Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sche provincie Brabant en in het arrondissement Leuven, gelegen aan den spoorweg Brussel-Tervneren. Het was vroeger de zomerresidentie van de hertogen van Brabant- en bezat een prachtig slot met park, dat gedurende de vereeniging met Nederland aan den Prins van Oranje behoorde en sedert 1867 door keizerin Charlotte, de weduwe van keizer Maximilimn van Mexico en een zuster van den Belgischen koning, werd bewoond, totdat het in 1879 afbrandde. Op dezelfde plek verheft zich thans een koloniaal museum. De plaats telt (1905) 4134 inwoners.

Terwen, Jóhannes Leonardus, een Nederlandsch letterkundige, geboren te Dordrecht den 10den Februari 1816, was eerst hoofdonderwijzer en daarna leeraar aan de Latijnsche school te Gouda, waar hij den 9den December 1873 overleed. Hij schreef: „Etymologisch handwoordenboek der Nederlandsche taal enz." (1844), onderscheiden kHne geschiedkundige werken zooals: „Afstand en kloosterleven van Karei V", „De boete van keizer Hendrik IV voor paus Gregorius VII te Canossa," „De strijd tusschen Bonifacius VIII en Philips de Schoone", „Attila, koning der Hunnen", enz., den tekst van „Het Koningrijk der Nederlanden, voorgesteld in een reeks van naar de natuur geteekende schilderachtige gezichten" (1858), en vertaalde met P. van Hinloopen Labberton de „Algemeene geschiedenis van Schlosser (1855), en het „Handwoordenboek der mythologie van alle volken" (1856), terwijl hij ook nog onderscheiden andere vertalingen het licht deed zien.

Terwesten. Van deze kunstenaarsfamilie noemen wij:

Augustijn Terwesten I, genaamd Snip, een Hollandsch schilder, voornamelijk van plafondstukken en behangsels, werd geboren te 's Gravenhage in 1649 en overleed te Berlijn in 1711. Hij begon zijn loopbaan als ciseleur en werd daarna leerling van Doudijns. In 1672 ging hij naar Italië, waar hij drie jaar bleef. Daarna bezocht hij Frankrijk en Engeland en kwam in 1678 weer in Holland terug. In 1690 werd hij naar Berlijn geroepen, om voor de paleizen te Berlijn, Potsdam en Charlottenburg te werken. Met Schlüter stichtte hij de Academie te Berlijn, waarvan hij tot zijn dood directeur bleef. Zijn broeder Mathias (zie beneden) was hem te Berlijn behulpzaam. Ook zijn broeder Elias, genaamd Paradijsvogel, was schilder, doch wij kennen slechts enkele etsen van hem.(-Etos Terwesten werd geboren te 's Gravenhage in 1651 en overleed te Rome in 1724 of 1729. Hij was een leerling van zijn broeder Augustijn). Een plafondstuk van Augustijn Terwesten bevindt zich in de voormalige vierschaar van het stadhuis te Leiden.

Mathias Terwesten, genaamd Arent, een Hollandsch schilder, broeder van den voorgaanden, werd geboren te 's Gravenhage in 1670 en overleed aldaar in 1757. Hij was een leerling van zijn broeder Augustijn, van Doudijns en Daniël Mijtens II. In 1696 ging hij naar zijn broeder te Berlijn, waar hij de nieuwe academie bezocht. Vandaar ging hij naar Italië en keerde daarna weer in Den Haag terug, waar hij bestuurslid werd van de Academie van Beeldende Kunsten. Een portret door Mathias Terwesten, voorstellende prinses Anna, echtgenoote van prins Willem IV, bezit het Rijksmuseum te Amsterdam. Zijn zoon Pieter schilderde bloemen en vruchten. Deze werd geboren te 's Gravenhage

in 1714 en overleed aldaar in 1798. Zijn „Catalogus of Naamlijst van schilderijen met derzelver prijzen etc. (Gravenhage 1772)" bevat vele belangrijke mededeelingen omtrent veilingen uit dien tijd.

Terzet, in het Italiaansch terzetto, is de naam van een zangstuk voor drie hoofdstemmen met of zonder accompagnement. Gemeenlijk kiest men daarvoor sopraan, bas en tenor. Men vindt terzetten in kerkmuziek en in opera's, vooral die van Mozart zijn beroemd. De vroegere naam trio geeft men thans aan een stuk voor 3 instrumenten.

Terzine noemt men een oorspronkelijk Italiaansch e strofe, uit drie, tien- of elflettergrepige versregels, bestaande, van welke de eerste en derde regel rijmen. Zijn verschillende terzinen tot een geheel verbonden, dan rijmen elke eerste en derde regel van een volgende strofe met den tweeden van de voorafgaande, terwijl het gedicht eindigt met een overtolligen regel, die op den tweeden regel van de laatste terzine rijmt. Men schrijft de uitvinding der terzine toe aan Dante, wiens „Divina commedia" in dezen vorm is geschreven.

Terzka of Terzky, Adam Erdmann, graaf, een Boheemsch edelman, in 1627 gehuwd met gravin Maximiliane Harrach, een zuster van Wallenstein, genoot als trouw aanhanger diens volle vertrouwen en onderscheidde zich met zijn regiment in den slag van Lützen. In 1631 onderhandelde hij namens Wallenstein met Gustaaf Adolf, in 1633 met de Saksers. Hij en llow waren het vooral, die in Januari 1634 de bevelvoerders van Wallenstein tot het revers van Pilsen wisten te bewegen en die hen daarna overhaalden tot een tweede, schriftelijke verzekering van hun trouw op den 208ten Februari. Dientengevolge werd hij uitgesloten van de keizerlijke amnestie en den 25sten Februari 1634 te Eger, waarheen hij Wallenstein had vergezeld met Sow en Kinsky vermoord.

Teschen, een vorstendom in Oostenrijksch Silezië, behoorde oorspronkelijk, aan de hertogen van Opper-Silezië, maar kwam in 1298 onder de souvereiniteit van Boliemen. Toen in 1625 de mannelijke lijn der hertogen van Teschen uitstierf, kwam dat vorstendom onmiddellijk aan de kroon van Bohemen, totdat keizer Ilarel VI het in 1722 schonk aan Leopold Joseph Karl, hertog van Lotharingen, die in 1729 opgevolgd werd door zijn zoon Franz Stephan, later keizer Franz I. In 1766 viel het teil deel aan prins Albert van Saksen gehuwd met een dochter van keizer Franz I, die den titel voerde van hertog van Salcsen-Teschen. Van dezen ging het in 1822 over op aartshertog Karl en vervolgens op diens oudsten zoon Albrecht. Sedert 1895 behoort het aan aartshertog Frederik, een neef van Albrecht.

Teschen, een stad in Oostenrijksch Silezië, ligt aan de Olsa en aan 2 spoorwegen, bezit 8 Katholieke kerken, een Protestantsche kerk, een synagoge, een slot met een ouden toren, een standbeeld van Jozef II, 2 gymnasiën, een hoogere burgerschool, een kweekschool voor onderwijzers, een alumneum, een onderwijzeressenkweekschool van de Zusters van Barmhartigheid, een museum, een ziekenhuis enz. en telt (1900) 18 581 inwoners. De bewoners houden zich vooral bezig met nijverheid o.a. met het vervaardigen van meubels, rijtuigen, horloges, ijzerwaren, leer, enz., met bierbrouwerij, brandewijnindustrie, moutbereiding, boekdrukkerij enz. Ook de handel is van veel belang. Den 13ael1

Sluiten