Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dichten: „Nyavers" (1885), „Dikter i vantan" (1890) en „Dikter" (1896) en het heldendicht „Laureatus" (1897), die tot de beste voortbrengselen der Zweedsche letterkunde in Finland na Topelius behooren. Ook zijn laatste werk, dat na zijn dood verscheer, „Elster Kvallsbrisen" (1899) munt uit door verrassende frischheid en gebondenheid. Na vele reizen in Europa naar zijn vaderland teruggekeerd, was hij van 1895—1898 als dagbladredacteur werkzaam te Hangö en te Björneborg, waar hij den 20sten Maart 1898 overleed.

Tavernier, Jean Baptiste, een Fransch reiziger uit de 17de eeuw, geboren te Parijs in 1605, was de zoon van een bekend aardrijkskundige uit Antwerpen, die zich later te Parijs vestigde. Op 15 jarigen leeftijd verliet hij het ouderlijk huis, bezocht Engeland, Vlaanderen, Nederland en Duitschland, nam daarna deel aan den strijd tegen de Turken en bezocht vervolgens Italië en Polen. In 1630 bevond hij zich te Regensburg bij de kroning van Ferdinand III, en hier werd hem voorgesteld, twee Fransche edellieden op een reis naar Klein-Azië te vergezellen. Hij nam dit aanbod aan, maar verliet hen te Konstantinopel, reisde alleen naar Perzië, kocht er kostbare sjaals en edelgesteenten en verkocht deze vervolgens in Europa met aanzienlijke winst. Daarna deed hij nog een aantal reizen naar het Oosten. In 1668 kwam hij met groote rijkdommen terug en verkocht in 1669 edelgesteenten ter waarde van 3 millioen francs aan Lodewijk XIV, die hem in 1670 opnam in den adelstand met den titel van baron <f Aubonne. Hij hield zich nu bezig met het beschrijven van zijn reizen, terwijl hij doorging met zijn handelszaken. Tavemier vertrok nu eerst naar Zwitserland en vervolgens naar Berlijn, waar hij ten behoeve van een handelsvereeniging een reis zou aanvaarden over Moskou naar Perzië; doch hij overleed in 1689 in laatstgenoemde stad. In 1685 had hij zijn baronnie verkocht. Hij schreef een aantal werken met Samuel Chappuzeau. Wij noemen van hem: „Nouvelle relation de 1' intérieur du sérail du Grand Seigneur" (1675), „Les six voyages de Jean Baptiste Tavernier" (1676), „Recueil de plusieurs relations et traitsé singuliers et curieux" (1679).

Tavira, een stad in het Portugeesche distrikt Faro (Algarve), ligt in een heuvelachtige, goedbebouwde vlakte der zuidkust, op de beide oevers van de Gilao, waarover een steenen brug ligt, 2 km. van zijn monding, bezit een Moorsch kasteel, twee kerken, een hospitaal, een door twee forten gedekte haven, vischvangst, vooral van sardijnen en tonijnen, handel en (1900) 12 178 inwoners.

Tavolara, bij de Romeinen Bucciana geheeten, een van de Bucinarsche eilanden, ligt aan de noordoostkust van Sardinië en bezit een oppervlakte van 6,12 v. km. Het aantal inwoners bedraagt ongeveer 180. Zij vormen een soort republiek, waarschijnlijk de kleinste van de geheele wereld. Het eiland bezit een vuurtoren. Vroeger kwamen er purperslakken voor, thans treft men er nog wilde geiten aan. In 1882 was Tavolara nog een absolute monarchie, waarvan Paolo I, uit de dynastie Bartholoai, onbeperkt heerscher was. In 1833 werd het regeerend stamhuis officieel erkend door Karei Albert van Italië; maar toen Paolo 1 in 1882 overleed, ontbrandde een miniatuur-burgeroorlog. De bevolking had meer dan genoeg van

het autocratische regeeringssysteemrren de republiek werd geproclameerd. Van deze wijziging der regeeringsvorm werd mededeeling gedaan aan de Italiaansche regeering en deze erkende de republiek door het sluiten van een verbond van vriendschap. De president van Tavolara wordt voor den tijd van 10 jaar benoemd; de vrouwen hebben er het kiesrecht. Aan een staand leger wordt niet gedaan, terwijl de vloot uit één roeiboot bestaat.

Tawastehns, een gouvernement in Finland,, wordt begrensd door de gouvernementen Nyland, Abö, Wasa en St. Michel en telt op 21 585 v. km. (1904) 317 326 inwoners. De bodem is over het geheel bergachtig en boschrijk en wordt door onderscheiden rivieren en meren besproeid. De grond is in het algemeen vruchtbaar. Nijverheid vindt men vooral in Tammerfors. De stad Tawastehus, in het Finsch Haemeenlinna geheeten, ligt aan het MeerWanajaejaervi en aan een spoorweg, bezit een ly? ceum, een aantal inrichtingen van nijverheid en (1902) 5480 inwoners. Door het Lempojkanaal bezit het een stoombootverbinding met Tammerfors. Het slot Kronoburg of Tawasteborg, thans kazerne en verbeterhuis, werd in 1249 door Birger Jarl gesticht.

Taxameter noemt men een werktuig, dat bij openbare vervoermiddelen als controle voor het publiek dienst doet. Hij is in den bok van den koetsier en vóór de oogen van den reiziger aangebracht en geeft het verschuldigde bedrag in één getal aan. Gedurende het rijden wordt hij gedreven door een koppeling met een achterwiel van het rijtuig. Onder de achterste wagenas bevindt zich n. 1. een kleine, pneumatische pomp, waarvan de zuigerstang door een spiralveer tegen de naaf van het wiel gedrukt wordt. Hierop is een ijzeren beugel bevestigd, die, telkens als het één keer is rondgedraaid, de zuigerstang naar binnen drukt en aldus een luchtstoot veroorzaakt, welke door een gummi buis naar een blaasbalg onder de zitplaats van den koetsier geleid wordt. Deze blaasbalg brengt dan, door middel van een hefboom met een pal aan het einde, die in de tanden van een rad grijpt, en met behulp van verschillende tusschenraderen en hefboomen den wijzer van den taxameter in beweging. Gedurende het stilstaan wordt deze door een uurwerk gedreven. Is het rijtuig onbezet, dan wordt, door het oprichten van een bordje met het opschrift „vrij" de taxameter uitgeschakeld. Deze geeft bovendien alles aan, wat gedurende zekeren tijd is vervoerd en wat dus de koetsier aan den eigenaar is verschuldigd. Bij ons te lande (den Haag) gebruikt men taxameters op rijtuigen, getrokken door paarden, „urbaine" genaamd, en op automobielen, die men dan met den naam „Atax" (Amsterdam) aanduidt.

Taxidermie noemt men de kunst van het opstoppen en opzetten van dieren voor natuurhistorische verzamelingen. Zij bestaat hoofdzakelijk in het afstroopen der huid of in het verwijderen van alle weeke, voor verrotting vatbare deelen uit het vel en het opvullen van dit laatste met droog zand of met werk, zoodat de natuurlijke gedaante van het dier te voorschijn komt, waarbij men bij grootere dieren door ijzerdraad of ijzeren staven vastheid geeft aan de gekozen houding, en het drogen van de opgezette huid. Men maakt ook wel den vorm van een dier uit een vaste stof, om dien vervolgens met de huid te overtrekken (dermoplas-

Sluiten