Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoogte van 700 m., de lagere landen verbouwen tarwe, rogge, groenten, maïs, perziken, vijgen, walnoten en moerbezieboomen. De veestapel bestond (1906) uit 13 154 varkens, 9950 schapen, 52 819 geiten, 43 626 runderen en 2492 paarden. Ook wordt er aan bijenteelt gedaan. De teelt van zijderupsen en slakken neemt af. Bij Arzo vindt men rood marmer, bij Osogna wordt veel gneis gewonnen. De stroovlechterij is van veel belang in het dal Onsernone, de tabaksfabricage in Brissago; verder wordèn er vloersteenen, meubels, papier enz. vervaardigd. Het vreemdelingenverkeer is levendig te Lugano en Locarno. Middelpunten van handel zijn Bellinzona, Lugano en Locarno. De belangrijkste middelen van verkeer zijn de spoorweg door den St. Gotthard, de stoomscheepvaart en de electrische tramlijnen in de Valle Maggia en naar Mesocco. Er bestaat een streven om aansluiting bij den Simplonspoorweg te verkrijgen. Het lager onderwijs staat niet op een hoogen trap. Inrichtingen van middelbaar onderwijs vindt men te Locarno, Bellinzona en Lugano, een kweekschool te Locarno en een kweekschool te Bellinzona. Het kanton Ls verdeeld in 8 distrikten met 265 gemeenten. Sedert 1888 behoort het kerkelijk tot het bisdom Lugano. Bellinzona is sedert 1878 de hoofdplaats.De democratische grondwet is in 1892 herzien. De wetgevende macht berust bij den Grooten Raad waarvoor de verkiezingen door het volk om de 4 jaar plaats hebben. De uitvoerende macht is in handen van een Staatsraad van 5 leden, die onmiddellijk door het volk gekozen worden. De hoogste rechterlijke macht berust bij een hoogste rechtbank, waarvan de leden door den Grooten Raad voor 4 jaar worden gekozen. De inkomsten bedroegen in 1906 5793 528 francs, de uitgaven 5607020„francs.

Het gebied van het kanton Tessino, dat oorspronkelijk tot het hertogdom Milaan behoorde, kwam in de 15'"= en in het begin van de 16de eeuw in het bezit van de Eedgenooten. Het dal Leventina behoorde sedert 1440 aan Uri en bezat vele vrijheden, die het in 1755 na een opstand verloor. Bellenz, Riviera en Bollenz waren sedert 1503 gemeenschappelijke voogdijen van Uri, Schwyz en Nidwalden, Lugano, Locarno, Mendrisio en Maggiadal werden door het gezamenlijke Eedgenootschap, Appenzell uitgezonderd, bestuurd. Dit bestuur was zeer slecht; toch verkozen de Italiaansche voogdijen in 1798 bij de Helvetische Republiek te blijven. In 1803 werd het tegenwoordige kanton Ticino geschapen. Steeds bestond in dit gebied een hevige strijd tusschen de clericalen, die in de alpendalen van den Monte Ceneri (in Sopraceneri), en de liberalen, die in het zuiden van het land (Sottoceneri) de meerderheid hadden. In 1839 brachten de liberalen met geweld een ultramontane regeering, die hen met vervolgingen dreigde, ten val; daarna hieven zij een aantal kloosters op en beperkten het toetreden tot de kloosterorden, sloten de geestelijken van het onderwijs uit en hieven het kerkelijk verbond met de bisdommen Como en Milaan op. In 1870 ontbrandde een nieuwe strijd over de vraag, of Bellinzona dan wel Lugano de eenige hoofdstad zou worden. In 1875 kregen de Ultramontanen de meerderheid in den Grooten Raad. In 1876 kwam het te Stabio tusschen beide partijen tot een bloedige botsing. In 1883 werd het referendum ingevoerd. Li 1886 werd de kerkelijke wet in clericalen geest gewijzigd. De niets ontziende partijheerschap¬

pij had tengevolge, dat bij de nieuwe verkiezingen in

1889 alleen door het militaire optreden van de bondsmachten het uitbreken van een burgeroorlog kon worden verhinderd. Door een kunstmatige indeeling in kiesdistrikten werd bewerkt, dat de ultramontanen 75 en de ongeveer even sterke liberalen 37 zetels verkregen. De behandeling van een voorstel van de liberalen om herziening van de grondwet, in

1890 bij de regeering ingediend, werd opzettelijk op de lange baan geschoven, waarna het meest radicale gedeelte van de oppositie tot geweld overging. Het tuchthuis en het regeeringsgebouw te Bellinzona werden overrompeld, de staatsraad Rossi doodgeschoten en de overige leden van de regeering in hechtenis genomen. Een volksvergadering proclameerde het afzetten van de regeering, en een voorloopige radicale regeering nam het bestuur in handen. Op de tijding van den opstand zond de Bondsraad een commissaris met troepen naar Bellinzona, die de voorloopige regeering ontbond, de gevangenen bevrijdde en het bestuur van het kanton op zich nam. Door een referendum werd tot herziening van de grondwet in liberalen zin besloten. Nadat een gemengd bestuur van 3 clericalen en 2 liberalen gekozen was en bij de verkiezingswet van 1891 het stelsel van een evenredige vertegenwoordiging was ingevoerd, keerde langzamerhand de rust terug, zoodat de Bondsraad den commissaris kon terugroepen. Bij het proces tegen de aanvoerders van den opstand kwamen groote misbruiken van het clericale bestuur aan den dag, zoodat alle aangeklaagden werden vrijgesproken, uitgezonderd de moordenaar van Rossi, Castioni, die naar Engeland was gevlucht en bij verstek werd veroordeeld. Bij de wet van 1892 werd besloten, dat de Statenraden, de Staatsraad en de rechtbanken door het volk zouden worden gekozen, latere wetten brachten een nieuwe regeling van het stemrecht, een reorganisatie van het rechts- en het gemeentewezen en een verdere ontwikkeling van het stelsel van evenredige vertegenwoordiging. Sedert 1893 bezitten de liberalen een besliste meerderheid.

Test (Engelsch = proef) is een in den petroleumhandel gebruikt woord, dat hetzelfde beteeken t als fire-test, en waarmede men de bepalingen van de temperatuur, waarbij de petroleum brandbare dampen ontwikkelt, aanduidt.

Testa, Pietro, ook Lucchesino genaamd, een Italiaansch schilder en graveur, geboren te Lucca in 1611 (volgens anderen in 1617), begaf zich naar Rome om de school van Dominichino te bezoeken, maar sloot zich later meer aan bij Pietro de Cortone, die veel invloed op hem had. Hij bleef echter steeds oorspronkelijk. In het Capitool heeft men van hem een voorstelling van „Jozef door zijn broeders verkocht", in het paleis Spada een „Kindermoord" en een „Ifigenia"; zijn laatste werk was „De zelfmoord van Cato te Utica". Hij overleed te Rome in 1650. Zijn portret, door hem zeiven geschilderd, bevindt zich te Florence.

Teat-aot is de naam van een wet, die het Engelsche Parlement in 1673 van Karei II wist te verkrijgen, waarbij bepaald werd, dat allen, die een burgerlijk of militair ambt wilden bekleeden, moesten zweren, dat zij niet aan de Transsubstantiatie geloofden. Daardoor werden Katholieken niet alleen van alle openbare ambten, maar ook van het Parlement uitgesloten. Eerst in 1829 werd deze wet opgeheven.

Sluiten