Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tair en aardrijkskundige, geboren den 25bteb No- ga

vember, 1839 te Kiew, bezocht de militaire aca- aai

demie en de academie van den Generalen Staf te gei

St. Petersburg en was daarna gedurende twee lb.

jaren op de sterrenwacht te Poelkowa werkzaam. Lu

Van 1868—1871 was hij chef van de topografische zei

afdeeling van het militaire distrikt Orenburg en ste

van 1872—1879 commandeerend bevelhebber over vt

het 148ste Caspische regiment. In 1879 vergezelde vo

hii groothertog Georg van Mecklenburg naar Straats- Ke

burg, waar hij zich evenals te Leipzig, aan aardrijks- he

kundige, natuurwetenschappelijke en staathuis- en

houdkundige studies wijdde. In 1883 werd hij als ge

generaal-majoor chef van het 1- legerkorps te A St. Petersburg. Hij hield zich vooral bezig met vi

het natuurkundig-aardrijkskundig onderzoek van d< Rusland, was leider van het hydrografische onder- or zoek van de bronnen der voornaamste rivieren m in Europeesch Rusland en voorzitter van de afdee- te lin® voor wiskundige aardrijkskunde van liet kei- b, zerlijk Russisch Aardrijkskundig Genootschap, b' Zijn voornaamste werken zijn: „Bouwstoffen voor ir de hypsometrie van Europeesch Rusland ,(Kus- n siscli, St. Petersburg, 1881—1896), „Onderzoekin- b een omtrent de verdeeling van het aardmagnetisme v in Europeesch Rusland" (Russisch en Duitsch, s St. Petersburg, 1881-1886), „Hypsometrische t kaart van Europeesch Rusland" (4 bladen, Russisch St. Petersburg, 1889), „Onderzoekingen om- o trent de verdeeling van den atmosferischen druk e in Rusland en op het Aziatisch vastland (Russisch 1' met Franscli resumé, St. Petersburg, 1890; met s een atlas van 69 kaarten) en „Atlas des isonomales i et variations séculaires du magnetisme terrestre c (St Petersburg, 1896). Hij overleed den llden 1

Januari 1900 te St. Petersburg. , ,

Tilly, Johann Tserlclaes, graaf van een beroemd I veldheer uit den Dertigjarigen Oorlog, geboren in ï 1559 op het kasteel Tilly irt Brabant, werd in een i klooster der Jezuïeten opgevoed, trad eerst in Spaanschen krijgsdienst, streed onder Alexander van Parma, ging vervolgens in dienst van Lotharingen, schaarde zich in 1598 in de Keizerlijke gelederen, nam in 1600 als luitenant-kolonel in Hongarije deel aan den veldtocht tegen de opstandelingen en de Turken, klom in 1601 op tot kolonel, verder tot den rang van generaal der artillerie en zag zich in 1610 door Maximilimn I van beieren belast met de reorganisatie van het leger. Bij het uitbreken van den Dertigjarigen Oorlog werd hij veldmaarschalk der R. Katholieke Liga, behaalde den 8den November 1620 de overwinning in den slag bij den Witten Berg, rukte in 1621 op tegen graaf Ernst van Mansfeld, veroverde de steden Elbo^en, Pilsen en Tabor en vervolgde hem tot in de Boven-Palts en in de Rijn-Palts, maar leed den 27sten \prii 1622 bij Wiesloch tegen Georg brie-1 drich van Baden-Durlach en tegen den graaf van Mansfeld de nederlaag, overwon echter eerstgenoemden den 6"™ Mei bij Wimpfen aan den Neckar en hertog Christiaan van Brunswyk den ^0<"en Juni bij llöchst, waarna hij Heidelberg, Mannheim en Frankenthal veroverde. Wegens de beslissende overwinning van den 5*» en den 6*» Augustus 1623 bij Stadtlohn in het land van Munster op den hertog van Brunsioijk behaald, werd Tilly door den keizer in den gravenstand opgenomen. Hij bleef nu aanvankelijk in Neder-Saksen, waar hij de terug-

gave der Protestansche bisdommen en kloosters aan de R.Katholieke Kerk en aan de Jezuïeten met geweld doorzette, versloeg den 27Bten Augustus 1626 Christiaan IV, koning van Denemarken, bi] Lutter aan den Barenberg, veroverde met de keizerlijke troepen onder Wall&nst&in Sleeswijk-Holstein en Jutland en noodzaakte den koning den vrede van Lübeck te sluiten (12 Mei 1629). In 1630 volgde hij Wallenstein op als generalissimus der keizerlijke troepen, werd met de uitvoering van het restitutie-edict in Noord-Duitschland belast en sloeg daartoe het beleg voor Maagdenburg. Het gelukte hem niet, het doordringen van Gustaaf Adolf in Pommeren te beletten, maar Maagdenburg viel den 208ten Mei 1631 in zijn handen, waarna de stad geplunderd werd en, waarschijnlijk door een ongelukkig toeval, in vlammen opging. Hij kon zich intusschen aan de Beneden-Elbe niet staande houden tegen den koning van Zweden en deed een inval in Saksen, dat hij plunderde en verwoestte. Hierdoor bracht hij den keurvorst van Saksen tot een verbond met Gustaaf Adolf, en voor hun vereenigd leger moest hij den 17aen September 1631 het onderspit delven bij Breitenfeld; hij zelf werd gewond en zijn leger verstrooid. Daarop begaf hij zich naar Halberstadt, waar hij een krijgsmacht verzamelde, en 1 trok vervolgens naar Beieren, dat door de Zw eden ■ bedreigd werd. Bij de verdediging van den overtocht . over de Lech bij Rain (5 April 1632) verbrijzelde [ een falconetkogel hem de rechter dij, en hij overl leed den 30"8ten April daaraanvolgende te ingoit stadt. Hij maakte de uitroeiing van de ketterij in 3 Duitschland tot een gewetenszaak en trachtte zijn ' doel door alle in zijn dienst staande middelen te

" bereiken. . . ,,

Tilsit, een stad in het Pruisische distrikt Irumi binnen, ligt op de plaats, waar de Tilse in de Memel n uitmondt, op een hoogte van 14 m. boven den zeen spiegel, aan 3 spoorwegen. Men vindt er 4 Protesn tantsche kerken, een R. Katholieke kerk, een sy•r nagoge, 7 bedehuizen, een gedenkteeken door konini- gin Louise, een voor Max von Schenkendorf en een :e ter herinnering aan den oorlog van 1870, een gymn nasium, een reaalgymnasium, een kweekschool voor b- onderwijzeressen, een doofstommeninstituut, een :1, conservatorium, een schouwburg, een fra^istadhuis m enz. Het aantal inwoners bedraagt (1905) 371^. ,n Men vindt er veel nijverheid en handel. In 1ÖW et werd TDsit tot stad verheven. Den en 8»' iii Juli 1807 werd aldaar de Vrede van Tilsit gesloten. Ie Timaeos, een Grieksch wijsgeer, afkomstig ^n uit Lokris, was een volgeling van Pytbagoras. Hij en leefde omstreeks 400 v. Chr. en bekleedde m zijn 51- vaderstad de hoogste ambten. Een dialoog van Plato de is naar hem genoemd. Ten onrechte wordt het geen schrift: „Over de wereldziel' (uitgegeven in 18db ie- door De Gelder) aan hem toegeschreven an Timaeos, een Grieksch geschiedschrijver uit re- Tauromenium in Sicilië, werd omstreeks 345> v. •ar Chr. geboren, leefde ongeveer 50 jaar fis balling ten te Athene, en overleed in zijn vaderstad op 9b im j arken leeftijd. Hij voerde de: tijdrekening volgens ide de Olympiaden in de geschiedschrijving in. Hij tus schreef een geschiedenis van Italië en Sicihe, van len I de oudste tijden tot 264 v. Chr. m 38 boeken. Len l De fragmenten van dit werk werden verzameld nu door Muller in de „Historicorum graecorum fragug- menta" (dl. 1,1841).

Sluiten