Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van het zenuwstelsel, welke zich uit in slapeloosheid, onrast en trilling der ledematen; zelfs krampachtige toevallen, een bemoeilijkte ademhaling en een gevoel van beklemdheid in de hartstreek kunnen er door veroorzaakt worden. Daar de aetherische olie der thee, bij het gebruik van grootere hoeveelheden narcotisch werkt, laat zich daaruit de eigenaardige toestand, waarin de hersenen komen, verklaren, die zich in het begin uit in duizeligheid en later als bedwelming. Deze schadelijke werking bezit de groene thee veel meer dan de zwarte. De bewoners van China en Japan drinken het aftreksel van thee zonder er iets bij te voegen, in Europa vermengt men het doorgaans met melk en suiker en men verdooft het aroma wel eens geheel door bijvoeging van vanille, rum enz. De Aziatische volkeren bereiden de thee ook met zout, melk, boter, meel, betelbladeren, soda, specerijen, enz., en hier en daar worden de afgetrokken bladeren gegeten.

Tot de soorten van zwarte thee, welke bij ons in den handel komen, behoort in de eerste plaats de pecco (eigenlijk pekoe = melkhaar), de fijnste soort van den eersten oogst, bestaande uit jonge, malsche donkerbruine blaadjes, aan de punt bedekt met een wit, zijdeachtig vilt (thee metwitte puntj e s). Verder vermelden wij de congo, bestaande uit 3—8 cm. lange en 1—2 cm. breede bladeren van den tweeden oogst; deze soort levert twee derden van den geheelen Engelschen invoer en voornamelijk de karavaanthee, die over land in Rusland wordt ingevoerd en daarbij veel minder te lijden heeft dan bij het zeetransport. Intusschen is de verzending van karavaanthee bijna geheel opgehouden en wat onder dien naam van uit. Nisjni-Novgorod verzonden wordt, is meestal over Londen en Koningsbergen aangevoerd. Souchon (kleine soort) bestaat uit de kleine bladeren van knoppen van den tweeden oogst. Verder noemen wij pouchong, de gevouwen, middelgroote bladeren van den tweeden oogst en kapercongo, de minste soort vandezwartethee,welke een belangrijk gedeelte van den Europeeschen invoer vormt. Van de soorten van de groene thee noemen wij: de keizerthee, bestaande uit de kogelvormig samengerolde, grootere bladeren van den eersten oogst; zij wordt door de hofhouding, de mandarijnen en de rijke Chineezen gedronken, echter niet door den keizer, die bloementhee drinkt, die niet uitgevoerd wordt. Verder de gunpowderthee, bestaande uit fijne tot zeer kleine korreltjes gerolde, donkergroene blaadjes; haysan (hyson), gevormd door de grootere, gekroesde bladeren van den eersten oogst, en younghaysan, gekroesde bladeren en ook bladeren van knoppen van den eersten oogst. Een eigenaardig handelsartikel is de steenthee, alleen in China bereid en dienende tot voedsel voor de Kalmukken, Kirghisen en andere zwervende volkeren van Rusland, die haar koken met melk en schapenvet. In N. Azië is de steenthee ook als handelsmunt in gebruik. De Indische thee is sterk en waterhoudend, maar heeft minder aroma dan de Chineesche. De soorten worden onderscheiden naar de landstreken, waar zij geteeld (Assam, Katsjar enz.) worden, en van iedere soort wordt de fijnste thee als flowery en orange pecco onderscheiden. De Japansche thee staat bij de betere, Chineesche achter. Zij heeft een sterken, eigenaardigen smaak en is slechts één jaar houdbaar. Men onderscheidt de soorten naar de bereiding in:

Pan-fired Japans (in de pan geroost), Basket-fired Japans (in bamboe korfjes geroost) en Sun-dried Japans (in de zon gedroogd).

Thee wordt op velerlei wijzen vervalsclit. Vooral groene thee wordt dikwijls geverfd. Herhaaldelijk worden betere soorten door mindere vervangen. Vreemde bladeren worden bij de vervalsching minder gebruikt dan men gewoonlijk aanneemt. In Rusland wordt Epilobium angustifolium intusschen uitsluitend voor het vervalschen van thee op groote schaal verbouwd. Veel vaker worden reeds gebruikte bladeren weder opgefrischt en er daarna mede vermengd.

Tot ongeveer 1870 leverde alleen China thee voor de wereldmarkt. Toen begon ook Japan uit te voeren en spoedig daarna kwam Britsch-Indië en Ceylon met zulke hoeveelheden aan de markt, dat de alleenhandel van China belangrijk verzwakt en Japan geheel overvleugeld werd. De waarde van den uitvoer van de voornaamste theevoortbrengende landen bedroeg (in £):

1895 1899

China 283 867 000 217 467 000

Britsch-Indië 65 148 000 159 806 000

Ceylon 4 374000 129 662 000

Japan 41144 000 61 532 0001)

!) 189&.

De gezamenlijke theeoogst van de geheele aarde, die op de wereldmarkt komt, werd in 1900 geschat op een waarde van £600 millioen. Theeveilingen worden te Londen, Rotterdam, Amsterdam en Hamburg gehouden.

Het gebruik van thee is in China zeer oud. Men verhaalt, dat een heilige, een volgeling van Boeddha, de belofte had afgelegd, zich van den slaap te onthouden; daar deze hem ten laatste overweldigde, sneed hij zijne oogleden af en wierp deze op de aarde; daaruit ontstond de slaapwerende theeheester. Men vermeldt, dat deze heilige in de 6ae eeuw leefde. Tevens is het bekend, dat de thee reeds vroeger als geneesmiddel werd gebruikt. Tegen het einde der 8ste eeuw was zij in China reeds belast, en omstreeks dien tijd hebben Chineesche bonzen dezen heester naar Japan overgebracht. In Azië verspreidde zich de gewoonte van het theedrinken in de 15de eeuw. De Arabieren, die sedert de 9de eeuw handel dreven met China, beschreven de thee onder den naam van „Sja", afgeleid van den Chineeschen naam „Tsja", welke in Fokian den klank heeft van .,tiae", waaruit de Europeesche naam ontstaan is. In Europa verkreeg men de eerste berichten omtrent de thee in 1559 door middel van de Portugeezen en Nederlanders. Maffeï maakt in 1588 melding van haar in zijne „Historia indica", en in 1610 brachten Nederlanders in Bantam thee in den handel, die zij van Chineesche kooplieden gekocht hadden. Men meent, dat zij eerst in 1635 Parijs heeft bereikt; drie jaar later kwam zij langs den landweg in Rusland, doordien Russische gezanten haar uit China medebrachten als een geschenk voor den Czaar. Li 1650 werd zij in Engeland bekend en 10 jaar later dronk men het aftreksel van thee als een kostelijk vocht in de koffiehuizen te Londen. De gewoonte van theedrinken maakte aan-

Sluiten