Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onderhouden van dezelfde regels, welke het provinciaal bestuur op te volgen heeft en te vinden zijn op bladz. 6. Bovendien is niet zelden de goedkeuring des konings of van de Gedeputeerde Staten op beschikkingen, verordeningen, besluiten, enz. van gemeentebesturen noodzakelijk (artt. 145, 146, 147).

Het gemeentel stuur bestaat uit:

le. Den burgemeester als voorzitter van den gemeenteraad, als voorzitter van het college van burgemeester en wethouders {verkort: B. en W.) als hoofd der gemeentepolitie, zie § 1.

2e. Twee tot zes wethouders als leden van den raad, met het dagelijksch bestuur der gemeente in vereeniging met den burgemeester belast, zie § 2.

3e. Zeven tot vijf en veertig gemeenteraadsleden aan het hoofd van het bestuur der gemeente staande, zie § 3.

4e. Eenen secretaris, die als secretaris van den gemeenteraad, van de commissiën uit dien raad, van het college van B. en W. optreedt, zie § 4.

5e. Eenen ontvanger, die de gemeente-gelden int en uitgeeft, zie § 5.

§ 1.

van den Burgemeester.

De burgemeester wordt door den koning voor den tijd van zes jaren benoemd, — kan door hem ten allen tijde ontslagen worden, — kan door hem om verschillende redenen b.v. wegens wangedrag, merkelijke achteloosheid, enz. ten hoogste voor drie maanden, door Gedeputeerde Staten, „zoo de zaak geen uitstelling lijdt", voor ééne maand geschorst worden. De Gedeputeerde Staten geven van deze schorsing onmiddellijk aan den koning verslag (Gemeentewet, artt. 59, 60). Om in eene vacature te voorzien, biedt de commissaris des konings van de respectievelijke provincie binnen vier weken den minister van Binnenlandsche zaken eene aanbevelings\\]s\. van twee of meer personen aan '). Deze minister doet alsdan den koning eene voordracht. Geldt de benoeming

') Zie bladz. 9.

Sluiten