Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich aan hem bekend, en Telemachos stond dezen ter zijde bij het uit den weg ruimen der vorsten die naar de hand van Penelope dongen. De lotgevallen van Telemachos zijn behandeld door Fénélon in den beroemden roman: „Les aventures de Télemaque".

Telemeter is de naam van een door Clarke en Hawitt uitgevonden electrisch afstandssignaal, dat in 1884 op de tentoonstelling van electrische inrichtingen te Philadelphia werd vertoond. De seingever, zoowel als de ontvanger, is van twee electro-magneten voorzien; wanneer deze geen gepolariseerde ankers bezitten, zijn er 2 of 3 geleidingen noodig. Het sein wordt gegeven door den stand van water of kwik in het instrument; een verandering van stand brengt een contactarm in beweging, waardoor er een stroom in een van de geleidingen wordt gebracht, die deze wijziging aangeeft. Een vijfde electromagneet onderbreekt den stroom, waarop de ankers in den rusttoestand terugkeeren.

Telemobiloskoop is de naam van een toestel, waarmee men metalen schepen en andere metalen voorwerpen op zee opsporen kan, wanneer men ze tengevolge van duisternis of mist niet kan zien. Het toestel werd uitgevonden door Hülsmeyer te Dösseldorf en berust op de toepassing der draadlooze telegrafie. Van uit den mast wordt door een hollen spiegel een bundel electrische golven naar de oppervlakte van de zee gezonden, die, wanneer ze een metalen voorwerp ontmoeten, worden teruggekaatst. Door draaiing van den spiegel kan de heele omgeving afgezocht worden. De stand van het toestel, waarin de teruggekaatste golven opgevangen worden, geeft de richting aan, waarin zich het voorwerp bevindt. Door een bijzondere inrichting kan de afstand geschat worden.

Teleologie, van het Grieksche woord zt'J.og (doel), de leer der eindbedoelingen, is de leer, die niet alleen de bewuste handelingen van den mensch, maar alle verschijnselen en gebeurtenissen in de natuur en in het maatschappelijk leven in verband brengt met vooraf bepaalde bedoelingen. De grofste vorm van teleologie is de meening, dat alles voor den mensch gemaakt is, de zon bijv. om hem te verlichten, de planten en dieren om hem te voeden enz. (ianthropocentrische teleologie). Wanneer niet de mensch, maar het ontstaan van bepaalde toestanden en bestaansvormen als doel gedacht wordt, spreekt men van een kosmische teleologie, die men metaphysisch noemt, wanneer men een einddoel aanneemt, dat het geheele wereldproces beheerscht. De transcendente teleologie neemt een boven de wereld staand wezen aan, dat de doeleinden regelt, de immanente teleologie ziet het einddoel in de dingen zelf. Een tegenstelling met de teleologie vormt de mechanische wereldbeschouwing, die het doelbegrip bestrijdt en alle verschijnselen uit het samenvallen van uiterlijke omstandigheden verklaren wil. Descartes,^Spinoza en Baco verwierpen de teleologie geheel en al en streefden er naar alles uit werkende oorzaken te verklaren. Leibnitz trachtte beide beschouwingen te verzoenen door de leer, dat alles volgens mechanische wetten gebeurt, doch dat deze wetten zelf teleologisch bepaald zijn. In de op Kant volgende idealistisch-wijsgeerige periode stond de leer van de doeleinden gedurende eenigen tijd op den voorgrond, totdat zij door de snelle ontwikkeling van de natuurwetenschappen teruggedrongen werd; eerst in den laatsten tijd tracht men beide beschouwingen

weder harmonisch te verbinden (Lotze, Hartmann, Wundt.)

Teleostei (Beenvisschen). Zie Visschen.

Telepathie (Grieksch = afstandsgevoel) noemt men het overbrengen van gedachten, waarnemingen en gevoelens van den éénen persoon op den anderen, zonder dat deze laatste dooreen derbekende wijzen van waarneming die gedachten leert kennen. Hiertoe behoort bijv., dat de ééne persoon de gedachten van den anderen, waarvan bij geen kennis draagt, onder suggestie van dezen opschrijft, zelfs in een taal, die hij niet kent. Tot dusver zijn in deze richting door proefondervindelijk geschoolde krachten slechts weinig nauwkeurige waarnemingen gedaan.

Telephos is in de Grieksche mythologie een zoon van HeraMes en van Auge. Hij werd als kind in Tegea in Arkadië te vondeling gelegd, maar door een hinde gezoogd en door koning Korythos opgevoed. Later vond hij zijn moeder bij Teuthras, koning van Mysië, en werd de schoonzoon en opvolger van dien vorst. Toen op den tocht naar Troje de Hellenen een inval deden in Mysië, werden zij door Telephos overwonnen, die echter zelf door Achilleus werd gewond. Daar het orakel verkondigde, dat alleen degene, die hem gewond had, hem genezen kon, reisde hij, als bedelaar vermomd, naar Argos, waar de Grieken zich bevonden, roofde Orestes uit de wieg en dreigde hem te dooden, wanneer hij niet geholpen werd, waarop Achilleus met roest of spaanders van zijn speer de wonde genas. Daarop weeg Telephos den Grieken den weg naar Troje, doch nam zelf geen deel aan den oorlog.

Teleskoop (= verrekijker; zie de plaat) is d" naam van een optisch toestel, waarmede men verwijderde voorwerpen onder groot-eren gezichtshoek dan met het ongewapend oog en daardoor als het ware dichter bij kan waarnemen. Men vat onder dezen naam twee soorten va.i instrumenten samen: d i o ptrische teleskopen of refractoren, (fig. 1), welke op de breking van het licht door lenzen berusten, en katoptrische teloskopen of reflectoren, waarvan de constructie berust op het beginsel van de terugkaatsing van het licht door holle spiegels.

Van de refractoren bestaan twee soorten: die van Kepler en die van Galileï, van welke laatste soort de eer der eerste uitvinding intusschen schijnt toe te komen aan Lipperhey te Middelburg (1608). De eerste, ook astronomische verrekijk e r geheeten, bestaat in hoofdzaak uit een buis, welke twee lenzen bevat: een grootere, biconvexe, die aan het ééne einde van de buis is aangebracht en voorwerpglas of objectief genoemd wordt en een kleinere, aan het andere einde verschuifbaar bevestigde lens met korten brandpuntsafstand, welke men oogglas of oculair noemt. Het objectief ontwerpt nu van een ver verwijderd voorwerp in de nabijheid van zijn brandpunt een omgekeerd beeld, dat door het oculair vergroot wordt waargenomen. De refractor van Galileï of Hollandsche verrek ij ker geeft rechtopstaande beelden; de objectieflens is biconvex, het oculair daarentegen biconcaaf. De beide lenzen bevinden zich op een onderlingen afstand, die gelijk is aan het verschil der brandpuntsafstanden van objectief en oculair; bij den verrekijker van Kepler daarentegen zijn de lenzen op een afstand gelijk aan de som van haar brandpuntsaf-

Sluiten