Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

overleg met den burgemeester door den commissaris des konings benoemd, staan onder de bevelen van den burgemeester, doch zijn „ tevens aan de algemeene of /?jrfopolitie, onder het daarmede belast gezag dienstbaar" ( t. a. p. artt. 184—193).

5e. Tegenwoordig, zoo mogelijk, bij de loting voor de militie, — trekt in zekere omstandigheden het nummer voor den milicien, — zorgt voor de aflevering van den milicien, zie deel II, bladz. 71, 72.

6e. Teekent jaarlijks de hengelaklt af, zie deel II, bladz. 87.

§ 2.

Van de wethouders.

„De wethouders worden door den raad uit zijn midden benoemd. In gemeenten van 20.000 zielen en daarbeneden zijn twee, in die van meer dan 20.000, doch niet meer dan 100.000 zielen, naar goedkeuring van den raad, drie of vier, in die van meer dan 100.000 zielen, naar goedvinden van den raad, vier, vijf of zes wethouders." Men spreekt in groote gemeenten van wethouders van Financiën, der Gemeentebedrijven, van Onderwijs, van Publieke of Openbare Werken, enz. (t. a. p. art. 79). De wethouders „worden gekozen voor zes jaren. De helft treedt om de drie jaren af, met den eersten Dinsdag van September. De aftredenden zijn dadelijk weder verkiesbaar. Het lot bepaalt den tijd, waarop elk der wethouders aftreedt." Hij, „die ophoudt, lid' van den raad te zijn, houdt tevens op wethouder te wezen. De wethouders kunnen ten allen tijde hun ontslag nemen. Het wordt door hen ingezonden aan den raad. Zij blijven niettemin hunne bediening waarnemen, tot dat hunne opvolgers die hebben aanvaard" (t. a. p. artt. 80, 81, 87, 88). Hij, „die, ter vervulling eener buiten den gewonen tijd opengevallen plaats gekozen is, treedt af op het tijdstip, waarop degeen, in wiens plaats hij is verkozen, moest aftreden" (t. a. p. art. 82).

De periodieke wethouders-verkiezingen hebben plaats op den eersten Dinsdag van September; — de tusschentijdsche

3

Sluiten