Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bloedarmoede, spijsverteringsstoornissen enz. en dynamische, zooals de toepassing van electriciteit in gevallen van verzwakking en aandoening van het zenuwstelsel.

Toniet is de naam van een ontploffipgsmidde], uit schietkatoen en salpeterzuur baryt vervaardigd.

Tonische middelen. Zie Tonica.

Tonkaboom (Dipteryx Schreb.) is de naam van «■en plantengeslacht, behoorende tot de leguminosen. ITet zijn boomen met evengevinde, lederachtige bladeren, roode bloesems in eindstandige trossen en ovale, samsngedrukte, eenzadige vruchten. Tot dit geslacht behooren 8 tropische, Amerikaansche soorten, waaronder de dipteryx odorata Willd., voorkomende in de wouden van Guyana. Haar zaden leveren de Nederlandsche lonkaboonen. Dit zijn langwerpige, platgedrukte, vettig aanvoelende boonen, w(elke 5 cm. lang en 1 cm. breed zijn en een glanzend zwarte of zwartbruine kleur bezitten. Zij rieken aangenaam aromatisch, smaken specerijachtig, prikkelend, bitter, en bevatten, behalve vette olie, veel cumarine. Vroeger gebruikte men deze boonen als geneesmiddel, thans bijna uitsluitend in de parfumerie, om snuif te parfumeeren, ter bereiding van essence van „Maitrank"' enz. De inboorlingen dragen haar in snoeren om den hals. De dipteryx opposilifolia Willd., een boom, welke in Cayenne en Brazilië voorkomt, levert de kleinere, Engelsche tonkaboonen, die zelden naar Europa komen.

Tonkaboonen. Zie Tonlcaboom.

Tonkilometer is de naam van een maat, die in het spoorwegverkeer wordt gebruikt. Het is het vervoer van een hoeveelheid, die 1 ton (= 1000 kg.) weegt over een afstand van 1 km.

Tonkin (zie de kaart Oost-Indië II), een Fransche kolonis in Achter-Indië, onderdeel van Fransen Indo-China, wordt in het N. begrensd door de Chineesche provincies Kwangsi en Yunnan, in het W. door de Engelsche Sjanstaten en door Siam, in het Z. door Anam en in het O. door de Golf van Tonkin. Het heeft een oppervlakte van 119 200 v. km. en telt 10, volgens anderen slechts 7 millioen inwoners. Behalve de ongeveer 15000 v. km. groote delta van de Songkoi, een uitgsetrekte vlakte, welke nauwelijks 4 m. boven den zeespiegel is gelegen, is het land bedekt met woudrijke gebergten, welke voornamelijk in de richting N.W.-Z.O. loopen en in den Phoesan een hoogte van 2760 m. bereiken. Tonkin behoort in hoofdzaak tot het stroomgebied van de Jongkoi of Roode Rivier. Zij komt uit Yunnan, neemt de Zwarte en de Heldere Rivier op en mondt uit in de Golf van Tonkin. Naast de Songkoi noemen wij den Mekong, welke een deel van de "VV.Iijke grens vormt. De bodem bestaat voornamelijk uit gelaagde gesteenten: zachte leigesteenten, zeer dikke lagen van hard, marmerachtig, devonisch of carbonisch kalkgesteente en trias zandsteen. Quartaire vormingen komen slechts voor in den benedenloop en in de delta van de Songkoi. N.waarts daarvan bevinden zich uitgebreide steenkoollagen. Aan mineralen wordt naast steenkool in belangrijke hoeveelheden alleen zout gewonnen, terwijl de ontginning van edele metalen, kwikzilver, ijzer, koper, enz. nog eerst in haar begin is. De plantenwereld is in het Z.W. verwant aan de Indische en in het N.O. aan de Chineesche. In de wouden, welke vele nuttige houtsoorten bevatten, huizen olifanten, leeuwen, tijgers, rhinocerossen, buffels, antilopen en apen, in

de vischrijke wateren ook kleine krokodillen. Het klimaat heeft onder invloed van de moesons slechts twee jaargetijden; van Mei tot September is de neerslag zeer groot, terwijl er dan ook stormen voorkomen. De gemiddelde jaartemperatuur van Hanoi is 24,2° C.

De bevolking bestaat in de delta en verder stroomopwaarts van de Songkoi uit Anamieten; daarbij komen ongeveer 33000 Chineezen en bijna 4000 Europeanen, voor het meerendeel Franschen. In het achterland wonen verschillende stammen als: de Moeong, Tho, Man enz. De godsdienst der Anamieten bestaat in de vereering van de afgestorvenen; sedert 1650 werken er ook Fransche en Spaansche R. Katholieke zendelingen. Inlandsche scholen bevinden zich in elk dorp. Daarnaast heeft de Fransche regeering in den laatsten tijd een veertigtal scholen opgericht, terwijl zich sedert 1902 te Hanoi een geneeskundige school bevindt. Het voornaamste landbouwprodukt is rijst, waarvan de jaarlijksche oogst 2,5 millioen ton bedraagt. In 1907 werd daarvan 1 405 560 ton uitgevoerd tot een waarde van 154,4 millioen francs. Daarnaast worden suikerriet, maïs, bataten, yams, taro, thee, katoen en papaver voor opiumbereidiag geteeld. In den laatsten tijd legt men zich ook toe op den verbouw van koffie, cacao, en van Europeesche graansoorten.Ook ooft en specerijen worden aangekweekt. De veeteelt daarentegen is gering. Zij heeft vooral betrekking op den buffel. Het zeboerund wordt ook als lastdier gebruikt, terwijl eenden en varkens naar Hongkong worden uitgevoerd. De zijdeteelt levert jaarlijks ongeveer 500 000 kg. ruwzijde, waarvan 200 000 kg. wordt uitgevoerd. De nijverheid is onbelangrijk. Men vervaardigt stoffen uit ruwzijde, terwijl ook afgodsbeelden uit brons worden gegoten. Beroemd is de boekdruk van Hanoi, den zetel van de Tonkinsche geleerdheid. De mijnbouw leverde in 1907 320 000 ton steen- en bruinkool, 6000 ton zinkerts en geringere hoeveelheden antimonium, tin, wolfranium en goud op. Met Yunnan wordt langs de Songkoi een omvangrijke handel gedreven. Het scheepvaartverkeer gaat voornamelijk over Haiphong. Van de andere, acht vrijhandelshavens zijn Hanoi en Lookai de voornaamste. Van de moeilijkheden, welke het scheepvaartverkeer ondervindt door de wijzigingen, welke de loop van de Songkoi ondergaat, zal wellicht de in aanbouw zijnde spoorweg Haiphong-Lookai profiteeren. Naast dezen bestaat er een spoorweg van Hanoi naar Langson aan de grens van de Chineesche provincie Kwangsi en over Namdinh naar Vinh. De posterijen staan met die van Anam onder één beheer. De lengte van de telegraaflijnen bedraagt ongeveer 5000 km., terwijl een onderzeesche kabel Hué met Hongkong verbindt. Sedert 1902 resideert in de hoofdstad Hanoi de gouverneur-generaal van Fransch Indo-China.

Nadat in Januari 1873 de Franschen Hanoi bezet hadden en daarna ook andere plaatsen hadden in bezit genomen, ontruimden zij deze weer, krachtens het verdrag met den Anamietischen keizer Tuduc, in 1874, in ruil waarvoor zij den vrijen handel en de bescherming van de zending bedongen. In den daarop gevolgden strijd tusschen Frankrijk en China om de opperhoogheid over Tonkin, behield het eerste de overhand. Bij het verdrag van Tientsjin van don Uien jfej igg4 deed China afstand van Tonkin. De moeilijkheden met de Chineesche troepen bij het

Sluiten