Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voort in Italië, waar vooral de werken van Michele Angelo zijn aandacht trokken. Na zijn terugkeer in Engeland verwierf hij in 1875 de gouden medaille der Academie voor zijn groep, voorstellend een krijgsman, die een gewonden jongeling van het slagveld draagt. Van zijn latere werken noemen wij: een statue van Teucer (1881), de beelden: „De maaier" (1885) en „De zaaier" (1886). Verder het nationale gedenkteeken voor generaal Gordon op het Trafalgar Square te Londen (1888), het standbeeld van Cromwell (1899), „De vreugde", een beeld, voorstellend een danseres, dat op de wereldtentoonstelling van Parijs (1909) den Grand Prix verwierf, en het 16m. hooge standbeeld van koning Alfred (1901).

Thoroddsen, Thorvaldur, een IJslandsch aard- en aardrijkskundige, geboren den 6den Juni 1855 op het eiland Flatey, N. W. lijk van IJsland, waar zijn vader, een der beste IJslandsclie dichters der 19de eeuw, rechter was, studeerde van af 1875 in de natuurwetenschappen en in de aardrijkskunde te Kopenhagen en te Stockholm en werd in 1880 leeraar aan de middelbare school te Mödrunwalla in N. IJsland. Van 1884—1885 studeerde hij in de aard- en delfstofkunde te Leipzig en deed daarna uitgestrekte reizen door Italië, Oostenrijke Zwitserland, Frankrijk, Engeland en Schotland. In 1886 werd hij leeraar aan het gymnasium te Reykjavik en in 1894 vestigde hij zich te Kopenhagen, waar hij als honorair hoogleeraar werkzaam is. Door een jarenlang, systematisch onderzoek heeft hij een volledige aard- en aardijkskundige opname van IJsland ten einde gebracht. Van zijn hand verschenen: „Oversigt over de islandske Vulkaners Historie" (Kopenhagen, 1882), „Vulkaner i det nordöstlige Island" (Stockholm, 1888), „Geologische Jakttagelser paa Snafellsnes og i Omegnen af Taxebugten i Island" (Stockholm, 1891), „Landfradissaga Islands" (4 dln., Reykjavik en Kopenhagen 1892—1904), „Vulkaner og Jordskjalv paa Island" .(Kopenhagen, 1897), „Jardskjalftar) a Sudurlandi" (Kopenhagen, 1899), „Lijsing Islands" (2de druk, Kopenhagen, 1900) en „Island Grundrisz der Geographie und Geologie" (vervolgafleveringen 152 en 153 bij „Petermanns Mitteilungen," Gotha. 1906). Bovendien gaf hij een „Geological map of Iceland" (2 bladen .Kopenhagen, 1901) uit en vertaalde hij Darwiris „Origin of species" in het IJslandsch.

Thorpe, Benjamin, een kenner der Angelsaksische taal en letterkunde, geboren in 1882, leverde \ele uitmuntende uitgaven en vertalingen \an Angelsaksische geschriften, zooals: „Anglo-Saxon version of the story of Apollonius" (1836), „Codex Vercellencis" (1837), „Ancient laws and institutes of the Anglo-Saxon kings" (2 aln., 1840), „Codex Exoniensis, a collection of Anglo-Saxon poetry" (1842), „Analecta Anglo-Saxonica" (2de druk 1886), „Beowulf" (2de druk, 1875), „Libri psalmorum versio, Latina et Anglo-Saxonica" (3857) „AngloSaxon chronicle" (2 dln., 1861), en „Diplomatarium Anglicum aevi Saxonici" (1865). Ook schreef hij een „Northern mythologv" (3 dln., 1852), een critisch overzicht van de volkssagen van Scandinavië, N. Duitschland en Nederland, waarbij zich „Yule tide tales" (1852)en een vertaling van de Edda(1866) aansloten, Hij overleed te Chiswickden 23sten Juli 1870.

Thorshavn. Zie Faroër- eilanden.

Thorsöe, Alexander, een Deensch geschiedkundige, geboren den 17den Maart 1840 te Heils (N. Sleeswijk), studeerde tot 1876 te Kopenhagen en schreef de op uitgebreide archiefstudiën berustende werken: „Den danske Stats Historie 1800— 1848" (2 dln., Kopenhagen, 1873—1879), „Kong Frederik VII 's Regering" (2 dln., Kopenhagen, 1884—1889), „Vort Aarhundredes Historie" (1895—

1898). Een geschiedkundig-novellistischen inhoud, hebben: „Interiörer fra det danske Hof" (2de druk,

1899), „Fra Frederik VI. 's Hofkredse" (1898) en „Fra Wienerkongressens Dage" (1899).

Thorwaldsen, Bertel, een beroemd Deensch beelhouwer, geboren den 19dcn November 1770 te Kopenhagen, bezocht van af zijn llde jaar de kunstacademie, waar hij verschillende prijzen behaalde. Door een borstbeeld van minister Andreas von Bernstorff werd de aandacht van minister graaf Reventlow op hem gevestigd, die hem een jaargeld bezorgde voor een driejarige reis. In Mei 1796 verliet hij Kopenhagen en kwam daarop den 831'-11 Maart 1797 te Rome. Behalve de antieke beelden van goden en helden, hadden vooral de teekeningen van Carstens en van den Deenscben oudheidkundige Zoega invloed op hem. In den zomer van 1798 verzond hij uit Rome naar de Academie te Kopenhagen zijn eerste oorspronkelijk werk „Bacchus en Ariadne". Nadat bij een gemodelleerden „Jason, het Gouden Vlies veroverend," die geen bijval vond, had vernietigd, stond een andere „Jason" in reusachtige grootte, op het punt om het lot van zijn voorganger te deelen, toen vlak voor Thorwaldsm's vertrek naar Kopenhagen een Engelschman, sir Thomas Hope, zijn atelier bezocht en den „Jason" in marmer bestelde. Daardoor werd over het verblijf te Rome zoowel als over de toekomst van Thorwaldsen beslist. In het voorjaar van 1805 vervaardigde hij vier standbeelden: „Bacchus", „Ganymedes met den Adelaar van Zeus", „Apollo" en „Venus met den appel". Van zijn werken uit de eerstvolgende jaren zijn de voornaamste: „Adonis" (in de Glyptotheek te München), „A genio lumen", de kunst voorstellende als een zittende vrouw. „Hektor, Paris aansporend om de wapens op te vatten" en vier reliëfs: Venus uit een schelp te voorschijn tredend, Amor, door een bij gewond en zich beklagend bij zijn moeder, Amor als leeuwentemmer en Bacchus, door Mercurius bij Ino gebracht, alle voor den vorst Malte von Putbus. In 1815 ontstonden de beide reliëfs: „Nacht" en „Morgen", in 1817 en 1818 modelleerde hij o. a. een beeld van Ganymedes, een borstbeeld van lord Byron, een Herdersknaap met zijn hond, het beeld „De Hoop," Mercurius als Argusdooder, en de groep der Drie Gratiën. In 1819 keerde Thorwaldsen naar zijn vaderland terug, waar hij de borstbeelden van den koning en van de koningin, alsook van verschillende prinsen en prinsessen vervaardigde. In Augustus 1820 verliet hij Kopenhagen en vertrok weer naar Italië. Te Rome modelleerde hij daarop het portretbeeld van graaf Potocki, en voltooide de schetsen voor een cyclus in de Lieve Vrouwe kerk te Kopenhagen (1821). Onder zijn toezicht voerden zijn leerlingen de beelden der apostelen en het uit 14 beelden bestaande fronton „De prediking van Johannes in de woestijn" uit. De reusachtige Jezusfiguur schiep hij daarentegen alleen. Tot zijn voornaamste stukken in de volgende jaren behoo-

Sluiten