Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

{radix seu basis linguaé) is het breede achterste gedeelte, waaraan de voorste bogen van het zachte gehemelte zijn vastgehecht, terwijl hij aan het strotklepje grenst. De punt (apex linguae) is het vrije, dunne voorste uiteinde. De grondlaag der tong wordt gevormd door de beide kintongspieren (musculi geneoglossi), de tongspier (musculus lingvulis), waaraan men drie verschillende lagen van spiervezelen kan onderscheiden, en het tongkraakbeen (cartilago linguae) of tongmiddenschot (septum linguaé), een tusschen de kintongspieren geplaatste vezelige plaat. De tong is overtrokken met een slijmvlies en staat hierdoor in verband met de omliggende deelen. In het midden van den rug der tong vindt men een zwakke overlangsche groeve (raphe), welke naar achteren eindigt in het trechtervormige blinde gat (foramen coecum). De bovenvlakte van het slijmvlies is met een menigte eigenaardige verlengsels voorzien, tongtepeltjes genaamd, welke verdeeld worden in draadvormige (papillae filiformes), die een witte kleur hebben en vooral aan weerszijden van de middellijn zijn geplaatst, — knotsvormige (p. fungiformes), die rood van kleur zijn en aan de punt der tong dicht bijeenstaan, — en omwalde (p. circumvallalaé), die op het achterste gedeelte der tong in twee rijen geplaatst zijn. Van deze laatste tot aan het tongbeen is het slijmvlies met groote slijmklieren bezet, die de vlakte oneffen maken. Aan de punt der tongügt bij de bovenste vlakte een kleine klier, welke zich door 5 openingen aan de benedenvlakte ontlast. De tong ontvangt haar zenuwen van den tongtak, van den derden tak van het vijfde paar (nervus glossopharyngeus) en van de ondertongzenuw (nervus hypoglossus). Van deze regelt laatstgenoemde de beweging en de beide andere dienen voor het tastgevoel en den smaak. De slagaderen der tong zijn in verhouding tot de grootte van deze zeer belangrijk. Eindelijk kan de tong in alle richtingen bewogen, uitgestoken en verwrongen worden, zoodat zij niet alleen voor den smaak, maar ook bij het kauwen en slikken, alsmede bij de klankvorming belangrijke diensten bewijst.

Tong is de naam van een veerkrachtig plaatje van metaal of een andere stof, dat aan het mondstuk van een blaasinstrument aangebracht wordt. Door de trillingen van dit plaatje wordt de lucht bij afwisseling toegelaten en afgesloten, waardoor de in de buis aanwezige lucht in trilling wordt gebracht.

Tona- (Solea Vulqaris). Zie Platvisschen.

Tong-a- of Vriendschapseilanden, een eilandengroep van Polynesië, gelegen tusschen 19°1' en 22°25' Z. Br. en 174°16' en 176°4' W. L. v. Gr., bestaat uit 32 grootere en ongeveer 150 kleinere eilanden met een gezamenlijke oppervlakte van 997 v. km. De groep omvat twee reeksen, waarvan de O.lijke laag is en uit koraalrotsen bestaat, terwijl de O.lijke daarentegen hoog, bergachtig en vulkanisch is. Alle eilanden zijn met een weelderigen plantengroei bedekt; die van de O.lijke reeks dragen ook bosschen. De lage eilanden kunnen weder onderverdeeld worden in 6 groepen: de Tongagroep, welke de grootste en vruchtbaarste eilanden van den archipel omvat, de Namoeka-, de Katoe-, de Hopaien de Vavaoegroep. Van de 5 groote, vulkanische eilanden, welke samen een oppervlakte van 84 v. km. beslaan, is alleen de 1030 m. hooge, uitgedoofde vulkaan Kao bewoond; de andere 4 zijn verlaten. Werkzaam zijn nog de Tofoea en de Late of Lette.

Onderzeesche uitbarstingen geven somtijds aanleiding tot de vorming van nieuwe eilandjes, die echter weer spoedig verdwijnen. Aardbevingen komen veelvuldig voor.' De eilandengroep, welke door de omringende riffen moeilijk toegankelijk is, bezit een aantal uitmuntende havens. Het klimaat is aangenaam en gezond. Het plantenrijk levert: kokosnoten, pisangs, broodvruchten, yams, suikerriet, bamboe, katoen, vijgen, citroenen, moerbeziën enz. Het aantal inwoners wordt geschat (1901) op 18 959, waaronder 239 blanken. De inboorlingen behooren tot de Polynesiërs. Zij leggen zich met goed gevolg toe op den landbouw, zijn uitstekende zeelieden en toonen veel aanleg voor kunstnijverheid. Sedert 1797 zijn zij bekeerd tot het Christendom. De handel vindt voornamelijk plaats met Sydney en Auckland. Ingevoerd worden: katoenen en wollen artikelen, ijzerwaren, graan, timmerhout, conserven enz., uitgevoerd: copra, vruchten enz. Eenmaal per 4 weken worden deze eilanden aangedaan door de schepen van de New-Zealand Union Steamship Company. De eilanden werden in 1643 door onzen landgenoot Abel Tasman ontdekt en in 1773 en 1777 door Cook nader onderzocht. Deze noemde hen, wegens het goedaardig karakter der inboorlingen Vriendschapseilanden (Friendly Islands). Bij het verdrag van den 8sten November 1899 kwamen de Tongaeilanden onder bescherming van Engeland. Sedert 1893 is George II Toebooe koning van den archipel.

Tong'aland. /.ie Amatongaiana.

Tongewelf. Zie Gewelf.(

Tongschar (Pleuronectes microcephalus). Zie Platvisschen.

Tongval of dialect noemt men een taal, wanneer naast haar andere talen voorkomen, welke nauw met haar verwant zijn en waarmede zij één geheel vormt. Gewoonlijk wordt dit geheel de taal genoemd, waartegenover zich dan de tongval voordoet als een afwijking. Volgens deze opvatting zijn de begrippen taal en tongval veranderlijk en kunnen zij ook onderling met elkander verwisseld worden, omdat ook het geheel een groep van tongvallen, tegenover een andere taal het karakter van dialect kan aannemen, fri de tweede plaats spreekt men van tongval of dialect in tegenstelling tot de beschaafde spreek- of schrijftaal. Tusschen deze beide bestaan allerlei overgangen,die zelfs bij een en denzelfden persoon voorkomen, in zooverre zijn dagelijksche spreektaal een andere is als die, welke hij als waardigheidsbekleder, als redenaar of als schrijver gebruikt. Zie verder Taal.

Tongvaren. Zie Scolopendrium.

Tongwerk noemt men in de muziek een register, waarbij het regelmatig openen en sluiten van den luchttoegang door middel van een in trilling gebrachte tong (zie aldaar) bewerkt wordt.

Tonica is in de muziek de grondtoon van de diatonische toonladder. Het accoord, dat op de tonica berust, is steeds de volkomen drieklank.

Tonica of tonische middelen zipiTtni&elen, welke in gevallen van verzwakking en uitputting de werkzaamheid en het weerstandsvermogen van het geheele lichaam, zoowel als van zijn afzonderlijke organen verhoogen. Men verdeelt hen in drie groepen: diactetisch-psychische, zooals een eenvoudige, niet verslappend werkende levenswijs, harding, vooral van de huid, afwrijvingen en baden, zorg voor gemoedsrust enz.; pharmaceutische, in gevallen van

Sluiten