Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van het meel overblijvende zemelen" vorm en een gezocht veevoeder. Het stroo dient voor cartonfabricage, voor strooisel en voor veevoeder. In nog groenen toestand geoogst is het stroo van sommige soorten, in 't bijzonder van T. sat. durum, geschikt voor vlechtwerk. Het kaf is een zeer geschikt voeder voor paarden en runderen.

Cultuur. De tarwe wordt in Skandinavië verbouwd tot den 69sten breedtegraad, naar het zuiden tot omstreeks den 16den. In de Alpen wordt ze gecultiveerd . tot ± 1400 m. hoogte. Ze komt voor als winter- en als zomertarwe. De wintervaste variëteiten kunnen bij stil weer zonder sneeuwdek tot 20° vorst verdragen. De tarwe groeit het best op kalkhoudende, humeuze klei- en leemgronden; in een zeeklimaat ook nog op meer zandige landen. Koolzaad, erwten, boonen, wikken, vlas en klaver zijn goede voorvruchten voor tarwe; granen minder goede. Tarwe gedijt ook goed na braak en witte kool. De bemesting moet worden geregeld naar grondsoort en voorvrucht. De wintertarwe wordt bij voorkeur in het laatst van September of in het begin van October, in versch geploegden grond gezaaid met de machine in rijen op onderlinge afstanden van lV/2—22Y2 c.m. in hoeveelheden van omstreeks 2 H.L. per H.A., nadat het zaad vooraf is behandeld met een oplossing van kopervitriool tegen brand. In het voorjaar wordt het gewas wel gerold en geëgd en in den daarop volgenden zomer geschoffeld of gehakt en gewied ter verdelging van onkruid en ter bevordering van den groei. Het wordt bij voorkeur in geelrijpen toestand geoogst, op het noordelijk halfrond in den regel in de maand Augustus. De opbrengst aan koren loopt van 30—50 H.L. en meer per H.A., en bedraagt gemiddeld omstreeks 45 H.L. Het H.L.-gewicht bedraagt gemiddeld ongeveer 77 k.g. Op 1 H.L. koren kan een opbrengst van 125— 175 k.g. stroo worden gerekend.

De zomertarwe wordt in den regel gezaaid in de maand Maart en wel op een dergelijke wijze als de wintertarwe. Ze geeft soms hoogere opbrengsten dan deze. Dit is echter geen regel, zelfs niet eens normaal, Ze is in den regel, harder en rijker aan eiwit dan wintertarwe, vooral in droge jaren.

Ziekten en beschadigingen. De tarwe wordt o. a. aangetast door steen- of stinkbrand (Tilleiia laevis Kiïhn en T. Caries Tul.), door stuifbrand (Ustilago Tritin Jensen), door roest (Puccinia graminis Pers. en P. straminis Fuck), door meeldauw (Erysiphe graminis D. C.), door het zwart (Cladosporium herbarum Link) en door de tarwehalmdooder (Ophiobolus herpotrichus). Ze wordt o. a. beschadigd door: veldmuizen, waterratten, hamsters, engerlingen, ritnaalden, aardrupsen, halmwespen, emelten, Hessische muggen, gele halmvliegen, fritvliegen, smalle graanvliegen, gele tarwe-galmuggen, bladluizen, graanblaaspooten, tarwe-aaltjes, bieten- of liaveraaltjes en slakken.

Tarwegras. Zie Agropyrum.

Tarija, een departement van de Zuid-Amerikaansche republiek Bolivia, tusschen de departementen Chuquisaca en Potosi en Argentinië, Paraguay en Brazilië gelegen, heeft een oppervlakte van 85 561 v. km. en telt (1900) 102 887 inwoners. Het W. is bedekt door den Abra de las Cortaderas, een keten van de Cordilleras, enuitloopersdaarvan, het O. wordt door den Chaco boreal ingenomen. De voornaamste rivieren zijn de Pilcomayo en de

Tarija, beide zijrivieren van de Paraguay. Het klimaat is zeer heet. Op den vruchtbaren bodem wordt rijst, gerst, vlas, thee, coca en wijn verbouwd, op de voortreffelijke weiden heeft men groote kudden runderen en schapen. De hoofdstad Tarija, 1770 m. boven den zeespiegel, bezit een fraaie hoofdkerk, een Franciscaner klooster en (1900) 6980 inwoners.

Tasa (Tejoe, Thesa) is een plaats in Marokko, ten O. van Fez aan den handelsweg naar Algiers gelegen, die 3500 inwoners telt, waaronder 200 Joden. Het is strategisch van belang en omgeven door dubbele leemen muren, die een groote ruimte omsluiten. Ondanks het garnizoen van 100 man beheerschen roofzuchtige Riati (Riata) de omstreken.

Tascher de la Pag-erie, gravin Stéfanie, een Fransch schrijfster, geboren te Parijs in 1814, een achternicht van keizerin Joséphine, bracht haar jeugd in Beieren door, waar haar vader prins Eugèn was gevolgd. In 1852 benoemde Napoleon III haar vader tot senator, daarna tot grootmeester van het Huis van de keizerin, in welke hoedanigheid hij in de Tuilerieën woonde. Na zijn dood bleef gravin Stéfanie tot 1870 aan het Hof. Na den val van het keizerrijk vertoefde zij eerst bij haar zuster, gravin Waldner-Freundstein te Parijs, vervolgens in Tirol en daarna in Baden. Zij schreef 3 deelen „Souvenirs" (1893—1894). Zij overleed in 1905 te München.

Taschjeskrnid, Herderstaschje of Tuinlepeltje (Capsella) is de naam van een soort crucifeeren met ongedeelde of gevederde bladeren en witte bloemen. Het zijn eenjarige kruiden. Van de 4 soorten, die in de gematigde zone voorkomen, is de capsella bursa pastoris, ook wel lepelblad, lepeldiefje, lepels en vorken of ganzentong geheeten, het meest bekend. Deze plant bezit een wortelroset, kleine witte bloemen en driehoekige vruchtjes. Zij komt als onkruid voor, smaakt een weinig bitter en scherp en was vroeger als geneesmiddel in gebruik.

Taschjeskruid. Zie Teesdalia.

Taschner, Ignatius, een Duitsch beeldhouwer, geboren den 9aen April te Kissingen, studeerde van 1889—1896 aan de kunstacademie te München, terwijl hij ook eenige studiereizen door Italië deed. Hij vestigde het eerst de aandacht op zich met bronzen standbeelden van Parsival en den heiligen Martinus te paard, waarmede hij te Dresden en München gouden medailles verwierf. In 1903 werd hij tot hoogleeraar aan de kunstschool te Breslau benoemd, maar in 1905 vestigde hij zich te Berlijn. Van zijn jongste scheppingen (1907) noemen wij een bronzen standbeeld van Schiller voor St. Paul in N. Amerika en een Gustmf-Frylagjonteint e Breslau. Verder maakte hij enkele etsen en teekeningen op den steen.

Tasco de Alarcon is een oude bergstad in den Mexicaanschen staat Guerrero, op 1773 m. hoogte boven den zeespiegel gelegen. Zij bezit een prachtige parochiekerk, goud- en zilvergroeven en telt (1900) ongeveer 4000 inwoners. In de nabijheid ligt de beroemde grot van Cacahuamilpa, waarin men reeds 10 km. is doorgedrongen zonder het einde te bereiken.

Tasgolf noemt men de O.lijke vertakking van de Golf van Ob in de N. lijke IJszee. Zij bevat zoet water, terwijl er het groote eiland Nachodka in gelegen is. In haar W. lijken arm mondt de Poer

Sluiten