Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bootjagers (vernielers), en wel vóóruit (den boeg), in het midden of van het hek (het achterste gedeelte van een vaartuig). Zij wordt dan uit die buizen of kanonnen gedreven door een zwakke lading buskruit of door gecomprimeerde lucht en boven of onder water, al naar gelang verschillend inzicht en de groote snelheid van het vaartuig (bijv. de meest moderne torpedoboot), waardoor het mogelijk zou zijn, dat de torpedo, uit den boeg geschoten, door de boot werd ingehaald en daardoor of van richting veranderde dan wel beschadigd werd. De torpedobuizen en torpedo-kanonnen zijn speciaal en zeer nauwkeurig ingericht, om te voorkomen dat, vooral wanneer de torpedo uit het midden van het vaartuig (de breedzijde) geschoten wordt, zij niet geheel in de goede richting het schip zou verlaten. Het nauwkeurigst zal uit den aard der zaak een torpedo gelanceerd worden, wanneer zulks onder water van uit den boeg en bij een stilliggend vaartuig geschiedt. In vredestijd, wanneer men in den regel zonder springlading oefent in het lanceeren van torpedo's dienen de afgeschoten torpedo's weder te worden teruggevonden. Daartoe is een boei (drijver) met lijn er aan bevestigd, die bij het drijven van de torpedo goed zichtbaar komt, of ook wel doordat bij het indringen van zeewater in de boei, rook of helder licht verspreid wordt; de boei is dan gevuld met phosphorcalcium. Een voor vredestijd gereed gemaakte torpedo wordt zóó gesteld, dat op een zekeren afstand de samengeperste lucht is verbruikt, de machine stilstaat en het roer naar boven wordt gedraaid, waardoor de torpedo boven komt drijven. In oorlogstijd is het wenschelijk en in vredestijd voor een geladen torpedo noodzakelijk, dat, wanneer zij haar doel gemist heeft, zij niet blijft drijven, ter voorkoming van groote ongelukken aan eigen of andere (neutrale) schepen. Hiervoor wordt de torpedo zoodanig gesteld, dat, wanneer de samenge-

geschoten, bij treffen van het wateroppervlak, öf opspringen óf door den weerstand van het water nagenoeg hun kracht verliezen.

Torpedobatterij is de naam voor een op den bodem van een water door middel van ankers bevestigd toestel, waaraan zich torpedolanceerbuizen bevinden. Deze moeten dienen tot bescherming van den toegang, bijv. van een haven, door middel van torpedo's.

Torpedobooten (zie de plaat) zijn kleine oorlogsvaartuigen, uit dunne stalen platen (3—4 mm.) vervaardigd, bestemd om zoo snel mogelijk eenigen afstand tot een vijandelijk schip bij nacht of duisternis af te leggen, ten einde in de nabijheid (± 600 m.) gekomen, een torpedo te lanceeren (zie Torpedo). In den aanvang niet groot (30—80 ton waterverplaatsing) en bestemd om blokkeerende vijandelijke schepen van uit de zeegaten te bestoken, of althans hun verblijf op de kust voor hen zeer ongunstig te maken, zijn zij langzamerhand steeds grooter gebouwd, opdat zij ook in open zee gebruikt konden worden en de vloten op hare tochten vergezellen, zooals in den Russisch-Japanschen oorlog geschiedde. Van daar den naam: hoogzee-torpedoboot, die 100—200 ton waterverplaatsing, 40—50 m. lengte en 4—5 m. breedte, bij een snelheid van 25—26 mijl per uur (1 mijl = 1852 m.) en 30 tot 40 koppen bemanning heeft. Bij deze groote booten is een nog grooter soort gekomen: de torpedobootvernielers (destroijers) of torpedojagers van 300—400 ton, 60—70 m. lang, ± 6m. breed met 50—60 koppen en ± 30 mijl snelheid. Zij zijn bestemd om de torpedobooten aan te vallen en haar werken te beletten, doch kunnen ook zelve als torpedoboot gebruikt worden. Beide soorten van booten zijn in beginsel gelijk, doch verschillen alleen in afmetingen, bewapening met licht geschut (van 3,7 tot 5 en zelfs 7,5 cm.) en voorraad torpedo's (3—5); zij hebben

Italiaansche torpedojager Bersagliere.

perste lucht is verbruikt en de torpedo zou gaan drijven, een klepje geopend wordt, waardoor de luchtkamer zich met water vult en de torpedo op den bodem zinkt. Bij de Nederlandsche Marine is de torpedo ± 5m. lang, heeft een middell. van 35— 45 c.m. en kost ± 6000 gld. Men acht algemeen een af te leggen weg van 1000 m. voor een torpedo voldoende (zie verder bij Oorlogschepen en Onderzeeboot). Torpedo's behoeven niet dieper dan 2—4 in. onder water te treffen, omdat bet scheepspantser niet verder reikt, hetgeen voldoende is, daar zelfs zeer zware kanon-projectielen, op gemiddelden afstand

kleine sloepen, electrische zoeklichten en zooveel steenkolen aan boord, dat zij 1000 en meer mijl kunnen afleggen. Daar de oorlogsschepen een aanval van torpedobooten kunnen verwachten en daarom voorzien zijn van een groot aantal snelvuurkanonnen, in staat op elk oogenblik een overstelpend en (bij dag) goed gericht vuur op een of meer naderende torpedobooten te richten,op een afstand,dat deze zoo goed als zeker vernield worden of waarbij althans van goed lanceeren der torpedo's weinig sprake is, zoo zijn de torpedobooten bestemd voor nachtelijken aanval, terwijl de onderzeeboot (zie aldaar) dient om

Sluiten