Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tijn, die nauwelijks bitter smaakt, Fransche terpentijn, op de voorgaande gelijkend, maar minder terpentijnolie bevattend; Straatsburger terpentijn, die spoedig helder wordt, naar citroenen riekt, zeer bitter van smaak is en 35% terpentijnolie bevat; Amerikaansche terpentijn, die witachtig-geel en taai is, sterk riekt, scherp en bitter smaakt en weinig terpentijnolie bevat. De Venetiaansche terpentijn, welke in Z. Tirol gewonnen wordt, is geeltot bruinachtig van kleur, bijna helder, taai-vloeibaar en scheidt geen kristallen uit. Terpentijn, met waterdamp gedestilleerd, levert terpentijnolie en laat een hars (glaspek) achter; zonder water gedestilleerd, geeft zij colophonium. Men bezigt terpentijn tot het bereiden van terpentijnolie, zalven, pleisters, vernissen, lakken, brievenlak, lijm enz.

Terpentijnboom is een andere naam voor Pislacia. Zie aldaar.

Terpentijnkamfer. Zie Terpentijnolie.

Terpentijnolie, een aetherische olie, komt voor in alle deelen van naaldboomen en wordt door destillatie uit de terpentijn van deze boomen verkregen. De ruwe olie wordt door rectificatie over kalk gezuiverd. Zij is dan kleurloos, dun-vloeibaar, heeft een soortelijk gewicht van 0,860—0,876, lost op in 5 deelen alkohol van 90 %, mengt zich met aether en kookt bij ongeveer 160° C. Zwavel, phosforus, hars, caoutchouc en vele andere stoffen lossen er in op; zij absorbeert zuurstof en gaat onder vorming van mierenzuur, azijnzuur enz. allengs over in hars.

Met water vormt terpentijnolie bij langdurig staan hydraten. Zoo ontstaat lerpinehydraat (terpentijnkamfer) C,„H,«. 2ILO 4- H,0: het vormt kleur-en

reukelooze kristallen, lost op in water'en alkohol en wordt als waterafscheidend middel en tegen

neuralgie aangewend. Met droog chloorwaterstof vormt terpentijnolie zoutzure terpentijnolie (kunstkamfer), C10H„C1, kleurlooze naalden, die naar kamfer rieken en smaken, in alkohol en aether oplossen en bij 115° C. smelten.

Terpentijnolie veroorzaakt bij langere inwerking op de huid pijn, roodheid, verzwering en blaasjes; inwendig werkt zij bij grootere giften vergiftig; ook bij het inademen. Men schrijft terpentijnolie voor bij zenuwpijn, galsteenenkoliek, wormen, blaascatharr, typhus enz. en uitwendig bij rheumatiek, gonorrhöe enz. Verder gebruikt men haar bij de bereiding van verfstoffen en lakken, tot het bleeken van ivoor en vroeger ook wel in lampen.

Terpine, C,0H2002 of C10H18(OH)2, ontstaat door verwarming van terpinhydraat, dat op zijn beurt gevormd wordt door inwerking van water, rijkelijker van alkohol, met salpeterzuur op terpentijnolie. Het vormt naaldvormige kristallen, die bij 105° C. smelten en wordt aangewend bij bronchitis en bij ziekten der urinewegen. Door inwerking van verdund salpeterzuur op terpinhydraat ontstaat het vloeibare terpineol (Ci0Hi80). Het riekt naar vlier en wordt in de parfumerie gebruikt. Bij verwarming van terpine met verdund zwavelzuur ontstaat terpineol (C20H34O), een kleurlooze olie, die bij 168° C. kookt, naar hyacinthen riekt en bij bronchitis als inhalatiemiddel en verder als zeepparfum gebruikt wordt.

Terpineh.yd.raat. Zie Terpentijnolie.

Terpsichore, een der negen Muzen, later inzonderheid die van de danskunst, wordt gewoon¬

lijk met de lyra en het plektrum voorgesteld.

Terpstra, Jacobus, een Nederlandsch letterkundige, geboren te Franeker in 1742, werd na voleindigde studiën aldaar in 1759 doctor in de wijsbegeerte op een dissertatie: „De fluido in genere" en in 1761 doctor in de rechten op een dissertatie: „De consuetudine". Vier jaren was hij werkzaam als advocaat aan het Hof van Friesland en aanvaardde in 1765 het rectoraat te Harlingen met een oratie: „De poesi diis gentilibus adamata.cultori semper amica" en in 1770 dat te Deventer met een oratie: „De institutione scholastica domesticae anteferenda". In 1775 werd hij aldaar buitengewoon hoogleeraar in de dichtkunde en sprak bij die gelegenheid over: „Adversus iniquos artis poeticac existimatores". In 1781 werd hij er benoemd tot hoogleeraar in de geschiedenis, welsprekendheid en Grieksclie taal en hield een redevoering over „De praecipuis quibusdam veritatis historicae indiciis" en in 1782 als rector magnificus over: „De Nicolai Cusan doctrina et meritis in rem literariam imprimis Daventriensem". In 1785 droeg hij een Latijnsch gedicht voor: „In laudem R. H. Schelii", en in 1789 een oratie: „De egregio quod ex studiis humanioribus petitur ad beate vivendum praesidio". Verder leverde hij nog eenige Latijnsche gedichten en overleed in 1803.

Terpstra, Willem, een zoon van den voorgaande, geboren in 1778, studeerde te Deventer, was con¬

rector aan verschillende scholen, net laatst aan het Erasmiaansch gymnasium te Rotterdam en overleed aldaar den 10aen Juli 1839. Hij bezorgde uitgaven van de „Heroïdes" van Ovidius en van het vierde boek van de „Aeneis" van Virgilius. Zijn verhandeling: „Over de beste leerwijze op de Latijnsche scholen" werd door de Hollandsclie Maatschappij van Wetenschappen te Haarlem met zilver bekroond (1818). Hij werd lid van het Provinciaal Utrechtsch Genootschap en van de Leidsche Maatschappij van Nederlandsche Letterkunde, terwijl de Senaat der Groninger hoogeschool hem eersh alve tot doctor in de letteren benoemde.

Terpstra, Jacobus, een zoon van den laatstgenoemde, geboren te Oldenzaal den 19dcn Februari 1805, studeerde te Utrecht in de letteren en verwierf er in 1824 den doctorsgraad op een dissertatie:. „De sodalitio Pythagoreo", werd achtereenvolgens conrector te Franeker, praeceptor te Rotterdam en rector te Harderwijk en overleed aldaar den 8sten Maart 1837. Hij bewerkte woordenboeken voor de Grieksche en Latijnsche taal, alsmede een Grieksche grammatica en was lid van het Provinciaal Utrechtsch Genootschap.

Terrabugio, Guiseppe, een Italiaansch musicus, geboren te Primiera den 13den.Mei 1842, vestigde zich in 1883 te Milaan, waar hij belast werd met de redactie van het tijdschrift „Musica sasza". Vooral heeft hij veel gedaan op het gebied van de kerkmuziek, die door hem geheel werd hervormd. Verder bewerkte hij „De praktische orgelschool" van Mitterer en componeerde hij een aantal werken.

Terracina een stad in de Italiaan sche provincie Rome, ligt aan de evenzoo genoemde Golf der Tyrrheensche Zee, aan het zuidoostelijk uiteinde van de Pontijnsche moerassen en aan een spoorweg en bestaat uit de tegen de helling van den Monte Sant' Angelo gebouwde oude stad en uit het stadsgedeelte Borgo aan de kust. Zij is de zetel van een bisschop, bezit een kathedraal met een fraaie voor-

Sluiten