit college houdt ook toezicht op het richtig gebruik der door het Rijk voorgeschoten gelden (t. a. p. art. 35, 36).

5e. De statistiek. Voor het verzamelen en vervolmaken van statistische gegevens op allerlei gebied b.v. op het gebied van het rechtswezen, gevangeniswezen, van den arbeid, enz., zijn te 's Gravenhage gevestigd: een bureau voor de statistiek en een centrale commissie voor de statistiek.

6e. Onderwijs. Art. 192 der Grondwet zegt: „Het openbaar onderwijs is een voorwerp van de aanhoudende zorg der regeering. De inrichting van het openbaar onderwijs wordt, met eerbiediging ,van ieders godsdienstige begrippen, door de wet geregeld. Er wordt overal in het Rijk van overheidswege voldoend openbaar lager onderwijs gegeven.

Het geven van onderwijs is vrij, behoudens het toezicht der overheid, en bovendien, voor zoover het middelbaar en lager onderwijs betreft, behoudens het onderzoek naar de

Sluiten