Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan het Terekgebied, in liet N. O. aan Dagestan, in het Z. O. en Z. aan Jelisawetpol en Eriwan, in het Z. W. aan Kars en in het W. aan Koetais en telt op een oppervlakte van 44 846 v. km. (1905) 1051216 inwoners. Het N. en N. O. wordt ingenomen door den Grooten, het \V. en Z. W. door den Kleinen Kaukasus, waartusschen zich het dal van de Koera, de voornaamste rivier van het gouvernement, bevindt. Het O.lijk gedeelte bestaat uit dor steppenland, waardoor do Alasan en de Jora stroomen. Het klimaat is in het gebergte ruw, in de vlakte warm en vertoont groote afwisseling. Het aantal mineralen, dat er wordt aangetroffen, is groot. Toch worden alleen glauberzout (1 millioen kg. per jaar), nafta (900 000 kg. per jaar) en ijzeren kopererts ontgonnen. Minerale bronnen komen voor te Tiflis, Borshom en Abastoeman. De voornaamste bezigheden der bevolking zijn landbouw en veeteelt. Verbouwd worden: tarwe, rogge, gerst, maïs, rijst, katoen en tabak. Van veel beteekenis is ook de ooftteelt, de wijnbouw en de teelt van moerbeziën, boomen voor de zijdeteelt. De veestapel bestaat uit: paarden, ezels, runderen, schapen, geiten, varkens en buffels. Van de nijverheidsbedrijven noemen wij: ijzer- en kopersmelterijen, naftaraffinaderijen, glasblazerijen, kaarsenfabrieken, als ook wol, katoen, leer en tabaksfabrieken. Verder worden er zeep, vilt, bier en brandewijn vervaardigd. De handel wordt bevorderd door een spoorwegnet van 350 km. lengte.

Tiflis (Georgisch Tbilisi = stad der warme bronnen) is de hoofdstad van het Russische generaal-gouvernement Kaukasië, benevens van het gouvernement en het distrikt Tiflis. Het ligt in een nauw keteldal op beide oevers van de Koera, waarover 5 bruggen zijn gebouwd, en is door spoorwegen verbonden met Poti en Bakoe. De plaats, welke terrasvormig tegen de berghellingen is gebouwd, telt (1900) 159 590 inwoners, voornamelijk Armeniërs, Georgiërs en Russen. De plaats bezit een paleis van den gouverneur- generaal, een stadhuis, 26 Armenisch-Gregoriaansche, 25 Gr. Katholieke, een Evangelische en 2 R. Katholieke kerken, 2 synagogen en 2 moskeeën. Verder heeft zij 3 gymnasia, 5 hoogere meisjesscholen, een hoogere burgerschool, een landmeters- en een landbouwschool, een technische school voor het spoorwegwezen, een onderwijzers- _ en een geestelijk seminarium, een conservatorium voor muziek, een natuurkundig observatorium een opera en 4 schouwburgen. De nijverheid omvat leder- en tabaksfabrieken, garenspinnerijen bierbrouwerijen en jeneverstokerijen, terwijl er handel gedreven wordt in kramerijen en koloniale waren, manufacturen, thee enz. Intusschen is de handel achteruitgegaan. Aan den voet van de stad liggen warme zwavelbronnen. De stad is in 455 n. Chr. gesticht, was geruimen tijd de zetel der koningen _ van Georgië, maar werd tengevolge der Aziatische volksverhuizingen meermalen verwoest. In het begin der 17de eeuw kwam zij in het bezit der Turken, maar werd door den Georgischen koning Roestoem, (1636—1658) heroverd. In den aanvang der 18de eeuw maakten de Turken zich nogmaals van haar meester, doch zij werden in 1735 door sjah Nadir verdreven, waarna de Georgische koning Theimoeras den troon beklom. Diens zoon Irakli (Eeraklius), welke de stad tot bloei bracht,

werd in 1795 door den Pers Aga Mohammed, Khan verdreven. In 1799 nam Rusland haar in bezit.

Tig-ellinus, Sophonius, te Agrigentum uit geringen stand geboren, was een gunsteling van Nero en nam deel aan diens uitspattingen, terwijl hij hem tevens tot de grootste wreedheden aanspoorde. In 62 werd hij praefectus praetorio, verried echter Nero bij den opstand van Galba, werd door Otho ter dood veroordeeld en bracht zich te Sinuessa om het leven.

Tiglat-Pilesar is de naam van vier Assyrische koningen. De in het Oude Testament genoemde Tiglat-Pilesar is de vierde van zijn naam. Hij regeerde van 745—727 en was de grondlegger van het Assyrisch wereldrijk. Hij was de eerste Assyrische koning, die de grenzen van de rijken Israël en Juda overschreed, de Babylonische en de Assyrische

Tiglat-Pilesar III.

kroon op één hoofd vereenigde en onder den naam Poeloe den Babylonischen troon besteeg (731). In 732 had hij reeds Damascus veroverd, terwijl hij in 731, nadat Pekah vermoord was, Hozea als schatplichtig koning van Israël erkende. Zie verder Assyrië.

Tlgranes de Groote, koning van Armenië, geboren in 121 v. Chr., besteeg in 94 den troon, veroverde Atropatene, Mesopotamië, het N .lijk gedeelte van Syrië en Cappadocië, stichtte de grootsche residentie Tigranocerta en noemde zich koning der koningen. Toen hij weigerde zijn schoonvader Mithridaies VI aan de Romeinen uit te leveren, werd hij in 69 door Lucullus bij Tigranocerta overwonnen en tot Artaxata vervolgd, vanwaar deze wegens muiterij in zijn leger moest terugtrekken. Nadat Pompejus in 66 de leiding van den oorlog had overgenomen, onderwierp Tigranes zich, maar kreeg Armenië onder opperhoogheid van Rome terug, waartegenover hij van alle veroveringen afstand deed en 6000 talenten betaalde. In 55 benoemde hij zijn zoon Artavasdes als mederegent, terwijl hij in 36 overleed.

Tig-ré of Tigrié is de naam van het N.lijk gedeelte van Abessinië, dat gedurende eenigen tijd een afzonderlijk rijk vormde en behalve de landschappen Hamasen, Saraë, Okoele-Koessai, welke thans tot Italiaansch Erythraea behooren, de landschappen Agamé, eigenlijk Tigré, Enderta en Lasta, behoorende tot Abessinië, omvatte. Het bestaat uit een gemiddeld 2000 m. hooge .hoogvlakte, welke naar het O. steil en naar het N. terrasvormig afhelt, terwijl het W. en Z. door diepe dalkloven zijn doorsneden. Op deze hoogvlakte bevinden zich groote bergstelsels met hooge toppen (Alegua 3375 m., Semajata 3092 m.) en talrijke, op zichzelf staande, 2000—3000 m. hooge kegelvormige bergen (Amba). Naar Erythraea leiden de Taranta- en de Senafepas. De hoofdplaats Adoea telt 3000 inwoners.

Sluiten