Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de technische wetenschap tot doctor, terwijl de senaat dezer hoogeschool, op voordracht eener afdeeling, wegens zeer uitstekende diensten aan Nederlanders of vreemdelingen het doctoraat in de technische wetenschap honoris causa, d. w. z. het eere-doctoraat verleenen kan (t. a. p. artt. 118—130).

y. De universiteiten. Er zijn drie Aty'/esuniversiteiten n.1. te Leiden, Utrecht en Groningen, terwijl te Amsterdam eene gemeentelijke universiteit gevestigd kan zijn (t. a. p. art. 70). Over deze laatste universiteit zal om hare bijzondere verhouding tot het rijk aan het slot van deze Grieksche letter (y) afzonderlijk iets gezegd worden (zie bladz. 46).

Elke universiteit heeft vijf faculteiten, n.1. de faculteiten der godgeleerdheid (d. w. z. der protestantsche godgeleerdheid) of liever der geschiedenis van den godsdienst'); der rechtsgeleerdheid; der geneeskunde; der wis- en natuurkunde en der letteren en wijsbegeerte (t. a. p. art. 76). De hoogleeraren worden door den koning benoemd en ontslagen. Voor elke te vervullen plaats worden door curatoren, de faculteit gehoord, eene met redenen omkleede aanbevelingslijst aan den minister van Binnenlandsche Zaken aangeboden. Over het aanvaarden van het Kamerlidmaatschap zie deel I, bladz. 28, II, bladz. 43).

Na den leeftijd van 70 jaren bereikt te hebben, nemen de hoogleeraren ontslag. Buitengewone hoogleeraren en lectoren worden door den koning, curatoren en de faculteit gehoord, benoemd. Doctoren kunnen als privaat-docenten door den minister van Binnenlandsche Zaken, curatoren gehoord, tot wederopzeggens toegelaten worden. Voor den senaat eener universiteit, den rector-magnificus, zie onder ƒ?, bladz. 44. Het verschil bestaat alleen hierin, dat de rectormagnificus eener universiteit slechts voor één studiejaar optreedt. Elke gewone hoogleeraar is voor één studiejaar beurtelings secretaris van den senaat. Vier assessoren, door

') Art. XXV11 der overgangsbepalingen eischt, dat binnen drie jaren (derhalve vóór 6 Juli 1908) de vakken van de faculteit der godgeleerdheid aan de ^^universiteiten bij de wet nader geregeld worden. Tot nu toe (/ Augustus 1908) vernam men van zulk een wetsontwerp evenwel nog niets.

Sluiten