Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

pen, Cheribon en Pekalongan, de afdeelingen Poerwokerto en Banjoemas, de residentie Kedoe en den Indischen Oceaan. Zij is verdeeld in de distrikten Tjilatjap, Adiredjo, Madjenang, Pegadingan en Dajeuhloehoer. De bodem bestaat in het midden en in het noorden uit jong-tertiaire brecciën en mergel, in het zuiden en westen uit lage, moerassige, alluviale gronden. Het rotsachtige eiland Noesa Kembangan bestaat grootendeels uit kalksteen. De voornaamste rivieren zijn de Tji Tandoej, de Tji Berem, de Tji Ahoer, de Djeroeklegi en de Kali Serajoe. De bevolking houdt zich hoofdzakelijk bezig met landbouw, vischvangst en de vangst van schildpadden. Landbouwondernemingen zijn er slechts weinig. De hoofdplaats Tjilatjap, tegenover het eiland Noesa Kembangan gelegen, is de belangrijkste plaats aan de zuidkust van Java. Zij is door spoorwegen met West- en Oost-Java verbonden; een kanaal loopt naar de Serajoe, omdat de monding van deze rivier door de branding niet te bereiken is. De reede van de stad, die altijd toegankelijk is, wordt door forten beschermd. De gezondheidstoestand is in den laatsten tijd verbeterd. Het aantal inwoners bedraagt (1905) 16 289, waarvan 295 Europeanen, 15060 inlanders, 894 Chineezen, 39 Arabieren en 1 andere Vreemde Oosterling.

Tjoel. Zie Vischtuigen.

Tjoelalongkorn. Zie Tsoélalongkom.

Tjoemen, een plaats in het Siberische gouvernement Tobolsk, is gelegen aan de samenvloeiing van de Tjoemenka met de Toera en door een spoorweg met Jekaterinenburg verbonden. De plaats, die voornamelijk uit houten huizen bestaat, bezit 13 steenen kerken, 2 kloosters, een moskee, een middelbare school, een gymnasium voor meisjes, een ziekenhuis en 4 bankinstellingen en telt 29 688 inwoners. Zij houden zich bezig met leerlooierij, touwslagerij, het vervaardigen van tapijten en zeep en met scheepsbouw. De transitohandel van en naar Siberië is er van veel belang.

Tjotter is de naam van een Zuiderzee jacht met zijdelingsche zwaarden. Hij heeft een langen mast zonder want, een gaffel met kleine, gebogen punt en een fok, bevestigd aan een korten ijzeren boegspriet, waardoor de tjotter van den boejer is te onderscheiden.

Tlaxcala, de kleinste staat van de republiek Mexico, begrensd door de staten Hidalgo, Puebla en Mexico, telt op 4132 v. km. oppervlakte (1900) 172 217 inwoners, voornamelijk Indianen. Het behoort tot de hoogvlakte van Anahuac, die gemiddeld 2300 m. boven den zeespiegel gelegen is. De inwoners verbouwen maïs, tarwe, gerst, haver, boonen, agaven, pimenta's en verschillende vruchten. Zij vervaardigen grove weefsels van katoen, wol en agavezeis en goede aarden voorwerpen. Ijzersteen, zilver, lood, koper en steenkool komen in den bodem voor, maar worden nog weinig ontgonnen.

De hoofdstad, Tlaxcala, gelegen aan den spoorweg San Luis—Puebla, bezit een bisschoppelijk paleis, een zeer oud klooster der Franciscaners, een stadhuis en een middelbare school en telt 1715 inwoners. Tlaxcala was vroeger een oligarchische republiek met een half millioen zielen. Bij de verovering van Mexico door de Spanjaarden voegden zich de bewoners van Tlaxcala, nadat zij zich aanvankelijk vruchteloos hadden verzet, bij de troe¬

pen van Cortez, die aan de republiek een zekere mate van zelfstandigheid toekende onder de souvereiniteit van Spanje.

Tlemsen (Telemssen, Fransch Tlemceri), een stad in Algerië, departement Oran, op 46 km. afstand van de Middellandsche Zee, op een vruchtbare hoogvlakte aan den Safsof en aan een vertakking van den spoorweg Sidi bel Abbes-Oran gelegen, telt (1901) 22 273 inwoners, waaronder ongeveer 4 000 Franschen en 2 000 Joden. Het bezit 32 moskeeën, een kerk, een synagoge, een museum, een bibliotheek en Moorsche baden, welke meer dan 500 jaar oud zijn. In de nabijheid bevinden zich warme bronnen, ontginningen van zilverhoudend lood, antimonium, koper en ijzer, marmergroeven en aanplantingen van olijfboomen en wijnstokken. Verder drijft de stad een levendigen handel, vooral met Marokko. Tlemsen was sedert 1248 de residentie der Zianieden. In 1560 kwam het aan de Turken. Li 1836 werd het door de Franschen bezet, die het na den Vrede van Tafna (1837) weder ontruimden, maar het in 1841 opnieuw innamen. In 1842 en 1845 hadden hier bloedige gevechten plaats met Abd el Kader.

Tlepolemos, volgens de Grieksclie sage een zoon van Herakles en Astyoche, moest als moordenaar van zijn oom Lykimnios vluchten en ging met een schare Argivers naar het eiland Rhodus, waar hij de steden Lindos, Jalysos en Kameiros bouwde.

Tlinkieten. Zie Thlinkieten.

To of Tomasoe is de naam van een Japansche inhoudsmaat, die een inhoud van 10 sjo of 18,039 L. heeft.

Toala (= Woudmenschen) is de naam van een volksstam op Zuid-Celebes. Zij vormen waarschijnlijk een overblijfsel van de oorspronkelijke bevolking van dat eiland, zijn klein (ongeveer 1,57 m.) en slank, hebben een breeden neus met een diepen wortel, matig dikke lippen en een behaarde bovenlip en kin; hun haar is gegolfd, maar niet kroes, hun huidkleur is iets donkerder dan die van de Boegineezen. Waarschijnlijk woonden zij oorspronkelijk in holen en leefden zij van de jacht. Thans hebben zij veel van de Boegineezen overgenomen, zij wonen voor het meerendeel in woningen, op palen gebouwd, en houden zich bezig met landbouw. Dit volk is feitelijk eerst ondekt geworden door de Sarasins, toen zij in 1902 eenigen tijd te Lamontjong vertoefden (Zie ook Celebes Bevolking).

Toast noemt men in Engeland geroost wittebrood, dat bij de thee wordt genuttigd. Het was gewoonte, dat wie een feestdronk wilde instellen, een stuk geroost brood in zijn beker deed. Vandaar dat men thans dien naam gebruikt van den feestdronk zelf.

Toba, Plateau van, is in het algemeen de naam voor de uitgestrekte hoogvlakte rondom het meer van Toba, die in het Z. in de hoogvlakte van Si Lantom overgaat. De eigenlijke hoogvlakte van Toba ligt aan de zuidelijke oevers van het meer en strekt zich uit van Pangariboean tot Lintong ni hoeta hombing en van Poerba si nomba tot Pagar batoe. Het hoogste gedeelte ligt bij Hoeta Gindjang, vanwaar het plateau langzaam naar het W. en Z. en steil naar het N. en O. afloopt; benoorden Boetar blijft het vrijwel horizontaal en daalt daarna weer in alle richtingen. Men vindt er de afzonderlijke bergtoppen Batoe Harang, de Imoen, de Si-

Sluiten