Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deze uitgave bevat „Thackerayana." Zijn. „Ballads, critical reviews, tales" werden met een biografie uitgegeven door Stephen (1899), zijn briefwisseling verscheen in 1887, zijn „Letters to an American family" in 1906. Verzamelde essays uit de „Foreign Quarterly Review" gaf Garnett uit 11906).

Thackeray, Anna Isabella. Zie Ritchie.

Thaddaeus is in het Marcus-evangelie de naam van Judas (zie aldaar).

Thaer, Albrecht, de grondlegger van den wetenschappelijken landbouw in Duitschland, werd geboren te Celle den 14aen Mei 1752, studeerde te Göttingen in de geneeskunde en wijsbegeerte, was daarna in zijn geboorteplaats als arts werkzaam, bemoeide zich tevens met het bebouwen van eenige hem toebehoorende landerijen en legde zich eindelijk uitsluitend toe op den landbouw. Door het stichten van een landbouwschool te Celle, alsmede door de uitgave van een „Einleitung zur Kenntnis der englischen Landwirtschaft" (3 dln. 1775— 1804) en van zijn „Annalen der niodersachsischen Landwirtschaft" (3 dln. 1799—1804), verwierf hij grooten roem. Op herhaalde tochten door NoordDuitschland bestudeerde hij den Duitschen landbouw. De uitgave van het werk van Bergen over de veeteelt (1800), de afbeelding en beschrijving van belangrijke landbouwgereedschappen (1803—1806) en de vertaling van de „Versuch über den Ackerbau" van BeZZ(1804) gaven aanleiding, dat de koning van Pruisen hem naar Pruisen riep. Hij kocht het goed Möglin en stichtte daar in 1806 het eerste landbouwinstituut. Zijn boek: „Grundsatze derrattonellen Landwirtschaft" (4 dln. 1809—1810; 6e druk 1868) werd in nagenoeg alle Europeesche talon overgebracht. Bij de reorganisatie van den Pruisischen staat in 1807 zag hij zich tot staatsraad benoemd, in welke betrekking hij het tot stand komen der landbouwwetten bevorderde. In 1810 werd hij hoogleeraar in de landbouwwetenschap aan de universiteit te Berlijn en voordragend raad bij het ministerie van Binnenlandsche Zaken. Nadat hij in het volgende jaar de bekende schapenfokkerij te Möglin gesticht had, werd hij in 1815 intendantgeneraal der koninklijke schapenfokkerijen. In 1818 legde hij het hoogleeraarsambt neder om zich wederom te wijden aan het instituut te Möglin, dat in 1824 in een koninklijke academie van landbouw herschapen werd. Hij overleed aldaar den 26sten October 1828. Thaer was de eerste in Duitschland, die de uitkomsten der natuurkundige wetenschap op den landbouw toepaste; hij ontwikkelde de denkbeelden van zuivere en onzuivere opbrengst, legde de grondslagen voor de leer van den landbouw, bevorderde den wisselbouw en den aardappelbouw enz. In zijn laatste levensjaren hield hij zich hoofdzakelijk bezig met de veeteelt, inzonderheid met de schapenfokkerij. In 1850 werd te Leipzig een gedenkteeken voor hem opgericht, in 1860 te Berlijn en in 1873 te Celle.

Thags, (Eng. Thugs) is de benaming van de leden van een door geheel Voor-Indië verspreiden bond, die onder de eerste Mohammedaansche heerschers ontstond. Hij werd in zekere families erfelijk en bevatte, verdeeld over alle mogelijke beroepen, zoowel Mohammedanen als Hindoes. Deze laatsten vereerden in het bijzonder Bhavani, de gemalin van Citva. Zij trokken somtijds in troepen van 300 man of in kleinere groepen rond en doodden hun men-

schenoffers door worging. Zekere kasten en Europeanen werden echter ontzien. Een strenge eed verplichtte tot geheimhouding. De Engelsche regeering nam reeds in 1826 maatregelen, maar eerst in 1860 werd door kapitein Sleeman de bond geheel onderdrukt. Tot 1835 werden 1526 thags veroordeeld ; van deze hadden enkele meer dan 200 moorden bedreven.

Thaïs, een Grieksche hetaere, geboren te Athene, vergezelde Alexander den Groole op zijn tocht naar Perzië. Men zegt, dat zij bij een gastmaal den koning heeft aangespoord om de stad Persepolis te verbranden. Later werd zij een der vrouwen van Ptolemaeus Lagi.

Thalberg-, Sigismund, een Oostenrijksch pianist en componist, geboren te Genève den 7dei1 Januari 1812, was de onwettige zoon van graaf Moritz Dietrichstein, studeerde te Weenen onder leiding van Sechter en Hummel, begaf zich in 1830 op een concertreis en werd weldra de meest gevierde pianist van Europa, die slechts door Liszt geëvenaard werd. In 1858 trok hij zich op een villa bij Napels terug. Van 1862—1863 deed hij nog een kunstreis naar Brazilië. Hij overleed den 27BtenApril 1871 te Napels. Van zijn composities (sonates, een concert, 2 opera's enz.) hebben alleen eenige bundels études zich gehandhaafd.

Thale, een badplaats in het Pruisische distrikt Maagdenburg, is op 175 m. boven den zeespiegel gelegen aan de Bode en door spoorwegen met Wegeleben en Blankenburg a. H. verbonden. Het bezit 2 Evangelische kerken, een jongenskostschool, een nieuw Kurhaus, een opperhoutvesterij, een bliken een machinefabriek, een cement-, stoompannenen emaillewarenfabriek benevens bierbrouwerijen. De plaats telt (1905) 13 194 inwoners. In de nabijheid is het Hubertusbad gelegen met jood- en broomhoudendo keukenzoutbronnen, en het Bodedal, het meest grootsche deel van den Hartz met de Hexentanzplatz en de Rosstrappe. Verder vindt men er een inrichting voor zwakzinnigen (Kreuzhilfe) en een asyl voor lijders aan vallende ziekte (Gnadenthal), behoorende bij de moederinrichting Neinstedt.

Thaleia of Thalia, een der negen zanggodinnen, meer in het bijzonder de muze van het blijspel en van de landelijke dichtkunst, had het komische masker, de klimopkrans en den kromstaf tot attributen. Later werd zij de beschermgodin van het tooneel in het algemeen. Thaleia was ook de naam van een van de Gratiën of Charieten (zie aldaar).

Thaler. Zie Taler.

Thales, een Grieksch wijsgeer, de stichter der zoogenaamde Ionische school, werd geboren omstreeks het jaar 624 v. Chr. te Milete in Klein-Azië, was de tijdgenoot van Sobn, ondernam op gevorderden leeftijd reizen naar Creta, Phoenicië en Egypte en verkeerde ook eenigen tijd aan het Hof van Kroesus. Men neemt aan, dat hij gestorven is in het eerste jaar der 5de Olympiade (543). Hij wilde het bestaande tot het eenvoudigste beginsel terugbrengen, om uit dit laatste de verschijnselen af te leiden en beschouwde het water als den oorsprong van alle dingen. Waarschijnlijk leidde hij uit de verdichting en het ijler worden van deze oorspronkelijke stof de verandering der dingen af. Zijn leerbegrippen werden eerst door de wijsgeeren van lateren tijd, vooral door Aristoteles, opgeteekend. Ook werden hem een aantal spreuken toegeschre-

Sluiten