Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(1844) en „Geschichte des Tabaks und anderer ahnlicher Genuszmittel" (1854). Met Reinhold en Treviranus gaf hij de „Zeitschrift für Physiologie" (1824—1827) uit. Hij overleed den 22sten Januari 1861 te München.

Tiedge, Christoph August, een Duitsch dichter, geboren den 14den December 1752 te Gardelegen, studeerde te Halle in de rechten, werd in 1781 huisonderwijzer te Ellrich, vertrok in 1788 naar Halberstadt, waar hij in 1792 secretaris werd van den domheer von Stedern, en begaf zich naden dood van dezen met diens familie naar een landgoed bij Quedlinburg. Na het overlijden van vrouwe von Stedern was hij bij afwisseling op reis of woonde hij te Halle en te Berlijn, vergezelde in 1805—1808 vrouwe von der Recke op een tocht door Duitschland, Zwitserland en Italië en bleef sedert 1819 bij haar te Dresden. Hij verwierf als dichter naam door eenige liederen, w. o. „Schone Minka, ich musz scheiden" en door het leerdicht „Urania" (18de druk, 1862), waarin hij op den grondslag der wijsbegeerte van Kant het geloof aan de onsterfelijkheid in verzen verdedigde. Van zijne overige gedichten vonden de „Elegieen und vermischte Gedichte"(1803) den meesten bijval. Zijn „Werke" zijn door A. G. Eberliardt (4de druk, 10 dln. 1841) uitgegeven. Hij overleed den 8sten Maart 1841 te Dresden.

Tiedm. is bij diernamen de afkorting voor F. Tiedemann (zie aldaar).

Tiel, eeij gemeente in de provincie Gelderland, 1062 H.A. groot met (1911) 11352 inwoners, wordt begrensd door de gemeenten "Wadenooijen, Zoelen, Maurik, Lienden, Echteld en Wamel en wordt gedeeltelijk ingenomen door de Waal, de Linge, de Doode Linge enz. De bodem bestaat uit klei. De gemeente bevat de stad Tiel, de buurt Zandwijk en een aantal^verstrooide woningen in het zoogenaamde Tielsch territoir.

De stad Tiel ligt op den noordelijken oever van de Waal od de ülaats. waar de rivier een bocht van

het N.O. naar het Z.W. maakt. Over de Waal voert een pontveer. Tiel heeft een aangename en gunstige ligging en is regelmatig gebouwd. De voornaamste pleinen zijn de Markt of Groenmarkt, het Plein, de Veemarkt en de Varkensmarkt; tot de voornaamste straten behooren de Waterstraat, de Voorstad, de Vleeschstraat, de Gasthuisstraat, de Ambtmansstraat, de Weerstraat, de Klijbergsche straat, de Westluidenschestraat, de Tolhuisstraat, de Kerkstraat, het Kalverbosch en de Stationsstraat. De omtrek bevat vele kweekerijen en groentetuinen. Rondom de stad zijn fraaie wandelingen en van den Waaldijk heeft men een mooi uitzicht op de Waal, de Betuwe] en de Tielerwaard. Tiel is de marktplaats voor de Tielerwaard, de Neder-Betuwe en 't Land van Maas en Waal. Er zijn drukke paarden-, runder- en varkensmarkten en er is veel handel. De uitvoer van graan is echter verminderd. Ook vindt men er een aantal fabrieken, vooral van metaalwaren. Er zijn 2 Hervormde kerken, n.1. de Groote of St. Maartenskerk en de Kleine of St. Ceciliakerk, verder een Gereformeerde kerk, een RoomschKatholieke kerk en een synagoge. De Groote Kerk, die in de 15de eeuw een lengte van bijna 80 m., thans slechts van 39 m. heeft, bezit een voortreffelijk orgel en behalve vele grafsteden een marmeren praalgraf van den Brigadier Steven van Weideren (f 2 Nov. 1709 te Bergen [Mons]). Andere belangrijke gebou¬

wen zijn: het stadhuis, het rechtsgebouw, de korenbeurs, het Burgerweeshuis, het Oudburger mannenen vrouwenhuis, het spaarbankgebouw, de Waterpoort en het Ambtman shuis.Behalve een rechtbank en een kantongerecht bezit Tiel een gjonnasium, een hoogere burgerschool, een ambachtsschool, een vakschool (burgeravondschool, school voor voortgezet vakonderwijs, handelsschool), een Rijkstuinbouwwinterschool, een hoefsmidschool, vijf openbare scholen (waarvan één voor M. U. L. O. en één meisjesschool), een school voor Chr. Nat. Onderwijs, een R.K. school en Rijksnormaallessen van den eersten rang. In 1892 werd er door het Rijk een vluchthaven aangelegd.

Tiel wordt reeds in de 5de eeuw een haven van Gallië genoemd, en in 893 als stad vermeld. Reeds vroeg schijnt er een uitgebreide handel te hebben bestaan. In 1202 werd de stad door de Hollanders onder Dirk VII veroverd en de burcht verwoest, ook later werd zij herhaaldelijk door de Gelderschen,

de Brabanders en de Utrechtscnen Deiegera.

Tiele, Comélis Petrus, een Nederlandsch godgeleerde, geboren te Leiden den 16den December 1830, studeerde aan het Remonstrantsch seminarium en aan het athenaeum te Amsterdam, werd in 1853 predikant te Moordrecht en in 1856 te Rotterdam en in 1873 benoemd tot hoogleeraar aan het Remonstrantsch seminarium en in 1877 aan de universiteit te Leiden. Hij hield zich voornamelijk bezig met de geschiedenis en de wijsbegeerte van den godsdienst, in het bijzonder met die van de oude godsdiensten van Tran en W. Azië. Ook was hij een beoefenaar der Assyriologie. Hij was lid van de Koninklijke Academie en eerelid van de Asiatic Society te Londen. In 1907 schonk de hoogeschool te Bologna hem het eeredoctoraat in de letteren. In datzelfde jaar verwierf hij zich een Europeesche vermaardheid door zijn Gifford-lezingen. Zijn hoofdwerken zijn: „De godsdienst van Zarathustra bij de Perzen" (Haarlem, 1864), „Vergelijkende geschiedenis der oude godsdiensten: 1. Geschiedenis van den Egyptischen gosdienst; 2. De godsdienst van Babel en Assur; 3. De godsdiensten van Fenicië en Israël'' (Amsterdam, 1869—1872), „Geschiedenis van den godsdienst tot aan de heerschappij der wereldgodsdiensten"(Amsterdam, 1876; vertaald in 7 talen), nieuwe druk onder den titel „Geschiedenis van den godsdienst in de Oudheid tot op Alexander den Groote"(Amsterdam, 2 dln., 1896), „Babylonischassyrische Geschichte"(l8te dl., 1886) en „West Azië in het licht der jongste ontdekking"(Leiden, 1893). Verder schreef hij het uitvoerig artikel „Religion" in de „Encyclopaedia Brittannica", „Inleiding tot de godsdienstwetenschap. Giffordlezingen" (1897—1898, 2de druk, 1900; in het Engelsch: „Elements of the science of religion"). In de „Zeitschrift für Assyriologie" verschenen van hem talrijke artikelen, als ook in de „Revue de 1'histoire des religions" en andere buitenlandsche periodieken. Hij was medeoprichter en redacteur van het Theologisch tijdschrift. Hij overleed den llden Januari 1902.

Tiele, Pieter Anton, een Nederlandsch geleerde, een broeder van den voorgaande, geboren te Leiden den 18den Januari 1834, was van 1853—1856 custos aan de stadsbibliotheek te Amsterdam, van 1866 tot 1879 conservator aan de universiteitsboekerij te Leiden en sedert 1879 bibliothecaris der universiteitsboekerij te Utrecht. Hij was lid van vele ge-

Sluiten