Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

April 1857 door schipbreuk om het leven. Een be- v drieger, Arthur Orton, ga! zich in 1866 voor hem E uit en begon tegen de erfgenamen een proces, dat h een tijdlang in Engeland de levendigste belangstel- t ling opwekte.Hij werd in 1874 tot 14 jaar tuchthuis- e straf veroordeeld, bekende in 1895 dat hij de zoon \ van een slager uit Wapping was en overleed in 1898. s Tichelaar, Paul August, een Nederlandsch t rechtsgeleerde, den 2den Juni 1861 te Ootmarsum s geboren, werd in 1880 student in de rechten aan de t Rijksuniversiteit te Utrecht en promoveerde aldaar z in 1885 op een proefschrift, getiteld: „Begrip en c toepassing der culpa lata in het Romeinsche recht . ( In 1892 werd hij benoemd tot substituut-officier van s justitie bij de arrondissements-rechtbank te Amsterdam en in 1894 tot lector aan de universiteit te Leiden. Hij opende zijn colleges den 25sten Septem- i ber met een openbare les over „De beteekenis van 1 het Romeinsche recht voor wetenschap en onder- ï wijs". In 1897 werd hij aan deze zelfde hoogeschool " tot hoogleeraar bevorderd, welk ambt hij den 6del1 ( October van dat jaar aanvaardde met een redevoe- ; ring, getiteld: „Het Romeinsche recht en de historische school". Hij bewerkte den 4den druk van < „Moddermans Handboek van het Romeinsche recht".

Ticino, Zie Tessino.

Ticknor, George, een Amerikaansch letterkundige, geboren te Boston den ls'en Augustus 1791, studeerde in de rechten, vertoefde daarna 5 jaar lang in Europa en werd na zijn terugkeer tot hoogleeraar in de Fransche en Spaansche taal- en letterkunde aan de Harvard-universiteit benoemd. Hij maakte zich vooral beroemd door zijn werk: „The history of Spanish literature"(3 dln., 4de druk, 1872). Verder schreef hij: „Syllabusof lectures on the history and criticism of Spanish literature (1823), „Outlines of the principal events in the life of genera! Lafayette"(1825), „Remains of Nathan Appleton Haven" (1827) en „Li!e of W. H. Prescott" (1864). Hij overleed den 26sten Januari 1871 te Boston.

Tideman, Joannes, een Nederlandsch godgeleerde, geboren den 12den October 1807 te Amsterdam, was van 1830 tot 1850 predikant bij de Remonstrantsche gemeente te Rotterdam en werd daarna benoemd tot hoogleeraar aan het seminarium der Remonstrantsche Broederschap te Amsterdam, welke betrekking hij waarnam tot 1872. Hij schreef o. a.: „De Remonstrantsche Broederschap" (biografische naamlijst van haar professoren, predikanten enz., 1847), „De Remonstrantie en het Remonstrantisme" (1851), „Frederikstad aan de Eider en hare Hollandsche gemeente" (1852), „De hoogleeraar A. des Amorie van der Hoeven door zijn opvolger herdacht" (1856), „Gedenkrede bij de viering van het 250-jarig bestaan der Remonstrantsche Broederschap" (1879), „De stichting der Remonstrantsche Broederschap (2 dln., 1871—1872) en „Het seminarium der Remonstranten te Amsterdam." (1872). Hij overleed den 9den October 1891 te Hilversum.

Tidemand, Adolf, een Noorsch schilder, geboren den 14den Augustus 1814 te Mandal in Noorwegen, bezocht de Academie van Schoone Kunsten te Kopenhagen en vertrok in 1837 naar Düsseldorf, waar hij zich oefende onder de leiding van Hildebrandt en Schadow. Na de voltooiing

van zijn stuk: „Gustaaï Wasa, sprekende tot de Dalecarliërs in de kerk te Mora," (1841) vertrok hij naar München, vervolgens naar Italië en keerde toen naar Noorwegen terug. Hier schilderde hij eenige doeken voor de universiteit te Christiania en verzamelde studiën uit het volksleven in de bergstreken. Van 1846 tot 1848 bevond hij zich weder te Düsseldor!, daarna nogmaals in Noorwegen en sedert 1849 vertoefde hij gewoonlijk des winters te Düsseldorf en des Zomers in Noorwegen. Van zijn werken vermelden wij: „Een namiddagsgodsdienstoefening der Haugianen" (1848), „Het leven der boeren in Noorwegen" (1851), een reeks van 10 stukken op zink in de eetzaal van het kasteel Oscarshall bij Christiania, „De gewonde berenjager" (1856), „De bediening van het Avondmaal in een hut" (1860), „De tweestrijd bij het bruiloftsmaal" (1864), „De bruidskroon der grootmoeder" (1865), „De dwepers" (1866), „Afscheid van een stervende" (1872), „Een bruiloftsstoet, door een beek trekkende" (1873), en drie groote altaarstukken voor kerken in Noorwegen, namelijk: „De doop van Christus" (1869), „De opstanding van Christus" (1871) en „De Christus (1874). Ook leverde hij meermalen stoffage op de stukken van Noorsche landschapschilders. Hij overleed den 258ten Augustus 1876 te Christiania.

Tidikelt (In-Salah) is een oase in de Sahara, welke deel uitmaakt van de oasengroep Toeat (zie aldaar).

Tidore, een eiland ten W. van het eiland Halmahera, op 0°45' N. Br. gelegen, is de zetel va,n den sultan van Tidore. De bodem bestaat hoofdzakelijk uit een reeks heuvels, waarvan de meeste bebouwd zijn. Het zuiden wordt door een vulkaan ingenomen, waarvan echter geen uitbarsting bekend is. Het strand heeft een geringe oppervlakte. Het eiland levert niet veel op; de voornaamste produkten zijn rijst, maïs, aardvruchten en tabak. Sago wordt van Halmahera ingevoerd. Kokospal1 men komen weinig voor. Het aantal inwoners wordt op 9600 geschat; hun taal vertoont veel ■ overeenstemming met het Ternataansch. Zij houden zich bezig met landbouw, vischvangst en nij-

- verheid. De hoofdplaats, de zetel van den sultan, 1 ligt aan de oostzijde van het eiland. De plaats is

- voor schepen niet gemakkelijk te bereiken. De

- huizen hebben dubbele wanden van bamboe, met . koraalsteenen opgevuld en met een kalklaag be-

- pleisterd. Van de omliggende eilandjes is Maré,

- waar een groote hoeveelheid kleiaarde wordt aane getroffen, het belangrijkst. Op Maitara komen veel 1 klapperboomen voor.

' Tidore, een sultanaat, dat tot de residentie r Ternate en Onderhoorigheden behoort, bestaat I, uit de eilanden Tidore, Filonga, Maitara of ?*oor_ wegen, Mare, een gedeelte van Halmahera met een ), aantal daarbij behoorende eilanden en koraalriffen, p een gedeelte van Nederlandsch Nieuw-Guinea en

- een aantal eilanden. Over he^ aantal inwoners is d niets met zekerheid bekend. De oorsprong van het

sultanaat ligt in het duister. Misschien hebben de r, hoofden van Tidore ongeveer gelijktijdig met die n van Ternate den sultanstitel aangenomen. Zekere ie Tjiliati, die bij zijn overgang tot den Mohammeir daanschen godsdienst den naam Djamaloedm aang nam, wordt als de eerste sultan vermeld. In 1521 sloig | ten de Spanjaarden met sultan Mansoer, een verdrag

Sluiten