Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de la France"(13de druk, Parijs, 1868), „Dix ans d'études historiques"(llde druk, 1868), „Récits des temps mérovingiens"(1840, 2 dln.), een door de Academie bekroond: „Essai sur 1'histoire de la formation et des progrès du tiersétat"(nieuwe druk, 1892), en met Bourquelot en Louandre „Recueil des monuments inédits de 1'histoire du tiersétat"(1843— 1870, 4 dln.). Hij overleed den 228ten Mei 1856 te Parijs.

Thierry, Amêdée Simon Dominique, een Fransch geschiedschrijver, een broeder van den voorgaande, geboren den 2den Augustus 1797 te Blois, kreeg een hoogleeraarsambt te Besan^on, werd na de Juliomwenteling benoemd tot prefect van het departement Haute-Saöne, in 1831 tot lid der Academie, in 1838 tot rekestmeester in den staatsraad en in 1860 tot senator. Van zijn geschriften noemen wij: „Histoire des Gaulois jusqu' k la domination romaine" (3 dln., 1828), „Histoire de la Gaule sous la domination romaine"(3 dln., 1840—1847), „Récits do 1'histoire romaine au V siècle"(3de druk, 1876), „Tableau de 1'Empire romain"(1862 en later) en ,,Histoire d'Attila et de ses successeurs"(6de druk, 2 dln., 1876). Hij overleed den 278ten Maart 1873 te Parijs.

Thierry, Gilbert Augustin, een Fransch romanschrijver, een zoon van den voorgaande, geboren den Hden Februari 1843 te Parijs, studeerde aldaar in de rechten, werd daarna auditeur bij den Raad van State en schreef gelijktijdig geschiedkundige verhandelingen. In 1882 verscheen zijn eerste geschiedkundige roman „Le capitaine Sans-Fagon", waarin hij een episode uit den opstand in de Vendée van 1813 behandelt. Met mystische en spiritistische onderwerpen houdt hij zich bezig in „Marfa ou le Palimpseste"(1887), „La Tresse blonde"(nieuwe druk, 1898), „La Savelli"(1890), „Récits de 1'occulte" (1892) en vooral in zijn hoofdwerk „Le Masqué. Conté milésien"(1894), waarin hij een geheimen Isisdiensl in het moderne Parijs schildert. „Conspirateurs et gens de police 1802"(1903) bevat geschiedkundige schetsen.

Thiers, een arrondissementshoofdstad in het Fransche departement Puy de D6me, aan de Durolle en op de steile helling van den Mont Besset (623 m.) gelegen, is een station van den spoorweg Parijs— Lyon. Het bezit 2 kerken uit de li46 eeuw, een Methodistenkerk, een handelsrechtbank, een college, een nijverheidsschool, een Kamer van Koophandel en telt (1901) 12 931 (als gemeente 17 625) inwoners. Thiers is het middelpunt van een uitgebreide messennijverheid met meer dan 600 werkplaatsen en ongeveer 10000 arbeiders. Bovendien vervaardigt men er beenen en hertshoornen artikelen, papier, knoopen, machines enz., terwijl de plaats een levendigen handel heeft.

Thiers, Louis Adolphe, een Fransch staatsman en geschiedschrijver, geboren den 15den April 1797 te Marseille, studeerde in de rechten te Aix, vestigde zich in 1820 aldaar als advocaat, maar begaf zich reeds in September 1821 naar Parijs, waar hij deel uitmaakte van de redactie van den „Constitutionnel," het voornaamste orgaan der liberale partij. In de jaren 1823—1827 publiceerde hij zijn „Histoire de la révolution fran^aise" (15de druk, 10 dln., 1881), waarmede zijn naam als geschiedkundige gevestigd was. Toen Karei X door de benoeming van het ministerie Polignac den oorlog verklaarde aan de liberale partij, stichtte deze

onder de leiding van Thiers, Armand Carrel en Barrot in Januari 1830 den „National", die door de kracht en de vermetelheid zijner aanvallen op de regeerende dynastie weldra grooten invloed verwierf. Vooral werd de door Thiers uitgevonden kernspreuk: „Le roi règne, il ne gouverne pas" door de menigte toegejuicht. Toen den 26Bten Juli 1830 de beruchte „Ordonnances" verschenen, vergaderden al de redacteuren van de liberale bladen in het bureau van den „National", om verzet aan te teekenen tegen dien maatregel der regeering. Na de overwinning van de revolutie leidde Thiers de onderhandelingen met den hertog van Orleans, terwijl hij, toen deze den troon bestegen had en de orde hersteld was, den li4"1 Augustus tot staatsraad en secretaris-generaal en in het begin van November tot onderstaatssecretaris van Financiën onder Lafitte benoemd werd. Tevens werd hij door de stad Aix tot lid gekozen van de Kamer van Afgevaardigden en vormde zich aldaar tot een redenaar, wiens snedigheid en vaardigheid spoedig bewondering wekten. Zoo werd hij den 11"611 October 1832 tot minister van Binnenlandsche Zaken en den 25Bten December van dat jaar tot minister van Handel en Openbare Werken benoemd. Bij de wijziging van het Kabinet, den 4den April 1834, belastte hij zich weder met de portefeuille van Binnenlandsche Zaken. Door de gestrengheid, waarmede hij de democratische bewegingen te Parijs en te Lyon te keer gi g, verwijderde hij zich voor altijd van zijn republikeinsche vrienden, maar werd hierdoor nog meer onmisbaar voor het Hof. Toen in Februari 1836 het onophoudelijk gewijzigde ministerie aftrad, werd hij voorzitter van het nieuwe Kabinet en minister van Buitenlandsche Zaken, maar moest reeds den 26stcn Augustus 1836 aftreden, omdat de koning weigerde in Spanje de hulp te verleenen aan de liberale partij, welke reeds was toegezegd, waarna Thiers twee jaar lang aan het hoofd der oppositie stond. Sedert 13 December 1834 was hij ook lid der Académie

Den lsten Maart 1840 kwam hij als minister van Buitenlandsche Zaken weder aan het hoofd van het Kabinet en zorgde, dat het gebeente van Napoleon I van St. Helena naar Parijs overgebracht en deze stad van vestingwerken voorzien werd. Verder trad hij op tegen de Quadruple alliantie van den 15den Juli en ondersteunde hij den onderkoning van Egypte, Mehemed AU, tegen Turkije. Daar de koning echter afkeerig was van een oorlog tegen Duitschland, nam Thiers den 21sten October zijn ontslag, en sloot zich weder aan bij de oppositie. Toen de Februari-omwenteling van 1848 den koning noodzaakte het ministerie Guizot te ontslaan, zou Thiers met Barrot een nieuw Kabinet vormen; het was echter te laat, de republiek werd uitgeroepen. Bij de naverkiezingen (den 4den Juni) werd hij in de Nationale Vergadering gekozen, waar hij spoedig een der leiders van de zoogenaamde „Burgraves" werd. Als ijverig tegenstander van de imperialistische plannen van Lodewijk Napoleon werd hij bij den staatsgreep van den 2den December 1851 in hechtenis genomen, waarna hij vergunning verkreeg, zich naar het buitenland te begeven. In 1852 kreeg hij toestemming om naar Frankrijk terug te keeren, waar hij gedurende elf jaar zich uitsluitend bepaalde bij geschiedkundige studiën. De vrucht daarvan was zijn „Histoire du Consulat

Sluiten