Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

graveursfamilie Merian de uitgave voort; de laatste uitgever, de architect Eosander, was gehuwd met de erfgename van de Meriansche uitgave.

Theatijnen is de naam van eene orde van reguliere geestelijken, gesticht in 1524 te Rome door Gaetano da Thiene in verbinding met Giovanni Pietro Caraffa, later paus-Paulus IV, maar in dien tijd bisschop van Theate of Chiéti (zoodat deze Orde ook wel die der Chiétijnen en der Paulinianen genoemd wordt). Zij werd bevestigd door Paulus III (1540) en Pius V (1568), telde onder haar leden vooral adellijke personen en werd een kweekschool voor de hoogere geestelijkheid. De congregaties, die nooit zeer talrijk waren, wijdden zich aan het predikambt, het afnemen van de biecht en de ziekenverpleging. Onafhankelijk van deze orde ontstond de Orde van de Theatijnsche nonnen, die in 1581 werd gesticht en in 1633 zich bij de Theatijnen aansloot.

Thebaansch legioen. Zie Thébaïseh legioen.

Thebaïne (C19H,N03),- een alkaloïde van opium, vormt kleur- en reukelooze kristallen, die bij 193° C. smelten, smaakt scherp, lost gemakkelijk op in alkohol en aether, maar zeer moeilijk in water, reageert sterk alkalisch en vormt kristalliseerbare zouten. Het is zeer vergiftig en veroorzaakt stijfkramp (tetanus).

Thebaïs, afgeleid van Thebe, den naam van de hoofdstad, de Grieksche benaming voor het Z. lijk gedeelte van Opper-Egypte.

Thebaïsch of Thebaansch legioen is de naam van een legerafdeeling, afkomstig uit het Egyptische landschap Thebaïs, die volgens de legende door keizer Maximianus in het jaar 300 n. Chr. tegen de Christenen in Gallië werd uitgezonden, maar in verzet kwam en daarop met haar aanvoerder Mauritius te St. Maurice in het kanton Wallis in de pan werd gehakt.

Thebe, een oude stad in Opper-Egypte, aan den Nijl, was sedert de 5de eeuw v. Chr. de residentie van de pharao's. Thans is het niets meer dan een verzameling van ruïnes op beide oevers van den Nijl, ter plaatse waar de buurtschappen Luksor en Karnak op den O. oever en Kurna en Medinet Haboe op den W. oever liggen.De plaats ontstond door vereeniging van verschillende andere, naar de belangrijkste waarvan zij ook Weset genoemd werd. Daarnaast werd zij ook kortweg als Noet, „de Stad", aangeduid, waaruit de Bijbelsche namen No en No-Amon (=Amonstad) ontstaan zijn. De Grieken, die den Thebaanschen plaatselijken God Amon met Zeus identificeerden, noemden haar Diospolis (= de stad van Zeus). Omtrent de stichting van de stad is niets bekend. In de geschiedenis treedt zij eerst op, toen de Thebaansche vorsten (de llde dynastie van Thebe) de reorganisatie van den vervallen staat ter hand namen. Na de verdrijving der Hyksos (ongeveer 1600 v. Chr.) en vooral sedert Amasis (ongeveer 1550) begonnen de schoone bouwwerken te verrijzen, die, in den loop van de daaropvolgende 11 eeuwen verfraaid en vergroot en in aantal vermeerderd, de stad tot het wonder van de oude wereld gemaakt hebben. Toen echter onder de 21Bte dynastie de pharao's hun residentie verlegden naar Beneden-Egypte en toen later onder de Ptolemaeën Alexandrië tot bloei kwam, ging Thebe achteruit. Wel is waar beproefde het nog een rol in de staatkunde te spelen en_was het

tijdelijk de zetel van inlandsche vorsten, die tegen de Ptolemaeën in opstand gekomen waren, maar dit verhaastte slechts den ondergang van de stad. Zij werd na een driejarig beleg veroverd door Ptólemaeüs X en later, na een nieuwen opstand tegen de Romeinen, geheel verwoest (29 v. Chr.). Ten tijde van Strabo bestond zij nog slechts uit enkele, armoedige dorpen.

Thebe (Thebae), de grootste stad in het Grieksche landschap Boeötië, werd reeds door Homeros als de stad der zeven poorten (Thebe heptapylos) genoemd en was in den historischen tijd de voornaamste plaats van den Boeötischen Bond. Het lag in een bronnenrijke, heuvelachtige streek boven de Z. grens van de Aonische vlakte en was door een ongeveer 7,5 km. langen ringmuur omgeven. Het werd volgens de sage door Kadmus gesticht en is vermaard door de lotgevallen van Oedipos, koning van Thebe, door den tocht der „Zeven tegen Thebe" en door dien der Epigonen. In den tijd van de Dorische volksverhuizing bezetten de Boeötiërs het geheele landschap, waarvan de steden zich vereenigden tot genoemden bond met Thebe als hoofdstad. Zijn wetgever was Philolaus uit Korinthe; zijn wetgeving was aristocratisch, Zijn staatkunde werd beheerscht door naijver op Athene; vandaar dat zij zich bij Sparta aansloot en in de Perzische oorlogen de zijde der Perzen koos. Ook in den Peloponnesischen Oorlog toonde het zich een vijand van Athene. Daarna ontstond echter wrijving met Sparta, die tot den Korintischen oorlog (395—394) en later

Geld van Thebe.

tot de bezetting der Kadmeia door PhoeUdas (382) en de verbanning van de hoofden der democratische partij leidde. In 379 keerde echter Pelopidas met de andere vluchtelingen naar Thebe terug, bracht de aristocraten ten val, dwong met Atheensche hulp de Spartaansche bezetting den burcht Kadmea te ontruimen en onderwierp ook de overige Boeötisclie steden. In 371 kwam de vrede tot stand, maar daar de Spartanen de ontbinding van den Boeötischen Bond eischten, begon de Thebaansche oorlog. In 371 behaalde Epaminondas de overwinning bij Leuktra, stichtte daarna den Arkadischen Bond, herstelde Messenië in zijn onafhankelijkheid en streefde zelfs naar de heerschappij ter zee. Toen vond Athene, bevreesd voor Thebe's groeiende macht, het geraden Sparta's zijde te kiezen, en na de overwinning en den dood van Epaminondas bij Mantinea (362) daalde de macht van Thebe weder. Toen het dan ook in den Tweeden Heiligen oorlog (355—346) tegen het naburige land Phokis niet opgewassen bleek, riep het Philippus van Macedonië te hulp en gaf dezen aldus gelegenheid zich in Hellas te vestigen. Wel verbond het zich na de bezetting van Elateu door dezen met Athene tegen hem, maar werd bij Chaeronea overwonnen (388). Na den dood van Philippus (336) stond het,

Sluiten