Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijk gedreven met Engeland en met het vasteland van Australië. In 1906 liepen 955 schepen van 1063153 ton de verschillende havens binnen, terwijl 961 schepen van 1056256 ton haar verlieten. Tasmania bezit een handelsvloot van 159 vaartuigen, waaronder 62 stoomschepen. De spoorlijnen hadden (1904) een lengte van 994 km., de telegraaflijnen van 3156 km. De post verzond in 1905, door middel van 381 kantoren, 12,62 millioen brieven en briefkaarten en 9,17 millioen couranten. De gouverneur wordt door den koning van Engeland benoemd, hij wordt gesteund door 6 ministers, een Wetgevenden Raad van 18 leden en een Wetgevende Vergadering van 37 leden. De inkomsten bedroegen (1905—1906) £ 900 657, de uitgaven £ 853105, de schuld £ 9 471971. De hoofdplaats heet Hobart. Tasmania werd den 24sten November 1642 door Abel Tasman (zie aldaar) ondekt en heette tot 1856 Vandiemensland. In 1772 landde de Franschman Marion in de Frederick-Hendrikbaai, Furneaux ontdekte in 1773 de Adventurebaai, die in 1777 ook door Cook bezocht werd. Bass bewees in 1789, dat Tasmania een eiland was. In 1903 werd aan de Derwent een misdadigerskolonie aangelegd, die in 1804 naar Hóbarl werd verplaatst. Tot 1824 was het eiland afhankelijk van Nieuw-Zuid-Wales, doch ontving toen een eigen bestuur. Na 1853 werd het eiland niet meer voor deportatie gebruikt. De inboorlingen, die met de Australiërs nauw waren verwant, werden gedeeltelijk in veelvuldige gevechten uitgeroeid, gedeeltelijk stierven zij tengevolge van hun gewelddadige verplaatsing naar Oyster Cove, behalve een gering aantal, dat naar Hobart teruggebracht werd. De laatste inboorling, Trucanini of Lalla Roohk genaamd (geboren 1803), overleed in 1876 te Londen.

Tassili (= plateau) is de naam van een hoogvlakte, vol woeste spleten en kloven, gelegen in het gebied van de Azdjer-Tokaregs, op een hoogte van 1200—1500 m. boven den zeespiegel. Het bestaat uit donkerkleurigen zandsteen en uit jongere eruptieve gesteenten en bevat in de kloven riviertjes en zelfs permanente kleine meren. Ook vormt het de waterscheiding tusschen de Z. lijke en de in het N. in de zandduinen van de Hammada el Homra verloopende droge dalen. De oase Ghat is aan de N. lijke helling op 767 m. hoogte boven den zeespiegel gelegen. Tassili behoort tot de Fransche Sahara.

Tassilo is de gemeenschappelijke naam van drie Beiersche hertogen uit het Huis van de Agilolfin gen. Tassilo I werd in 590 hertog en sneuvelde in een veldtocht tegen de Avaren. Tassilo III, werd in 749 hertog en moest in 757 de opperleenhoogheid van zijn oom, den Frankischen koning Pepijn, erkennen. Met zijn zwager, den Longobard Adalgis, verbond hij zich tegen Karei den Groote, maar moest zich in 787 onderwerpen. Intusschen verzette hij zich opnieuw, werd in 788 te Ingelheim ter dood veroordeeld, begenadigd en naar het klooster Jumièges bij Rouaan gezonden, waar hij, nadat hij in 794 plechtig van het hertogdom Beieren afstand had gedaan, overleed. Met hem stierf het geslacht der Agilolfingen uit.

Tassis, Jean Baptistede, of Taxis, geboren omstreeks het midden der 16de eeuw, was de zoon van Jean Baptiste de Tassis, door keizer Iiarel V bekleed met het oppertoezicht op de posterijen in Duitschland. Na den dood van Eequesens omhelsde hij open¬

lijk de zaak van den koning en werd met de graven van Mansveld, Barlaimont en anderen gevangen genomen. Hij ontsnapte echter en trad in dienst bij Jan van Oostenrijk en begaf zich na het overlijden van dezen naar Spanje, waar Philips hem tot gezant in Frankrijk benoemde. Vele jaren was hij in deze betrekking werkzaam en bevorderde het tot stand komen van de Ligue. Nadat hij naar Madrid was teruggeroepen, werkte hij mede tot den vrede, die in 1598 te Vervins gesloten werd. Daarop keerde hij terug naar het Fransche Hof, waar hij de achting verwierf van Hendrik IV, zoodat deze hem gewoonlijk „mon père" noemde. Op zijn verzoek vertrok hij weder naar Spanje, maar kon nauwelijks een verlof van 6 maanden verkrijgen, welke hij besteedde aan het in orde brengen van zijn gedenkschriften. Deze, getiteld: „Joannis Baptistae de Tassis Commentariorum de tumultibus Belgicis libri octo" zijn in 1743 uitgegeven door Hoynck van Papendrecht naar een handschrift der aartsbisschoppelijke boekerij te Mechelen. Zij loopen van 1559 tot 1598. De eerste twee boeken bevatten een inleiding tot 1577 en van dat jaar af geeft hij een uitvoerig verslag der krijgsbedrijven tot 1598 toe. Hij bepaalt zich hoofdzakelijk tot de oorlogszaken en is oprecht genoeg Alva en den Bloedraad niet te sparen. Hij overleed te Madrid in 1609 of 1610.

Tasso, Bernardo, een Italiaansch dichter, geboren den llden November 1493 te Bergamo, studeerde te Padua en bekleedde vervolgens verschillende ambten te Rome, Ferrara en Venetië, terwijl hij tevens als dichter roem verwierf. In 1532 trad hij als secretaris in dienst van den Prins Ferranle Sanseverino van Salerno, vergezelde dezen bij den tocht van Karei V naar Tunis, begaf zich op last van den prins naar Spanje, trad na zijn terugkeer te Salerno in 1534 in het huwelijk met de begaafde Porzia dei Rossi en woonde met haar ambteloos te Sorrento tot 1548 . Hij werd echter dikwijls voor een krijgstocht of een gezantschap opgeroepen. In 1548 viel hij tegelijk met den prins van Salerno in ongenade bij den keizer, trok naar verschillende plaatsen en kwam in 1556, van alle hulpmiddelen beroofd, te Ravenna, vanwaar de hertog van Urbino hem naar Pesaro riep. In 1563 werd hij eerste secretaris van hertog Willem van Mantua en in 1567 stadhouder van Ostigha. Hij overleed aldaar den 5den September 1569. Zijn voornaamste werk is het romantische epos:„L'amadigi di Gaula"(1560 en later), waarvoor hij de stof grootendeels ontleende aan den Spaanschen prozaroman „Amadis de Gaula". Een episode daaruit bewerkte hij tot een afzonderlijk gedicht, getiteld: „Floridante", waarvan hij slechts 19 zangen dichtte en dat later door zijn zoon vervolgd, voleindigd en uitgegeven werd (1587). Verder leverde hij een bundel lierdichten, eerst onder den titel van „Amori" (1555) en vervolgens onder dien van „Rime" (2 dln., 1749) uitgegeven. Ook zijn „Lettres" (3 dln., 1733—1751) zijn in het licht gezonden.

Tasso, Torquato, een zoon van den voorgaande, een beroemd Italiaansch dichter, geboren te Sorrento den llden Maart 1544, ontving zijn opleiding te Napels, Rome en Pesaro, op laatstgenoemde plaats gemeenschappelijk met den zoon van den hertog van Urbino, hield zich een jaar lang te Venetië op, maakte in 1560 te Padua een aanvang met de studie in de rechten, die hij een jaar

Sluiten