Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tot opleiding van officieren voor ons leger dienen:

a. De Hoogere Krijgsschool te 's Gravenhage, „bestemd tot vorming van officieren: a. in algemeen krijgskundige richting; alsmede voor de hoogere troepenleiding en voor den dienst bij den Generalen Staf; b. voor den Intendancedienst". (wet op het Militair Onderwijs, art. 3.)

b. De Koninklijke Militaire Academie te Breda ter opleiding van officieren voor de infanterie, cavalerie, artillerie en genie (t. a. p. art. 1, a.)

c. De Hoofdcursus te Kampen ter opleiding van officieren voor de infanterie en de militaire administratie (t. a. p. art. 1, b.).

Voorbereidend militair onderwijs wordt gegeven:

a. Voor de toelating tot de Academie te Breda: aan de Cadettenschool te Alkmaar;

b. Voor de toelating tot den Hoofdcursus aan het Instructiebataljon te Kampen en de cursussen bij het wapen der infanterie te 's Gravenhage, Arnhem, Breda en Amersfoort.

Het toezicht op het militair onderwijs is opgedragen aan eenen opper- of hoofdofficier (doorgaans eenen generaalmajoor), die den titel van inspecteur van het militaire onderwijs voert en onmiddellijk onder de bevelen van den minister van Oorlog staat. Het bestuur der Academie is in handen van eenen gouverneur, •— dat der andere militaire onderwijsinrichtingen in handen van eenen directeur.

2e. Tot de minderen behooren de overige manschappen onzer landmacht. Ons leger is samengesteld uit vrijwilligers en miliciens: „ter bescherming der belangen van den Staat is er eene zee- en landmacht, bestaande uit vrijwillig dienenden en uit dienstplichtigen" (art. 181 der Grondwet). „Alle Nederlanders daartoe in staat, zijn verplicht mede te werken tot handhaving der onafhankelijkheid van het Rijk en tot verdediging van zijn grondgebied. Ook aan ingezetenen, die geen Nederlanders zijn, kan die plicht worden opgelegd" (art. 180). „De wet regelt den verplichten krijgsdienst" (art. 181). Die wet is de Militiewet van 1901.

Jaarlijks worden bij de militie ingelijfd:

A. Ter volledige oefening, ten hoogste 12,000 man. Deze manschappen dienen bij de onbereden korpsen, ten hoogste

Sluiten