Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(recht van amendement), — in het in eigen boezem ontwerpen van verordeningen (recht van initiatief), — in het voorstaan van de koloniale belangen bij den koning, de Staten-Generaal en den gouverneur, — in het onderzoeken der hem aangeboden verzoekschriften, — enz. Hiertegenover evenwel fetaat, dat de gouverneur de door den raad goedgekeurde verordeningen kan weigeren vast te stellen en de koning de macht bezit, om, den Raad van State gehoord, goedgekeurde verordeningen te vernietigen en wel wegens strijd met de wet, een algemeenen bestuursmaatregel, het algemeen belang van het Rijk of van de kolonie (t. a. p. art. 49). Koloniale verordeningen mogen niet treden in hetgeen bij de wet of bij een algemeenen bestuursmaatregel reeds geregeld is, tenzij de wet of die bestuursmaatregel daartoe vrijheid geve (t. a. p. art. 47).

„De koloniale huishoudelijke begrooting wordt jaarlijks door den gouverneur, na den raad van Bestuur te hebben gehoord, ontworpen en aan den Kolonialen Raad uiterlijk op den eersten Dinsdag der maand Maart aangeboden. Zij wordt, zoodanig als zij door den Kolonialen Raad goedgekeurd is, door den gouverneur voorloopig vastgesteld en afgekondigd. Zij wordt door hem met de noodige toelichting toegezonden aan den koning. Zij wordt definitief vastgesteld door de wet.

Ie. Indien tot aanvulling der koloniale middelen gevorderd wordt eene bijdrage uit 's Rijks schatkist,' gelijk thans doorgaans het geval is. Natuurlijk, vallen onder die bijdrage niet de gewone gelden, welke het Rijk aan de kolonie verstrekt').

2e. „Indien de koning de begrooting, zoodanig als zij door den Kolonialen Raad aangenomen is, niet goedkeurt.

3e. Indien de Koloniale Raad de begrooting niet heeft vastgesteld vóór den tweeden Dinsdag^ der maand Mei van het jaar, waarin zij hem wordt aangeboden.

') Voor 1909 is de Rijksbijdrage ] op ƒ 295,577 geraamd. Het eindcijfer der begrooting was: ƒ 936,152.

Sluiten