Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een Romein in toga.

curulis, werd de toga met purperen strepen versierd, en bij knapen tot het 17ae en meisjes tot het 14de jaar haar eveneens. Een galakleed was de

toga picta, met purper en goud gedekt en door den triumphator gedragen, alsmede de toga palmata, met purper gevoerd en met palmbladeren getooid,

het gewaad der ridders bil' den feestelijken op¬

tocht op den 15den Juni. Wie naar staatsambten dongen, droegen de toga candida of witte toga, die glanzend wit was, en de beschuldigden een toga squalida (vuile, bezoedelde toga). In den zomer hulde men zich in een toga rasa (geschoren toga) van dunne stof en des winters in een toqa pinguis (dikke

toga). Ook aan vreemdelingen kon het recht, een toga te dragen, door een senaatsbesluit worden toegestaan; het werd bijv. vergund aan de bewoners van Romeinsch Gallië, hetwelk daardoor den naam van Gallia togata verkreeg. De Romeinsche vrouwen droegen in plaats van de toga een palla.

Tegenwoordig is toga bij ons de naam van een wijde tabbaard met wijde mouwen, die als ambtsgewaad door professoren, rechters en sommige Protestantsche predikanten wordt gedragen.

Toggenburg' was vroeger een graafschap in Zwitserland en wel in de Voor-Alpen in den omtrek van de Thur. De graven van Toggenburg behoorden tot de rijksten en aanzienlijksten van het land. Nadat hun geslacht in 1436 was uitgestorven, viel het graafschap ten deel aan de vrijlieeren van Baron, die het in 1469 aan den abt van St. Gallen verkochten. Door den godsdienst ontstonden er talrijke oneenigheden tusschen het stift en het landschap, zoodat de mannen van Zürich en Bern, door die van Toggenburg te hulp geroepen, te velde trokken tegen de R. Katholieken (Toggenburger Oorlog van 1712). Nieuwe vijandelijkheden werden in 1765 en 1759 bijgelegd. Het graafschap werd in 1803 bij het kanton St. Gallen gevoegd. Het telt in 4 distrikten ruim 56 000 inwoners. Er zijn vele katoenspinnerijen.

Togo of Togoland is de naam van een Duitsche kolonie in West-Afrika aan de Golf van Guinea, tusschen de Britsche kolonie Goudkust, FranschDahomé en Fransch-West-Afrika gelegen. Zij heeft een oppervlakte van 87 200 v. km. en telt (1909) ongeveer 950 000 zielen, waarvan 330 blanken. De lage, vlakke kuststreek heeft een lengte van 52 km., verder binnenwaarts vindt men strandlagunen; daarop volgt het Aposso- of Obossumgebergte. De voornaamste rivier is de Volta. Aan de kust wordt veel handel gedreven; in het binnenland is landbouw het voornaamste middel van bestaan. De bodem bevat ijzer en goud. De voornaamste uitvoerprodukten zijn palmpitten, palmolie, caoutchouc, katoen, cacao, plantenboter, maïs en ivoor; ingevoerd worden

spiritualiën, tabak, ijzer en katoenen stoffen. In 1906 bedroeg de invoer 6 432 812 mark, de uitvoer 4199 336 mark. De uitvoer van caoutchouc nam af en bedroeg in 1908 nog 147 000 kg. Tot de belangrijkste plaatsen behooren Lome, Sebevi, Porto Seguro, Tsjamba, Baölo en Bassari. De R. Katholieke zending telt (1908) 191, de Hervormde 112 stations. Veel kwaad doet de slaapziekte, waartegen krachtige maatregelen genomen worden. Van de kust worden karavaanwegen naar het binnenland aangelegd. Van grooter beteekenis nog is de aanleg van een spoorweg van Lome tot Atakpame (180 km.), die later tot Tsjopawa doorgetrokken zal worden. In 1884 kwam Togo onder Duitsche bescherming; de grenzen werden in 1897 met Frankrijk en in 1899 met Engeland geregeld. De grensregeling tegen de Fransche kolonie Dahomé kwam in 1911 tot stand. Onlusten in het binnenland maakten verschillende strafexpedities noodig.

Togo, Heihachiro, een Japansch admiraal, geboren den 22Bten December 1847 te Kagoshima, nam als jongen van 15 jaar deel aan de verdediging van zijn vaderstad tegen het bombardement van een Engelsch eskader (15 Augustus 1863). Om zich, met het oog op de nieuwe, keizerlijke vloot, welke gebouwd zou worden, de noodige vakkennis te verschaffen, vertrok hij, nadat hij te Yokohama Engelsch geleerd had, in 1871 naar Engeland, van waar hij in 1878 naar Japan terugkeerde. Als bevelvoerder van de „Amagikan" onderscheidde hij zich in 1882 bij de moeilijkheden in Korea. In 1886 werd hij directeur van de wapenfabriek te Jokosoeka, in 1889 chef van den staf te Koere, terwijl hij in 1893 als bevelvoerder van de „Naniwa" naar Port-Arthur en Wladiwostok ging. In 1894 teruggekeerd, werd hij chef van het marinestation te Koere; bovendien onderscheidde hij zich in den Chineesch-Japanschen oorlog als bevelvoerder van de „Naniwa" voor Port-Arthur en Wei-Lai-wei, waarvoor hij bevorderd werd tot schout-bij-nacht, terwijl hem een lijfrente werd toegekend. In 1898 werd hij vice-admiraal en chef van het nieuwe vlootstation Maizoeroe in de Japansche Zee. Benoemd tot opperbevelhebber van de vereenigde vloot, opende hij in den RussischJapanschen oorlog den 8sten Februari 1904 de vijandelijkheden door het overvallen van de Russische vloot in de haven van Port-Arthur, waarna hij haar den 27sten Mei 1905 bij Tsoeshima vernietigde. Sedert den 208t™ December 1905 is hij chef van den ad miralen staf. In 1909 legde hij het bevel over de vloot neer en werd lid van den militairen raad.

Toilet, afkomstig van het Fransche woord toile (linnen), beteekent oorspronkelijk een doek, dien men over de tafel spreidt, om daarop al de zaken te leggen, welke tot den opschik behooren, daarna de tafel en de verdere benoodigdheden voor den tooi, en eindelijk den opschik zelf in al zijn bijzonderheden, zoodat gewoonlijk toilet maken gelijkbeteekenend is met zich sierlijk kleeden.

Toise is de naam van een Frankische lengteeenheid, welke als toise carlovingienne of toise des maQons verdeeld was in 6 pieds de Charlemagne (wettelijk = 196,03 cm.). In 1668 werd zij met 5 lignes verkort, haar lengte als toise de l' Académie (ook toise de Pérou, omdat zij bij de Peruaansche graadmeting gebruikt werd) den 10del1 December 1799 vastgesteld op 194,903 631 cm. Op Haïti wordt zij thans nog gebruikt. In Frankrijk was van 1812—1839 de

Sluiten