Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leerde genootschappen en werd in 1886 door de Utrechtsche hoogeschool tot doctor honoris causa in de Nederlandsche letteren benoemd. Hij schreef: „Catalogus van de bibliotheek der stad Amsterdam" (4 stukken, 1856—1858), „Bibliotheek van Nederlandsche pamfletten"(3 dln., Amsterdam, 1856— 1861), „Mémoire bibliographique et historique sur les journaux des navigateurs Neerlandais"(1867), „Ontdekkingsreizen sedert de 15de eeuw, vrij bewerkt naar Vivien de St. Martin"(1874), „Bouwstoffen voor de geschiedenis der Nederlanders in den Maleischen archipel"(l8*e dl., 1886, 2de dl. 1890, 3de dl. 1895, de beide laatste door mr. Heeres). Zijn voornaamste werk is de „Geschiedenis der Europeërs in den Maleischen archipel"(9 opstellen in de „Bijdragen van het Koninklijk Instituut", 1877—1887). Bovendien maakte hij de registers op „De Gids" jaargang 1837—1877 (Amsterdam, 1877) en op den „Codex Diplomaticus" van het Utrechtsch Genootschap (Utrecht, 1877). Hij overleed den 228ten Januari 1889 te Utrecht.

Tielemans, Jean Francais, een Belgisch staatsman, geboren te Brussel in 1799, werd advocaat en verdedigde de zaak van de liberalen in het „Dagblad van Gent"(1827). Hij werd benoemd tot referendaris aan het Departement van Binnenlandsche Zaken. In 1830 werd hij met zijn vriend De Potter beschuldigd van een aanslag op de veiligheid van den staat en voor 7 jaar verbannen. Nadat de Belgen zich onafhankelijk verklaard hadden, kwam hij echter terug en werd tot afgevaardigde naar het Nationale Congres gekozen. In 1831 werd hij minister van Binnenlandsche Zaken, bekleedde achtereenvolgens de betrekkingen van gouverneur van Antwerpen en van Luik, raadsheer en president van het gerechtshof te Brussel en trok zich in 1872 uit het openbaar leven terug. Hij werkte mede tot de oprichting van de vrije universiteit te Brussel en was gedurende eenigen tijd hoogleeraar in het administratief recht aldaar. Van zijn werken noemen wij: „La Liberté de la presse"(1827), „La Responsabilïté ministérielle"(1827), „L'Union et la constitution" (1832) en „Répertoire de 1'administration et du droit administratif"(1834—1856). Hij overleed in 1887 te Ixelles.

Tielerwaard is het gedeelte van het rivierkleigebied in de provincie Gelderland (zie de kaart bij dit artikel), ingesloten door de Waal en de Linge. Het is een vruchtbare streek, waar veeteelt, land-, tuin- en ooftbouw bloeien. Herhaaldelijk werd zij door overstroomingen geteisterd, zooals in Februari 1799 en in Januari 1809.

Oorspronkelijk vormde de Tielerwaard een deel van het graafschap Teisterbant, later werd het een ambt van het graafschap (later hertogdom) Gelderland.

Tiendaagsche Veldtocht noemt men den korten strijd, dien de Nederlandsche troepen, onder aanvoering van den prins van Oranje, in het begin van Augustus 1831 voerden tegen het leger der in opstand gekomen Belgen. De Nederlanders behaalden de overwinning bij Hasselt (8 Augustus) en bij Leuven (12 Augustus), doch moesten voor de overmacht der Fransche troepen, onder aanvoering van den maarschalk Gérard, terugtrekken.

Tienden is de last op den eigendom van een onroerend goed drukkende, tengevolge waarvan de eigenaar of degeen die het genot van het goed heeft,

verplicht is aan een derde zeker evenredig aandeel van de vruchten of andere voortbrengselen (meestal Vio gedeelte) uit te keeren. Reeds bij de oude Israëlieten werden tienden van land en vee geheven ten behoeve van den Levietischen priesterstam, omdat deze stam verstoken was van grondbezit. Ook het tiendrecht,dat zich later inEuropa ontwikkeld heeft, wordt door sommigen als van kerkrechtelijken oorsprong beschouwd, waartoe waarschijnlijk aanleiding heeft gegeven het feit, dat langen tijd vele tienden moesten worden betaald aan kerken en geestelijken. Anderen zoeken evenwel den oorsprong der tienden in het leenstelsel; de leenheeren, zoo wereldlijke als geestelijke, waren aanvankelijk eigenaars van uitgestrekte gronden; later verarmden zij en stonden toen aan hun vazallen het leenroerig goed in eigendom af, doch met voorbehoud van zekere uitkeering aan den heer. De Fransche revolutie schafte met alle andere instellingen van het leenrecht de tienden af, en ook onze Staatsregeling van 1798 verklaarde alle uit het leenstelsel of leenrecht afkomstige tienden vervallen, doch handhaafde die welke hun oorsprong hadden uit een wederzijdsch vrijwillig en wettig verdrag. Ons Burgerlijk Wetboek van 1838 nam de tienden evenals de grondrenten als wettige rechtsinstellingen op en veroorloofde de vestiging van nieuwe lasten van dezen aard; tevens verklaarde het de lasten voor afkoopbaar, zelfs tegen den wil van den tiendheffer. Deze afkoopbaarheid gold evenwel aanvankelijk niet voor de tienden, welke vóór 1838 waren ontstaan, doch in 1872 werden bij een afzonderlijke wet ook deze afkoopbaar verklaard. Meer en meer toch was de overtuiging doorgedrongen, dat de tienden evenals alle lasten die naar de bruto-opbrengst geheven worden, schadelijk waren voor den landbouw en weerhielden van verbeteringen aan den grond. Deze overtuiging is in latere jaren zóó sterk geworden, dat bij de wet van 16 Juli 1907 (Stbl. n°. 222) alle tiendplichtigheid vervallen is verklaard en de vestiging van nieuwe tiendplichtigheid verboden is. Aan degenen die bij het in werking treden der wet tot tiendheffing gerechtigd waren, is van Rijkswege een schadeloosstelling verleend.Ten einde die schadeloosstelling op de voormalige tiendplichtigen te verhalen, heeft het Rijk op de tiendplichtige perceelen een tiendrente gelegd, bedragende jaarlijks 5.55 percent van het bedrag der schadeloosstelling gedurende 30 jaren. Ter uitvoering van de wet zijn tiendcommissiën en schattingscommissiën ingesteld. Men onderscheidt verschillende soorten van tienden, o. a. grove (ook wel groote, koren of gaffeltienden), d. z. die van granen en zaden; smalle of kleine tienden, d. z. die van tuinvruchten en soortgelijke gewassen; krijtende, vleeseh- of iloedtienden, d. z. die van jongen van beesten.

Tienen. Zie Tirlemont.

Tiengemeten, een eiland in de provincie Zuid-Holland, behoort gedeeltelijk tot de gemeente Zuidbeierland, gedeeltelijk tot de gemeente Goudswaard. Het wordt door het Vuile Gat van de Hoeksche Waard gescheiden en verder door het Haringvliet bespoeld. In 1743 had de eerste bedijking plaats, later werd het eiland herhaaldelijk door verschillende inpolderingen vergroot. Op dit eiland bevindt zich de quarantaineplaats voor de zuidelijke havens van Nederland.

Tienhoven, Gysbert van, een Nederlandsch staatsman, werd den 12den Februari 1841 te De

Sluiten