Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijk met veeteelt, de laatsten met ooft- en tuinbouw bezig. De Tataarsche stammen in Kaukasië tellen (1905) 1879 908 zielen; zij worden verdeeld in Aserbeidsjan-Tataren, Koemuken, Turken, Nogaiers, Karatsjaiers, Turkmenen, Bergkabardij-' nen en Karapapachen. Tot de Siberiselie Tataren (1905 : 476 139) behooren de Toerelijnen,;. die zich gedeeltelijk met landbouw, veeteelt en jacht bezighouden, gedeeltelijk in steden leven, en naar de landstreken, die zij bewonen, in Taraïsche,-Töbolskische, Tjoemeensche en Tomskische Tataren,, on-

/Inm/tViaiflan nmrrl Pr> Vprrlpr hfthnnrftT» Vllftrtoe d.6

UGiDWltiVAVll tiuiuvil! >

Barabijnen, de Tsjoelymsche Tataren, de '^eleoè- -

1- n J .. \ l.„ 17"OVI

ten, ae oaga-ers, ue ivuana.ii, ui uc ,v^

Karagassen en resten van de vroeger talrijke Arivers en Asanen. De verkeerde schrijfwijze Tartaren wordt aan Lodewijk den Heilige toegeschreven, die het woord schertsend met Tartaros in ;verband bracht.

Tatar Pazardsjik is een distriktshoofdstad in O "Rnemelië fP.ii l^ariieV on 207 m. hoogte boven

den zeespiegel in een vruchtbare vlakte aan de Maritza en aan den spoorweg Belgrado- Sofia- Adrianopel- Konstantinopel gelegen. Het heeft een belangrijken verhftuw van rijst, gerst en tabak, bezit wol-, katoen- an zijdeweverijen en telt (1905) 17 579 inwoners, grootendeels Bulgaren. De plaats, die in 1485 werd g^stioht door Tataren, die door sultan Mohammed van"$roessa naar hier werden overgebracht, heeft in den zomer door overstroomingen en groote hitte te lijden.

Tatarije, minder juist Tartarije, was in de Middeleeuwen de naam van Centraal-Azië, aan welks horden men den naam van Tataren (zie aldaar) gaf. Later schonk men den naam van Kleinoi Europeesch Tatarije aan de Russische gouvernem<ui t-<Mi Krim Afit.ra.ka.Ti en "Kazan. en meer be¬

paald aan den Krim en aan de gewesten langs den benedeiiloop van den Dnjepr en den Don. Groot- of Aziatisch Tatarije, sedert de 13de eeuw door zijn beheerscher, den zoon van Dsjengis-Khan ook Dsjagatai geheeten, draagt thans algemeen den naam van Centraal-Azië, gedeeltelijk ook dien van Turkestan. De namen Chineesch en Opper-Tatarije voor het oostelijk en Vrij Tatarije voor het westelijk (Russisch) gedeelte van Turkestan, worden thans niet meer gebruikt.

Taten, Russisch Taty, beteekent, in tegenstelling met nomaden, eigenlijk menschen die een vaste woonplaats hebben. Men duidt er een volk in het Russisch generaal- gouvernement Kaukasië

mee aan, aat van rerziscne amumsi, ia. uuu ««uk» bedraagt ongeveer 111000 zielen. Hun taal is een dialect van het Nieuw-Perzisch.

Tatianus of Titiaan, een Christeüjk apologeet uit de 2d« eeuw, waarschijnlijk afkomstig uit Syrië, sloot zich te Rome bij de Christelijke gemeente aan, werd een leerling van Justinus Martyr, volgde na diens dood een dualistisch-gnostische richting en leefde als hoofd van een ascetische school in Mesopotainië. Hij schreef een „Apologie" (uitgegeven door Schwartz in 1888) en het eerste zoogenaamde diatessaron, d. i. een samenhangende geschiedenis van het leven van Jezus, samengesteld uit de vier Evangeliën. Hij vervaardigde dit werk omstreeks 170 in het Syrisch of in het Grieksch. Het werd vooral in de Syrische gemeenten gebruikt en nog in het midden van de 4de eeuw te Edessa

gelezen. Tatianus schijnt den tekst van de Evangeliën tamelijk vrij behandeld te hebben, zijn werk heette later dan ook kettersch, waarom bisschop Thpntlrtrpt va.n r,vnis omstreeks 450 de in ziin ee-

^ied aanwezige exemplaren liet vernietigen en

door canoniscne uvangenen net vervangen, uc vp'rtövpn fplrsf. kan men rer.onst.rueeren uit een com-

möitiaar van Ephraem en uit een Arabische be-

w.erRing uit ae Iiuo eeuw. ue zoogenaamue „ijatteofVin Ta.tia.nns" staat verder van het origineel

,'a.f San de Arabische tekst. Deze werd in het begin

va# de bQe eeuw in net uud-noogauitscn veiiaaiu ■eü leverde ook de stof van den „Heliand" en de „Harmonie der Evangeliën" van Otfried. Verder schreef Tatianus een „Oratio ad Graecos"( uitgegeven 'door Schwartz in 1888), een van de meest I ml 'in rrri! 1.-P a.nnlncptisclip geschriften van dien tild.

Tatius, Titus, volgens de sage koning der Sabijnen, trok wegens den Sabijnschen maagdenroof tegen RomulUS te veldof veroverde den Mons

Quirmahs en den Mons Capitolinus, doen verzoende -/ir'Vi la.fpr met. linmnhiR en voerde gemeenschappe¬

lijk met dezen heerschappij.-over den vereenigden

Staat der Komemen en yuiritra, waarin uc wwuc tribus naar hem die der Tatiênses of Titienses genoemd werd. Hij werd geAoqd'bij een plechtige offerande te Lavinium door Êalurentijnen, die hij beleedigd had.

Tatoeëeren (zie de plaat) noemt men het aanbrengen van gekleurde teekeningen op de huid van een mensch door met een scherp voorwerp daarin figuren te prikken, die dan met een kleurstof worden ingewreven. In de eerste plaats dient dit om den getatoeëerde van zijn stamgenooten te onderscheiden; daarbij komen echter een groot aantal an-

/loro Kmirpprrrprlpripri 7.W dient", hilV. SOmtilds Olü

UWV --J -- J

vrijen en onvrijen te onderscheiden, om verschil tusschen hoogere en lagere standen of kasten te

maken, ais onderscheiding tengevolge van heid, als godsdienstig symbool, als geneesmiddel bij een ziekte, als voorbehoedmiddel, als een teeken van ongenade, als een teeken, dat een vrouw ge¬

huwd of huwbaar is, als een middel 0111 ïemanu van het andere geslacht te betooveren, als een middel om den vijand vrees aan te jagen, als een toovermiddel, als teeken van lidmaatschap van een geheimen bond enz. Bij beide geslachten is de tatoeage dikwijls een van de plechtigheden, die bij de puberteitsfeesten plaats hebben. Velen met een donkere huidkleur, zooals Negers, Melanesiërs en Australiërs, tatoeëeren zich dikwijls, doch geven de

' 1 mii i Jiu

voorkeur aan de versiering door ntieenens, uie umwijls kunstmatig vergroot worden en die op de

donkere huid beter uitKomen dan ue geiueuiuc tatoeage. Ook het beschilderen van het lichaam olnit -7ieK hü hpt. tatoeëeren aan. De Zuidzee-eilan-

ders, de Indianen, de bewoners van Nieuw-Zee-

land en de Negers kiezen meestal wisKunaige uguren en arabesken, de Maleiers en Japanners geven de voorkeur aan afbeeldingen van voorwerpen, dieren enz. Voor het inprikken worden gewoonlijk spitse doornen, beenderen, metalen naalden enz. gebruikt; als kleurstof fijn roet of een soort Oost-Indische inkt; om donkere schakeeringen te verkrijgen, worden de punten dichter bij elkander geplaatst. Als roode kleurstof wordt meest cinnober genomen. In de Zuidzee is door den invloed van zendelingen het tatoeëeren bijna verdwenen, in Acliter-Indië

Sluiten