Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

badak, de Na Godang, de Sitarindak, en een aantal kleinere verheffingen. De vlakte wordt door diepe ravijnen doorsneden, waarin meestal rivieren stroomen. In de vallei van Silindong, die ook wel tot het plateau van Toba gerekend wordt, verzamelt zich het water en vormt den Batang Toroe. In de nabijheid van de dorpen (hoeta's) is de bodem bebouwd, overigens treft men uitgestrekte grasvlakten aan, in het N. vindt men 2 bosschen n. L het Djabawoud en het Si Rambehwoud. Op den bodem der ravijnen liggen sawahs, op de vlakte zelf kweekt men vooral gadongs, een soort zoeten aardappel; verder wordt er suikerriet en tabak gekweekt. Het gebied behoort tot de afdeeling Bataklanden van de residentie Tapanoeli.

Tobago. Zie Tabago.

Tobameer, een meer in de afdeeling Bataklanden van de residentie Tapanoeli, ligt ongeveer tusschen 2°19' en 2°55' N. Br. en 98°30' en 99°13' O. L. v. Gr., op een hoogte van ± 780 m. boven den zeespiegel. Het heeft zonder het eiland Samosir, dat het meer in twee ongelijke helften verdeelt, een oppervlakte van ruim 1260 v. km. Het noordelijk gedeelte, Tao Silahi of Tao na bolak geheeten, is ongeveer evenlang als breed, het zuidelijk deel is lang gestrekt. Door een lange, smalle geul staan de helften aan de oostzijde met elkander in verbinding. Ook aan de westzijde bevindt zich een geul, die echter veel smaller is. In het Z. heeft het meer een diepte van 450 m. Het watert in het Z. O. af door een rivier, die aanvankelijk Pasir di babana, daarna Pargaloan of Sabatali en vervolgens Asahan heet. Bijna overal wordt het meer door steile wanden ingesloten. Het eiland Samosir, dat vroeger als een schiereiland werd opgevat, heeft in het Z. O. en Z. vlakke oevers, voor het overige loopen zij met een helling in zee. De grootste hoogte bedraagt 1685 m. Men vindt er een aantal dorpen en uitgestrekte sawahs. Het meer is vischrijk, in het Z. O. leven wilde eenden; aan vischvangst en jacht wordt echter weinig gedaan.

Tobias is de naam van een der Aprocriefe Boeken van het Oude Testament. Het behandelt de geschiedenis van een vromen Jood, Tobiel geheeten en diens zoon Tobias en heeft een moraliseerende en onderwijzende strekking. Het is waarschijnlijk in de eerste of de tweede eeuw v. Chr. ontstaan en bestaat in verschillende bewerkingen, waarvan de Grieksche de oorspronkelijke is.

Toblach oen dorp in Tirol, in het Pusterdal aan den spoorweg Villach-Franzensfeste gelegen, is het beginpunt van de straatwegen naar het Höhlenstein- en het Ampezzodal en een geliefde zomerverblijfplaats. Het dorp, dat een nieuwe kerk, hotels, villa's en een bierbrouwerij bezit, telt (1900) 1087 (als gemeente 1659) inwoners. Zuidwaarts bevindt zich het kleine Tablacher Meer (1259 m. boven den zeespiegel), terwijl zich in het N. O. de Pfannhorn (2663 m.), een gemakkelijk te.bereiken punt met fraai uitzicht, verheft.

Tobler, Titus, een Zwitsersch taalgeleerde en Palestinaonderzoeker, geboren te Stein (kanton Appenzell) den 23sten Juni 1806, studeerde in de medicijnen te Zürich, Weenen, Wiirzburg en Parijs, vestigde zich als arts in zijn geboorteplaats en wijdde zich tevens aan de studie van de kennis van het Zwitsersche volk en aan het onderzoek van Palestina, ten behoeve waarvan hij 4 reizen (1835, 1840,

1857 en 1865) naar den Levant ondernam. In 1871 vestigde hij zich te München. Hij schreef: „Appenzellischer Sprachschatz"(1837), „Lustreise ins Morgenland"^ dln., 1839), „Topographie von Jerusalem und seine Umgebungen"(2 dln., 1853-1854), „Denkblatter aus Jerusalem" (1853), „Dritte Wanderung nach Palastina"(1859), „Bibliographia geographica Palaestinafi"(1867), „Nazareth in Palastina"(1868), „Descriptiones terrae sanctae ex saeculo VIII, IX, XII et XV"(1874) enz. Hij overleed den 21Bten Januari 1877 te München.

Tobler, Adolf, een Zwitsersch taalgeleerde, geboren den 248ten Mei 1835 te Hirzel, studeerde te Bonn, waar hij in 1857 promoveerde, en vertoefde daarna te Rome, Toskane en Parijs, totdat hij in 1861 een plaats aan de kantonschool te Solothurn kreeg. In 1867 trad hij op als privaatdocent aan de hoogeschool te Bern, maar reeds in hetzelfde jaar werd hij benoemd tot hoogleeraar in de Romaansche talen te Berlijn. Hij schreef: „Darstellung der lateinischen Konjugation und ihrer romanischen Gestaltung" (Zurich, 1857), „Bruchstücke aus dem Chevalier au Lyon"(Solothurn,1862), „Italienisches Lesebuch"(2dedruk, Solothurn, 1868), „Mitteilungen aus alt-französischen Handschriften" (Leipzig, 1870), „Die Parabel von dem echten Ring" (2de druk, Leipzig, 1884), „Vom französischen Versbau alter und neuer Zeit" (4ae druk, Leipzig, 1903), „Vermischte Beitrage zur franzözischen Grammatik"(1886;2de druk, Leipzig, 1902; tweede reeks 1394, 2de druk, Leipzig 1906; derde reeks Leipzig, 1899; vierde reeks, Leipzig,1908), „Li proverbe ou vilain" (Parijs, 1895), benevens talrijke verhandelingen in tijdschriften enz. Zijn geschriften, die uitmunten door scherpzinnigheid, zorgvuldige bewerking en methode, zijn voorbeelden van zuivere en grondige critiek. Hij overleed den 18aen Maart 1910 te Berlijn.

Tobol (Taboel) is de naam van een linker zijrivier van den Irtisj (Siberië), welke bij Tobolsk in deze rivier uitmondt. Hij ontspringt aan de Z. lijke uitloopers van den Oeral en neemt links den Oej, den Isset, de Toera en de Tawda op. De zeer vischrijke rivier, die over een lengte van 620 km. (vanaf Koergan) bevaarbaar is, is van het einde van October tot het einde van April met ijs bedekt.

Tobolsk, een Russisch gouvernement in \V. Siberië, grenst in het N. aan de IJszee en in het W. aan Europeesch Rusland en telt op 1 397 692 v. km. (1897) 1 438 484 inwoners. Het bestaat voor het grootste gedeelte uit een eenvormige, naar het N. hellende vlakte, die deels dor en boomloos, zooals in de steppen van Isjim en Baraba, deels moerassig en dicht met bosschen bedekt is, zooals ten O. van den Irtysj en den Ob. Het uiterste N. wordt ingenomen door de boomlooze toendra. De rivieren, de Ob met den Irtysj, welke den Tobol opneemt, zijn goed bevaarbaar. Stoombooten gaan N. waarts tot Beresow, Z. waarts tot Koergan, Semipalatinsk, Büsk en Koesnezk. Mineralen bevat de bodem niet. Het klimaat is zeer afwisselend. De bevolking, welke in het Z. het dichtst is, bestaat voornamelijk uit Russen en Sibiriaken, verder uit Tataren, Ostjaken, Samojeden en Wogoelen. Zij is in hoofdzaak Russisch-orthodox. De landbouw levert haver, rogge, tarwe, gerst en aardappels; verder boekweit, vlas en hennep. De veeteelt omvat paarden, runderen, schapen en varkens in het Z.,

Sluiten