Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6e. Een of meer plaatsvervangende griffiers, door den koning benoemd, die rechtsgeleerden zijn (t. a. p. art. 5, 7).

Over beslissingen van het bestuur der Rijksverzekeringsbank, waartegen, ingevolge de bepalingen der Ongevallenwet 1901, beroep openstaat, wordt bij uitsluiting geoordeeld: ... in het hoogste ressort door een centralen raad van beroep te Utrecht (t. a. p. art. 1).

De centrale raad van beroep der ongevallenverzekering is samengesteld uit eenen voorzitter, een of meer ondervoorzitters, ten minste 8 leden, allen voor het leven door den koning benoemd. De centrale beroepsraad wordt bijgestaan door eenen griffier, een of meer substituut-griffiers, allen door den koning benoemd. Alle deze ambtenaren moeten rechtsgeleerden zijn (t. a. p. art. 42—44).

In de twistgedingen, „door het instellen van beroep tegen eene beslissing van het bestuur der Rijksverzekeringsbank ontstaan, vormen het bestuur der Rijksverzekeringsbank, en ieder, die beroep heeft ingesteld, de partijen" (t. a. p. art. 52). Ook de plaatselijke commissiën, door haren voorzitter vertegenwoordigd (t. a. p. art. 54), kunnen in evengenoemde twistgedingen partij zijn en zelfs nu en dan voor het bestuur der Rijksverzekeringsbank opkomen, deszelfs partij opnemen (zie bladz. 91, Ongevallenwet, art. 80, t. a. p. art. 52).

„De uitspraak van den raad van beroep en van den centralen raad van beroep betreft de onderwerpen, door de vorderingen der partijen aan hun oordeel onderworpen. Bij die uitspraak kan de beslissing van het bestuur der Rijksverzekeringsbank gewijzigd worden, ook ten nadeele van dengene, die daartegen in beroep is gekomen" (t. a. p. art. 53).

Het spreekt wel van zelf, dat het justitieel gedeelte der ongevallenverzekering, hoewel gemakshalve hier behandeld, onder het departement van Justitie ressorteert ').

') De uitgaven van het departement van Landbouw, Nijverheid en Handel, hoofdstuk X der Staatsbegrooting, bedroegen in 1907: ƒ 5.684.660.

Sluiten