Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werd, levert Teneriffe ook weder wijn. De beroemde moeilijk te bestijgen Kek van Teneriffe (Pico de Teyde) bereikt een hoogte van 3710 m., zoodat men hem op een afstand van 300 km. kan zien. Een uitbarsting van den top van dezen vulkaan vindt men nergens vermeld, hoewel de krater niet ontbreekt, wel echter hebben er onderscheiden uitbarstingen op de hellingen plaats gehad; een van deze, namelijk die van den 5den Mei 1706, verwoestte de stad Guarachico. In November 1909 had er een nieuwe uitbarsting plaats, waardoor een nieuwe krater werd gevormd. De Piek is aan zijn voet bedekt met een weligen plantengroei, hooger op met heesters en nog hooger met lava, puimsteen en vulkanische asch. Nabij don top vindt men de zoogenaamde ijsgrotten (Cueva del yelo) en spleten (narices), waaruit warme dampen te voorschijn treden. De top wordt gevormd door den Piton (Pan de azucar of Suikerbrood), die een hoogte heeft van 300 m. en van November tot April met sneeuw bedekt is. Bij Orotava verhief zich vroeger de groote drakenbloedboom, wiens ouderdom door A. von Humboldt werd geschat op 6000 jaar. Het klimaat van Teneriffe is zacht en gezond, de gemiddelde warmte bedraagt te Orotava (100 m. boven den zeespiegel) 19°, bij Laguna (570 m.) 16,7°, bij Santa Cruz (40 m.) 18,8°, de gemiddelde regenhoeveelheden voor deze plaatsen zijn 335,554 en 307 mm. De voornaamste regentijd is de winter. De hoofdstad is Santa Cruz; van de overige plaatsen zijn de vroegere hoofdstad La Laguna en La Orotava de voornaamste. In 1909 werd er door een DuitschAmerikaansche maatschappij een telegraafkabel aangelegd, terwijl een Fransch-Spaansche maatschappij er een station voor draadlooze telegrafie oprichtte. In 1910 werd er een sterrenkundig observatorium gesticht.

Tengg-er, een samengestelde vulkaan op OostJava in de residentie Passoeroean, heeft den vorm van een afgeknotten kegel, die een ellipsvormige ruimte insluit, waarvan de groote as ruim 2 uur, de kleine bijna l1/» uur lang is. Door een dam, de Tjemara lawang, wordt deze ruimte in tweeën verdeeld, het Z.W. wordt door de zoogenaamde Zandzee ingenomen, waaruit zich een groep van nieuwe kegels, zooals de thans nog werkende Bromo en verder de Batok verheffen. In den drogen tijd kan men in de Zandzee allerlei woestijnverschijnselen waarnemen. Li de ruimte ten O. van de dam ligt het door ravijnen doorgroefde ketelland van Wonosari. De ringwal wordt in het N. wel Moenggal genoemd naar den pas van Moenggal, waarover het pad van Tosari naar den Bromo voert. De wal bereikt in den Penandjaan een hoogte van 2780 m. De Tengger bestaat voor het grootste deel uit bazaltgesteenten; op verschillende plaatsen vindt men lavastxoomen, zand- en asclilagen, lapilli en conglomeraten. De bovenste mantel bestaat meest uit fijn zand. De buitenhelling is met een gordel van koffietuinen bedekt, op de meeste plaatsen tot 14—1500 m. hoogte. Daarboven liggen bosschen van wildhout, op de hoogste plaatsen komen tjemara's voor. In 't N.W. en in 't O. zijn vele wouden door de Tenggereezen gekapt.

Teug-g-ereezen (Wong Tengger = hooglandmenschen), een volkje op Java, dat de hellingen van den Tengger bewoont, vormen waarschijnlijk een voortzetting van de oorspronkelijke bewoners van het rijk van Madjapait en vertegenwoordigen als zoodanig de Madjapaitsche beschaving in haar laat¬

ste periode. Waarschijnlijk kozen de Tenggereezen kort na de stichting van het rijk Madjapait de hellingen van den heiligen berg Brama tot hun woonplaats. Zij bezitten thans nog verschillende eigenaardigheden o. a. in den bouw van hun huizen, in hun tijdrekening, hun feesten enz. Zuivere Tenggereezen worden nog slechts in enkele desa's gevonden. Hun aantal wordt op 7000 geschat, waarvan 4000 in 39 desa's van Pasoeroean en 3000 in 19 desa's van Probolingo zouden komen. De hoogst gelegen desa is Ngadas onder Toempang (2130 m.), de laagst gelegene Tosari onder Pasoeroean (17 77 m.). De Tenggereezen verschillen in uiterlijk voorkomen weinig van de overige Javanen. De reinheid van zeden, hun eerlijkheid, gastvrijheid en huwelijkstrouw worden zeer geprezen, onzindelijkheid geldt als hun voornaamste ondeugd. Hun eigenaardige klankrijke taal bezit een aantal van het Javaansch afwijkende woorden. Hun voornaamste feest is het Bromofeest, waarbij offers aan den geweldigen Bromo worden gebracht.

Teniers. Van deze kunstenaarsfamilie noemen wij: David Teniers I,genaamd de Oude, eenVlaamsch schilder van bijbelsche tafi reelen, landschappen en genre-stukken, werd geboren te Antwerpen in 1582 en overleed aldaar in 1649. Hij was een zoon van den borduurwerker Juliaen Teniers. David genoot zijn eerste opleiding bij zijn ouderen broeder Juliaen (werd geboren te Antwerpen in 1572 en overleed in 1615; schilderde figuren en bloemen en stoffeerde landschappen van Josse de Momper-, er zijn geen schilderijen van hem bekend), daarna o.a. bij Rubens. Hij ging vervolgens naar Italië en woonde te Rome bij den schilder Adam Elsheimer. In 1606 kwam hij in Antwerpen terug en trad in het St. Lucas-gilde aldaar. Twee jaar later huwde hij een rijke wees, Dymphna de Wilde. Uit dit huwelijk werden een dochter en vier zoons geboren. De oudste, David, is de bekende David Teniers de Jonge (zie beneden), de beide volgende, Juliaen (bekend onder den naam Juliaen II, geboren in 1616, overleden in 1679) en Theodoor (geboren in 1619, overleden in 1697) hebben eveneens geschilderd. Niettegenstaande zijn vrouw een aanzienlijk vermogen bezat, was hij altijd in geldnood. Om daaraan te ontkomen beging hij zelfs handelingen, die hem in de gevangenis brachten. Hier te lande bevinden zich geen schilderijen van zijn hand, wel echter in de musea te Dresden, Londen, Madrid, München, Petersburg, Stockholm, Weenen e. a.

David Teniers II, genaamd de Jonge, een zoon van den voorgaande, een Vlaamsch zedenschilder, portrettist en etser, de beroemdste der familie, werd geboren te Antwerpen in 1610 en overleed aldaar in 1690. Hij was een leerling van zijn vader. Rubens, maar nog meer Adriaen Brouwer, hadden een grooten invloed op de ontwikkeling van zijn talent. In 1637 trad hij in het huwelijk met Anna Brueghel, de dochter van den Fluweekn Brueghel. Hun zoon David werd eveneens schilder (David Teniers III, geboren in 1638, overleden in 1685; schilderde portretten en werkte in Brussel voor gobelin-fabrieken). In 1645 werd Teniers deken van het St. Lucas gilde te Antwerpen. Hij mocht zich zeer in de gunst van aartshertog Leopold verheugen, die hem het toezicht over zijne verzameling toevertrouwde en schilderijen van hem aan alle Europeesche hoven ten geschenke zond. Ook begunstigden hem koning Filips IV van

Sluiten