Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naar Rome, om vergeving van zijn zonden te ver- s krijgen. Toen de paus, die juist een stok in zijnhan- i den had, verklaarde, dat de ridder evenmin vergif- < fenis zou erlangen als die stok groene bladeren dra- i gen, keerde Tannhauser radeloos naar den Venus- j berg terug. Drie dagen daarna begon echter de stok, i groene bladeren te dragen en de paus zond naar < alle kanten boden uit om den ridder te zoeken. Hij | was evenwel nergens te vinden. Deze sage heeft aan Wagner stof geleverd voor een opera.

Tannine. Zie Looizuren.

Tansillo, {Luufi), een Italiaansch dichter, ge- : boren omstreeks het jaar 1510 te Venosa in het koninkrijk Napels, trad reeds vroeg in krijgsdienst en verwierf de gunst van den onderkoning don Pedro de Toledo en van zijn zoon don Garcia. Met den laatste streed hij tegen de Turken en deed hij groote zeereizen. Na den dood van don Pedro werd hij ambtenaar bij de belastingen en vervolgens bij de justitie te Gaeta. Hij legde den grondslag voor zijn roem door het geestrijk, maar gewaagd gedicht: „II vendemmiatore" (1534), maar werd wegens dit gedicht later onder Paulus IV door de Roomsche Curie in den ban gedaan. Om de geestelijkheid te verzoenen zette hij zich weder aan zijn reeds vroeger begonnen godsdienstig gedicht: „Le lagrime di San Pietro", dat echter eerst na zijn dood onvoltooid werd uitgegeven. Hij overleed den lsten December 1568 te Teano. Verder schreef hij nog in zijn jeugd het drama „I due pellegrini". Van zijn gedichten noemen wij: „La Balia", „II podere" en zijn „Capitoli". Een eerste onvolledige uitgave van zijn werken verscheen in 1738.

Tansimat. Zie Tanzimat.

Tantah, of Tanla, de hoofdstad van de provincie Garbieh in Egypte, ligt tusschen de armen van Rosette en Damiette van den Nijl en aan twee spoorwegen en telt 57 289 inwoners. Men vindt er een slot van den kliedive en een moskee van den heiligen Seyid el Bedmvi. In Augustus wordt er een groote mis gehouden, die door 1/2 millioen menschen wordt bezocht.

TantaXiet is een zeldzaam, zwart mineraal, bestaande uit mangaanhoudend tantalium-niobium ijzeroxyduul, Fe (Ta Nb)206, dat in rliombische kristallen, maar ook ingesprenkeld in graniet te Falum, te Limoges enz. wordt aangetroffen. Zijn hardheid bedraagt 6—6,5, het soortelijk gewicht 6,3—8.

Tantalium, atoomteeken Ta, atoomgewicht 182,8, is een metaal, dat naast het analoge niobium in de mineralen tantaliet en columbiet (miobiet), isomorfe mengsels van niobiumzuur en tantaliumzuur ijzero xyduul, voorkomt. Het heeft een soortelijk gewicht van 16,6 wordt verkregen als een ijzergrauw poeder, dat onder het polijststaal metaalglans aanneemt en dat in den electrischen oven bij 2230° C. smelt. Het tantalium is onoplosbaar in salpeterzuur, zwavelzuur en koningswater, maar wordt wel opgelost in een mengsel van het eerste met fluoorwaterstofzuur. Aan de lucht verbrandt het volledig tot een wit poeder, het tantaliumzuur, met een soortelijk gewicht van 7,35, en waarvan het anhydried de formule Ta20, heeft. Het metaal, dat in 1802 door Ekeberg werd ontdekt, wordt in draadvorm gebruikt in, electrische gloeilampen, de tantaliumlamp.

Tantalos een Grieksch koning uit het mythi¬

sche tijdperk, beheerscher van Sipylos in Phrygië, was de zoon van Zeus en Pluto, de vader van Pelops en Niobe, de grootvader van Atreus en Thyesles en mocht als gunsteling van Zeus deelnemen aan de gastmalen der goden. In zijn overmoed noodigde hij wederkeerig de goden te zijnent, en om hun alwetendheid op de proef te stellen, zette hij hun het vleesch voor van zijn zoon Pelops. Tot straf voor deze gruweldaad wierpen de goden hem in de Onderwereld, waar hij volgens Homeros voortdurend blootgesteld was aan pijnigenden honger en dorst. Hij stond tot aan zijn kin in het water, de schoonste vruchten hingen voor zijn oogen, maar zoodra hij naar deze of naar het water zijn hand uitstrekte, weken zij achterwaarts. Volgens anderen werd hij voortdurend door een rotsblok boven zijn hoofd bedreigd. Andere sagen vermelden als oorzaak van zijn val, dat hij de geheime raadsbesluiten van Zeus verteld had of dat hij nectar en ambrozijn van de tafel der goden had gestolen.

Tantalusbeker noemt men in de natuurkunde een beker, in welks bodem zich een aan weerszijden open buis bevindt. Over deze buis is aan de binnenzijde van den beker, een wijdere buis gestulpt die van boven gesloten is. De ruimte tusschen beide buizen werkt nu als de korte arm van een hevel, welks lange arm wordt gevormd door de nauwere buis, die door den bodem gaat. Giet men^ een vloeistof in den beker, dan begint, als haar spiegel het boveneinde van de nauwere buis bereikt, de hevel te werken, die den beker ledigt vóór hij gevuld was, zoodat hoeveel vloeistof men ook in den beker giet, deze nooit geheel vol wordt.

Tantième (=bepaald gedeelte) noemt men het aandeel in de winst, die de personen genieten, welke aan de een of andere onderneming mede gewerkt hebben. Soms wordt dit bedrag boven een vastgestelde belooning betaald, soms is het de eemge vergoeding. Sommige ambtenaren, bedienden, handelsreizigers, werklieden enz. genieten tantièmes. Ook geeft men dezen naam aan het deel van de winst, behaald bij de opvoering van een werk, dat de schrijver of componist van dat werk ontvangt, of aan het honorarium van een schrijver, dat naar het aantal verkochte exemplaren berekend

wordt. . ,

Tanzimat,het meervoud van het Arabisch woord tanzim (= orde, reglement), heeft de beteekenis van verordeningen, inzonderheid van de organieke ten, welke als regels van bestuur in 1844 door Abdoel-Mesjid zijn afgekondigd. Zij betreffen de ambtenaren, de administratie en de financiën, de rechtsbedeeling en het leger en vooral ook de rechten en plichten van de Christelijke onderdanen der Porte; zij zijn echter alleen ten opzichte van het leger naar eisch toegepast. Na den Krim-oorlog werd den 7den September 1854 door den sultan een nieuwe verordening uitgevaardigd, waarin de volkomen toepassing der tanzimat voorgeschreven en daartoe een commissie benoemd werd. Onder tanzim&t verstaat het Turksclie volk in het algemeen alle nieuwe instellingen en verordeningen in het bestuur en de rechtspraak.

Taöer, Ta-op- oer of Ta-ur was bij de Egyptenaren de vrouwelijke Tyfon. Zij wordt voorgesteld door een monsterachtig nijlpaard, gezeten op de achterpooten met een mes in de eene hand en den

Sluiten